‘s Morgens blaken we van gezondheid, maar ‘s avonds kunnen we nog maar een hoopje witte as zijn. Als de wind van de onzekerheid over ons waait, sluiten we de ogen voor altijd. Als de laatste adem uit ons lichaam ontsnapt, verdwijnt de gezonde kleur uit ons gezicht en verlaat ons de schijn van het stralende leven; onze geliefden scharen zich rondom maar weeklagen tevergeefs. Als dit gebeurt, gaat ons lichaam ergens naar een open veld waar men het verbrandt. En niets blijft over dan een hoopje witte as.
Geen mens is meester over het heengaan van oud of jong. Laten we daarom maar denken aan wat later nog gebeurt, in een toekomstig bestaan, en in diepe overgave aan Amida Boeddha, zijn Naam herhalen.
Rennyo Shōnin (Brieven V:16)
|
|
|
|
|
|
Ekō 5 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |