Een Bestaan Vol Problemen

Crisis, zegt men, werkloosheid groeiend en groeiend, falingen onophoudelijk, en dan maar bezuinigen en snoeien, daarbij de onvermijdelijke dreigingen van revolutie, groei van de misdadigheid, morele verloedering…

Maar bestaan er wel oplossingen voor dergelijke problemen? Draaien onze economen en politici niet enkel hun toehoorders, maar ook zichzelf geen illusierad vóór ogen?

Normaal zou het religieuze die problemen, al was het maar troostend, in de mens moeten ondervangen. Maar ook op dat religieuze vlak zien we alle waardigheid en waarde vergaan. De christelijke kerken, blijkbaar uit hun lood geslagen door de afvalligheid der massa’s en meer bekommerd om kwantiteit dan wel kwaliteit, verloochenen hun “hiernamaals”-roeping en vallen voor een sociale, ja politieke betrokkenheid. In navolging van de “vergeldingstheologie” die door Amerikaanse Jezuïeten tijdens de laatste oorlog werd uitgewerkt om de bombardementen op de Duitse burgerbevolking en meteen ook de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki te verantwoorden, zette deze betrokkenheid kerkdienaars er zelfs toe aan het gebruik van wapengeweld aan te moedigen. En Jezus Christus komt nu niet enkel uit als syndicaal afgevaardigde, maar ook als gewapende revolutionair…

We zijn daarmee ver verwijderd geraakt van het bekende als men u op de éne wang slaat… waarmee het vroegere Christendom zijn geweldloosheid tegen elke historische zin in verdedigd heeft. En wie nog de tijd en de moed vindt de Evangeliën open te slaan, leest er nog Mijn rijk is niet van deze wereld (Joh. 18:36); en heeft hij nog problemen over de verhouding van religie en wereld, dan kan hij terecht bij Lucas 9:57-62 of Matth. 6:25-34.

Hoewel wij ons als Boeddhisten buiten de christelijke gemeenschap gesteld hebben, doet het ons groot leed vast te stellen in welke mate het Westerse spirituele beleven in een sukkelstraatje geraakt is onder de druk van de materiële bekommernissen, zonder echt de moed te kunnen opleveren de koers recht te trekken. Dat verklaart meteen ook het bloeien van die talloze en vaak gewetenloze sekten die maar al te gemakkelijk willoze slachtoffers vinden. Er mag gerust gesteld worden dat na de Marxistische “ketterij”, laatste georganiseerde vorm van het millenarisme, de kerken onrechtstreeks schuldig zijn aan het ontstaan van de sekten.

Maar beschouwt men die problemen op de keper, dan verraden ze alle eenzelfde oorsprong: het op zichzelf gericht zijn van elk individu, en ook van elke gemeenschap. Alles rondom ons tekent dit egocentrisme van de mensheid.

Egocentrisme van de enkeling bekommerd om zijn bestaan, maar niet enkel om wat noodzakelijk is, maar ook om zijn weelde, zijn luxe, zijn “gezicht”. Hij voelt angst. Hij voelt zich tekort gedaan. De hoge petroleumprijs bedreigt zijn rust. Zal hij zijn schulden kunnen afbetalen? Wat zullen de buren ervan denken? Zal hij echt kanker krijgen als hij zijn verlof niet meer op de Seychellen of in Chamonix kan doorbrengen? En bovenal moet elke vorm van aansprakelijkheid afgewimpeld worden…

Egocentrisme van de collectiviteiten: de alles- en alleenzaligmakende staat, de dreigende legers, het mens-erger-je-niet-spel met kernwapens, de waanzin van de ideologieën, de passie naar wereldheerschappij, het terrorisme als politieke mystiek, de martelmoorden op grote schaal waarover men liefst niet luidop spreekt, de hongerdood van miljoenen.

O dat ego-centrisme, die ik-cultus van geheel de mensheid…

Wat baat het dan oplossingen te zoeken? De hopeloosheid van de toestand blijkt uit het onvermogen te helpen. Pleisters op zoveel houten benen!

Al die voorgestelde socio-economische en ideologisch-politieke “oplossingen” blijken niet meer te zijn dan lapmiddelen die nooit de ware oorzaak van de kwaal in’t vizier nemen.

Want die oorzaak ligt als een dreigende denkfout diep in het menselijke wezen en zolang zowel individuen als gemeenschappen er niet in slagen af te stappen van hun zelf-gerichtheld (om van zelfzucht nog maar niet te spreken), valt er weinig verandering in de trieste Ioop der menselijke historie te verwachten.

Men kan immers alle problemen waarmee men in levenden lijve, via de krant, via radio of tv geconfronteerd wordt, herleiden tot:

vrees te verliezen wat men heeft
angst te ondergaan wat men niet wenst
niet te verkrijgen wat men begeert.

Ons Boeddhisten, komt dat bekend voor! Tijdens zijn eerste prediking, heeft de Boeddha, in zijn uiteenzetting over de Eerste Edele Waarheid, reeds die woorden gebruikt om het lijden te kenmerken.

Want, zegt de Boeddha, geheel ons betrekkelijk bestaan draagt de onuitwisbare tekenen van het lijden. Maar het is ook in het onderricht van de Boeddha dat het lijden van de wereld zijn opheffing vindt, waarmee het Boeddhisme dan ook een vreugdevolle heilsleer geworden is.

Maar ten spijt van wie het benijdt, de Leer van de Boeddha is geen sociaal, economisch of politiek systeem. Ze is zelfs geen moraal-filosofie…

En ten aanzien van het lijden, zegt de Boeddha dat het steeds zijn oorsprong vindt in een fundamentele onwetendheid: dat elke vorm van ego-denken onvermijdelijk conflictsituaties, begeertes, ontevredenheid, haat, wanhoop en hopeloosheid veroorzaakt. Zo is het dat bij dit illusoire ”ego” elk zijn “eigen” wereld laat beginnen - en ook zijn lijden.

Blijkbaar kan zo’n eenvoudige waarheid er bij de politieke betweters toch niet in… dus blijft de crisistredmolen verderdraaien.

Ekō 12

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home