Bangladesh
We hebben vroeger reeds melding gemaakt van de systematische en “wettelijke” vervolgingen waaraan de Boeddhistische bevolking van de Chittagong Hill Tracts blootgesteld staat. We spraken toen ook de hoop uit dat internationale druk en een verontwaardigde wereldopinie aan deze genocide een einde zou stellen. Dat blijkt evenwel niet gebeurd te zijn.
De grote media zijn uiterst bescheiden in hun informatie gebleven. De internationale organisaties doen er gewoonweg het zwijgen aan toe. Als er in Midden-Amerika één missionaris vermoord wordt, is het in Vlaanderen één krijten en kreten. Maar Bangladesh? Dat zijn hoogstens een handvol wilden, wat heidenen.
Tot op heden zijn volgens de jongste berichten “slechts” 40 000 Boeddhisten in vluchtelingenkampen in de Indiase deelstaten Tripura en Migoram opgenomen. Slechts 40 000… de andere duizenden kwamen op de vlucht om. En het gaat allemaal rustig verder.
Dat de grote internationale organisaties om één of andere reden zwijgen, is al erg. Jammer is evenwel dat ook de Europese dakorganisatie voor de Boeddhistische gemeenschappen, de “Union Bouddhique Européenne”, meent in deze zaak een principieel passieve houding te moeten aannemen, opent een heleboel vragen. Uitleg voor het bek-toe is dat “de Organisatie zich niet met politiek moet bezighouden”… De Buddh. Gemeinschaft Jodo Shin Oesterreich had een voorstel tot “afkeuring van de vervolgingen” ingediend. Dit voorstel werd als “onbevoegd” (?) afgewezen.
De Oostenrijkse Jodo-Shinshu heeft daarop besloten voortaan de vollemaansnacht van mei uit te roepen tot gedenkdag van de in Bangladesh vervolgde Boeddhisten.
In Oostenrijk
werd het Boeddhisme wettelijk als godsdienst erkend (Bundesgesetzblatt No. 33, 11/02/83). Hiermee genieten de Boeddhisten nu van dezelfde rechten als de diverse Christelijke kerken, de Joden en de Moslim. Deze rechten uiten zich hoofdzakelijk op juridisch, educationeel en fiscaal vlak.
In België-Nationaal, in Vlaanderen, in Wallonië, in het Brusselse gewest is men nog lang zo ver niet…
Nieuwjaar Vieren
zat er op zaterdag 9 april weer flink in. Ditmaal bij onze Cambodjaanse vrienden. Inderdaad: de Cambodjaanse Boeddhistische kolonie te Brussel vierde “Chaul Chhnam Khmer”.
Ven. Bou Kry, verantwoordelijk abt van het Vatt Khemararam klooster (Créteil, bij Parijs) heeft met zijn aanwezigheid deze nieuwjaarsplechtigheid opgeluisterd.
Vertegenwoordigers van Theravada en Jodo-Shinshu hebben dankbaar aan deze viering deelgenomen.
Hanamatsuri
Op 16 april werd in de tuin bij Sh. Shitoku, te Lille-Poederlee, voor het eerst in Europa, HANAMATSURI, het “Bloemenfeest” gevierd.
Het Centrum voor Shin-Boeddhisme was hiertoe in de gelegenheid dank zij Prof. Yamasaki, die vorig jaar vanuit Japan een bronzen “Baby Buddha” voor ons mee bracht en aan Jikō-ji schonk. Zo’n Baby-Buddha is immers een onmisbaar onderdeel van de Hanamatsuri-viering.
Hanamatsuri is niet enkel een bloemenfeest(gepaard gaande met het bloeien van de beroemde Japanse kerselaren), het is ook een kinderfeest. Want religieus gezien, is het de viering van de geboorte van Gautama Sākyamuni: dat verklaart meteen ook het waarom en hoe van dit kinder- en bloemenfeest.
Bij de geboorte van de toekomstige Boeddha, in de Lumbinituin, zo vertelt de legende, vielen uit de hemel de wonderbaarlijkste bloemen. En de goden lieten over moeder en kind een welruikende regen neervallen. Om deze redenen gieten de Hanamatsurivierders, en zeker de kinderen, zoete thee over het beeld van de Baby Buddha.
En op 16 april dus: wonderlijk enige zonovergoten dag in lange regenweken en -maanden, waren ettelijke vrienden van ons Centrum, vanuit Antwerpen, Brussel, Brugge, Hasselt, naar dat afgelegen oord van Poederlee getrokken. Na de eigenlijke eredienst met Drievoudige Toevlucht, Sambutsu-ge, Nembutsu en Ekō, werd het kleine altaar met de bronzen Baby Buddha ingehuldigd. Groot en klein, zonder één uitzondering, hebben eraan gehouden de traditionele thee over de Boeddha te gieten ten teken van dankbaarheid en hulde.
Na de eigenlijke huldiging werd nog een hele tijd nagepraat en van de zon genoten. Een Kempisch buffet werd duchtig aangesproken. De dag besloot met een herhaling van de Sambutsu-ge.
En de volgende dagen regende het weer…
Jōdo-Shin In Polen
Naar berichten die ons vanuit diverse zijden toekomen, blijkt er in Polen een groeiende belangstelling voor het Shin-Boeddhisme te bestaan.
Zo zouden reeds in zes steden Shin-groepen spontaan tot stand gekomen zijn: Warszawa, Krakow, Kalisz, Lodz, Sopot en Szlichtyngowa.
Reagan En De Boeddhisten
In “Wheel of Dharma”, het maandblad van de Buddhist Churches of America, volgen we met spanning de evolutie van een geschil tussen de Boeddhisten en de Federale administratie. Inderdaad: in strijd met de bepalingen van de grondwet, die absolute godsdienstvrijheid waarborgt, wil de Reagan-administratie het klassegebed terug invoeren.
De inhoud van dit gebed, dat in het begin van de 70-er jaren bij beslissing van het Constitutionele Hof als ongrondwettelijk bestempeld en bij gevolg verboden werd, is zuiver Christelijk en vraagt o.a. Gods zegen over Amerika.
Boeddhisten en ook andere niet-Christelijke religieuze minderheden vrezen dat hun kinderen hierdoor ofwel van de gezinsgodsdienst zullen vervreemden, ofwel, zo ze niet aan het gebed deelnemen, als “slechte Amerikanen” zullen aangezien worden.
De vrees voor deze gebedsinvoering wordt nog versterkt door recente verklaringen van President Reagan, dat het Geloof aan God de grootheid en de wijsheid van de Verenigde Staten dient. Hiermede worden dan de 500 000 Amerikaanse Boeddhisten van alle slag, die niet aan een persoonlijke God geloven, meteen ervan verdacht anti-US te zijn.
De drijfkracht achter de actie voor de wederinvoering van het klassegebed gaat uit van enkele fundamentalistische protestantse kerken. Het is geweten dat o.a. de Baptisten voor Reagan een interessant kiezerspotentieel vormen.
De Gobi-Woestijn Te Parijs
Op het ogenblik loopt te Parijs, in de Jardin des Plantes, een unieke tentoonstelling gewijd aan de grotten van Dunhuang, waar duizenden Boeddhistische fresco’s en beelden ontdekt werden.
De Boeddhistische Unie België, het Institut Belge des Hautes Etudes Bouddhiques en Bruxelles 2000, een toeristisch-culturele vereniging, vonden dit een enige gelegenheid om een weekend te Parijs te beleggen, geheel in het teken van het Boeddhisme.
Op zaterdag 4 juni trok dan een autobus van Brussel naar de fresco’s van de Gobi-woestijn. Reeds onderweg werden de deelnemers onderworpen aan een serie voordrachten en voorbereidingen, over Boeddhisme, over Boeddhistische kunst en Boeddhistische gebruiken.
Eerste etappe was het Vietnamese klooster Linh-Són te Joinville-le-Pont, bij Parijs, waar het 53-koppige gezelschap hartelijk onthaald werd door de monnikengemeenschap en door de leken. Na een korte Boeddha-hulde in de nieuwe tempelruimte, voerden de monniken de groep naar de grote “Pagode van Parijs” in het fraaie Bois de Vincennes. Ook hier even een korte eredienst (voor Soto-Zen door Genmyo Dotai, voor Jodo-Shinshu door Sh. Shitoku); hierop volgde een uitgebreid bezoek van het gebouw. Voor velen was dit de eerste echte kennismaking met Boeddhistische gebruiken. Heel wat vragen moesten beantwoord worden, want de interesse van de deelnemers was intens.
Nadien bood het Linh-Són klooster een Vietnamese vegetarische maaltijd aan. Met kreten en lachen van verrassing en vaak verbazing maakte men kennis met de verfijnde Vietnamese keuken. Maar eten met stokjes viel niet iedereen vlot mee! De abt, Thich Huyên-Vi, dreef de gastvrijheid ten top met aan elk deelnemer nog twee boeken te schenken.
De namiddag was geheel gewijd aan het bezoek van de eigenlijke Dunhuang tentoonstelling. Het overgrote deel van de Boeddhistische afbeeldingen in deze mergelgrotten is getekend door het Reine-Land Boeddhisme. Fresco’s en beelden, van de 4de tot de 14de eeuw vertonen vaak grote verschillen in stijl en opvatting; niet enkel iconografisch buitengewoon interessant, maar ook artistiek van een vaak verbazend hoog niveau. Voor Sh. Shitoku was dit bezoek natuurlijk een gedroomde gelegenheid om, naast het historische en het kunsthistorische aspect, ook het religieuze te onderlijnen. Zo geraakte het gezelschap met de mooist denkbare illustraties, vertrouwd met de Boeddha van het Oneindige Licht en van het Oneindige Leven, met de leringen van het Reine Land, en konden verschillende misverstanden in verband met Amida en het Reine Land weggewist worden.
De volgende ochtend trok een gedeelte van het gezelschap naar het in-rustige Musée Cernuschi. Dank zij de welwillendheid van het museumpersoneel werd de wegens aanpassingswerken gesloten zaal met de grote Boeddha, toch geopend. Ook de andere zalen met Chinese bronzen, aardewerk en porselein genoten een gespannen aandacht.
‘s Namiddags, als bekroning van de dag, de “must” van het Musée Guimet, waar de groep zich splitste in drie rondleidingen: de Khmer-afdeling onder de vakkundige leiding van Patrick Laycock, de Tibet-afdeling waar Jean Leroy met pit het minste detail te voorschijn haalt, en de Japan-afdeling waar Sh. Shitoku het hoge woord voerde.
Dit beslist zeer geslaagde weekend was te danken aan de inzet en de bekwaamheid van de organisators, de heren Beautrix, Porcheret en Ricard. Maar het succes is voor een overgroot deel gevolg van de openheid, de waardigheid en de dankbare vreugde van geheel het gezelschap.
|
|
|
|
|
|
Ekō 22 |
|
|
|
|
|
|
Nieuws uit de sangha |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |