Ho-on-ko Bij Otorikoshi

Same, 15 september 1982

Voor mij is het een echte levenservaring hier tezamen met u allen te zijn, verenigd in de Nembutsu.

Ofschoon mijn thuisland hier ver vandaan ligt, ben ik erg gelukkig bij deze eredienst aanwezig te zijn.

Immers, ik voel zeer duidelijk dat er tussen ons geen onderscheid is wanneer we onze lippen en ons hart overleveren aan het verklanken van Namu Amida Butsu.

Waarlijk, in Namu Amida Butsu zijn we allen één: één met Amida, één met alle wezens, één elk van ons met elk ander.

En we zijn in het bijzonder één met Shinran Shōnin die we deze avond zo speciaal huldigen.

Immers, Shinran Shōnin moet op elk moment voor ons het lichtende voorbeeld van het Nembutsu-leven blijven. En dit is een leven waarin alle problemen van deze wereld present zijn.

We hebben een strijd te voeren met de alledaagse dingen en gebeurtenissen van het bestaan. Meestal zijn die donker en troebel. Ze worden er des te meer uitzichtloos door dat we maar al te goed beseffen dat we maar doodgewone wezens zijn, niet bij machte ons los te maken uit lijden, begoocheling en onwetendheid.

Maar ook hoe gelukkig zijn we toch dat we maar dergelijke doodgewone wezens zijn!

Het is immers voor ons dat Amida’s mededogende Geloftekracht werkzaam is.

Amida’s oneindige licht doordringt ons gemoed en komt in ons op als de luisterrijke Naam die onze enige toevlucht is.

Het is precies daarom dat we zojuist in de Shoshin-ge gezongen hebben:

Ki myo mu-ryō-ju nyo-rai
Na-mo fu-ka-shi-gi kō

Mijn toevlucht is de Boeddha van het Eindeloze leven
Hulde zij de Boeddha van het Grenzeloze licht

waarmee we dan ons totaal vertrouwen in de Boeddha en onze dankbaarheid voor zijn spontane werking in ons en in alle wezens uitgedrukt hebben.

Het gebeurt dat mensen in Europa mij vragen:

“Waarom spreken jullie die Nembutsu uit?
Wat verkrijg je als je de Nembutsu reciteert?”

En dan moet ik eerlijk antwoorden

“We zeggen de Nembutsu zo maar, voor niets.
We verkrijgen niets, vermits de Nembutsu precies niet-vragen is.
Feitelijk is, werelds gezien, de Nembutsu nutteloos.
Maar feitelijk zijn wij het ook niet die de Nembutsu uitspreken.
Het is onze Amida-sama die de Nembutsu zegt met onze lippen.
Is dat geen mirakel?”

Het is immers doorheen deze Nembutsu van dankbaarheid dat we het volle licht van de Geloftekracht kunnen beleven.

En zo worden onze lelijkste handelingen mooi, en wordt ons leven van lijden nu zaligheid.

Juist deze ervaring van zaligheid maakt het zo prachtig een Jōdo-Shinshū-volgeling te zijn in Japan even goed als in Europa…

Shaku Shitoku

Ekō 20

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home