Na een jarenlange spirituele omzwerving.
Ik studeerde veel en maakte verschillende buitenlandse reizen, werkte als verpleegster en moest mijn beroep stilleggen omdat het lijden van de zieken en vooral dat van de stervenden mij te machtig was. Ik werd zelf zwaar ziek. Zeven jaar lang deed ik niet veel meer dan lezen en denken, en zat thuis bij mijn moeder.
Steeds echter keerde DE vraag terug, in mij knagend. Wat is de zin van het leven, van mijn leven? De vraag bleef onopgelost.
Op een dag las ik in het Belgisch Israelitisch Weekblad dat te Antwerpen een totaal nieuwe faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen opgericht werd. Ik sprong letterlijk op deze kans: ik was 42 jaar op dat moment, en bovendien agnostica.
We startten met zowat 7 docenten en 2 studenten. Het eerste jaar was in alle opzichten zwaar, maar zeer boeiend. Stof tot nadenken was er nog nooit tevoren zoveel geweest! Uiteindelijk maak ik nu, na een jaar en drie maanden tweede baccalaureaat en mijn eerste inwijding in het Shin-Boeddhisme, de balans op.
Ik heb ontdekt dat pogen uit te pluizen waar we vandaan komen geen zin heeft. Laten we dat aan de wetenschapsmensen over. Een God-Schepper is voor mij onaanvaardbaar geworden. Het Boeddhistische principe dat wij schepper zijn van ons eigen leven, brengt ons tot het besef dat wij enkel moeten bewust zijn dat de dingen die wij doen en zeggen niet tot het onheilzame, maar tot het heilzame moeten voeren. Dat was voor mij uiteindelijk het antwoord op al mijn vragen. Maar ieder moet dat natuurlijk voor zichzelf uitmaken.
Voor mij is onwetendheid de oorzaak van de toestand waarin de wereld, op dit einde van 1981, verkeert: niets anders dan oorlog en lijden en lijden en oorlog. De details kan men in alle dagbladen lezen.
Tweeduizend zeshonderd jaar geleden zag de historische Boeddha Siddharta Gautama, die als Amida steeds aanwezig is en ons roept, in dat maar één ding in dit leven telt: de opheffing van het lijden dat inherent is aan het leven. Zijn boodschap was en is nog steeds dat alle mensen hier en nu gelukkig mogen wezen.
Als u het mij vraagt: het is te verwezenlijken, hier en nu, als men zijn heilsleer aanvaardt, zich aan hem over geeft. Namu Amida Butsu.
Enkele woorden nog over mijn lekenwijding en opname in de Shin-Boeddhistische Gemeenschap, op 15 december 1981. Het was een mijlpaal in mijn leven, die ik niet zonder enig aarzelen gezet heb.
Het was koud; ik was moe na een zware studiedag, en heel zenuwachtig. Maar de roep van de Boeddha was sterker dan alle materiële ongemakken. Het was ook niet al te warm in de Jikō-ji, onze Antwerpse tempel. Ik vreesde zelfs in een hysterische huilbui te schieten. Maar niets van dat alles is gebeurd. Gesteund door Zijn kracht heb ik vrij rustig mijn Drievoudige Toevlucht uitgesproken en samen met Shaku Shitoku de Juseige, een zeer mooie en diepzinnige tekst, kunnen zingen. De op het eerste gezicht monotone zang doortintelde mij volledig.
Gelukkig waren we maar gevieren: mijn priester, een Japans Boeddhist, mijn moeder en ikzelf. Na de ceremonie dronken we feestelijk wat sake en gingen daarop naar huis. Moe en gelukkig ging ik toen naar bed.
Ik geef mij over aan Amida voor de rest van mijn leven, want op eigen kracht kan ik niets. Alleen de diamantharde overgave aan Hem is ons Heil.
Namu Amida Butsu.
Betty D.
|
|
|
|
|
|
Ekō 17 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |