Gesprek Met Een Rots

Ken 0kimoto

Dag rots! Heb je d’r iets tegen dat ik even bij je zit om een babbeltje te doen? Jij bent ook zo’n goed luisteraar. Tja, je hoort me wel niet. Een gesprek is voor jou toch maar oppervlakkig en zinloos. Als rots een rots te zijn, dat is voor jou toch al genoeg, hé?

Wij, mensen, we hebben het zo makkelijk niet. Zodra we onszelf gewaarworden, beginnen we alles ingewikkeld te maken. Wij willen ook zo erg bijzonder zijn: beter dan jij, beter dan al wat leeft, beter dan de andere mensen.

We hebben het ontzettend druk. Jij niet. Wij verzamelen broodwinning en voedsel. Wij moeten het een door het ander vervangen. Wij gebruiken van die knotsgekke etiketten zoals “carričre” of “cultuur” of “gezin”, maar al wat we feitelijk doen, dat is proberen te existeren, overleven, vechten en almaardoor onze zelf-uitgevonden bezigheid voortzetten. Soms is dat zelfs erg prettig.

Etiketten en uitvindingen, die vind je overal. Wij vinden woorden uit zoals “religie” of “Boeddha” of “mededogen-wijsheid”, maar eigenlijk zou het gemakkelijker zijn gewoon te zijn zoals jij, een gewone rots. Hé, waarom lach je? Wij zijn maar al te bezig rotsen te worden. We kunnen wel proberen rots te worden, maar daar moeten we toch nog een tijdje voor wachten... tot we geen levende vormen meer zijn… en opnieuw eenvoudig worden, zoals jij, rots.

Je hoeft daarover geen hoge borst op te zetten, hoor. Ik heb het niet enkel tegen jou, ik spreek ook tegen het water en de wind. Maar jij bent wel interessant en daarbij gemakkelijk te zien, dus praat ik tegen jou, maar ik zou even goed tegen het slijk of tegen de sterren kunnen praten, of tegen de vogels of de planten. Ik praat tegen jullie allemaal, eigenlijk ook tegen mezelf, denk ik.

Je mag me niet verkeerd verstaan, rots. Het Is eigenlijk fijn zo’n levende vorm te zijn. Ik ben niet zo haastig om een vereenvoudigde vorm te worden. Maar het is toch wel goed te weten dat we allemaal ingrediënten van een reusachtige soep zijn. Jij ook trouwens.

Eigenlijk heeft verder met je praten niet zo heel veel zin. Je moet niet naar alles luisteren. Je hoeft ook niets te zeggen, je hoeft zelfs niets te voelen. De echt belangrijke dingen vragen trouwens niet of je hersenen hebt. Da’s voor mij moeilijk te aanvaarden. Wij mensen, wij scheppen onze eigen problemen. Alles is goed, maar we kunnen het gewoonweg niet aannemen. Alles loopt gesmeerd, alles is kant-en-klaar, maar wij zitten maar met angst voor de chaos. We kunnen niet eens stil zitten en blijven dan maar moeilijkheden en last uitvinden. We brengen allerlei onzekere geluiden voort. We zijn trage leerlingen met een bar slecht geheugen.

Wel, rots, het ziet ernaar uit dat ik toch met je in contact moet blijven, totdat ik al mijn overtollige bagage kwijt raak.

Hč, het doet goed zo met je te praten, rots. Als ik zo met een mens praat, dan vertroebelen mijn gedachten omdat er andere woorden en gevoelens op mij afkomen. Maar met jou wordt het mij duidelijk hoezeer ik mijn eigen zelfzuchtige gedachtes en gevoelens projecteer. Al wat jij naar me terugkaatst, dat ben ikzelf!

Wel rots, nu is het tijd om te gaan. Als ik hier niet meer langs kom, praat ik wel met een andere rots. A propos, zo “rots” tegen je te zeggen, dat maakt niet veel indruk op ons, mensen. Als we nou eens een wat speciale naam voor je uitdachten? Als we nou eens “Amida” zegden? Dat’s vlot en bondig.

Da-ag rots, en bedankt dat je geluisterd hebt, bedankt voor alles.

Overgenomen uit METTA (april 1981) - maandblad van Buddhist Study Center - Honpa Hongwanji Mission of Hawaii -Honolulu, Hawaii (U.S.A.)

Ekō 14

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home