De hiernavolgende tekst van Zuiken S. Inagaki Sensei werd samen met een kalligrafie gepubliceerd als “Voorwoord” voor Horai-kai nr 81 (maart 1983), een tijdschrift door Sensei zelf opgericht en nu grotendeels gewijd aan de verspreiding van zijn lering en gedachten.
Esho Sasaki, die aan Sh. A. Peel deze tekst bezorgde, geeft er volgend commentaar bij: “His explanation is so brief and rough, but it is with “essence” and his deep heart. So you might understand it so well through your deep heart.”
Door naar Boeddha’s leer te luisteren enkel maar met je gewone inspanningen slaag je er niet in er de ware essentie van te vatten, ook al luister je jaren lang. Deze “ware essentie” van Boeddha’s Leer verwijst naar Tathagata’s Voortijdelijke Gelofte-Kracht, welke (door ons) nooit verwezenlijkt wordt anders dan door diep en grondig na te denken, en wel als volgt: “Hoe diep en hoe zwaar zijn toch mijn boze daden (zo lange tijd opgestapeld; zaigō = karmisch ongunstige daden)!
Hoe dwaas en laks gedraag ik me toch (in het duister van samsara)!”
Het “oog van dit diep denken over mezelf” maakt het ons mogelijk de Voortijdelijke Gelofte-Kracht te verwezenlijken en gewaar te worden. Deze Voortijdige Gelofte-Kracht is nu net in tegenstelling tot de diepe en zware boze daden (en beide zijn dan ook in innig contact met elkaar), net als recto en verso (van een vel papier).
Hier (in deze wereldse wereld) ben ik helemaal alleen; maar de Voortijdelijke Gelofte-Kracht om deze persoon te bevrijden, is ook hier. Dit wordt genoemd “Eén-Dharma (= bevrijdende kracht), Eén-Persoon (= om bevrijd te worden)”, dit is: Eén-Dharma, de Voortijdelijke Gelofte-Kracht, is precies bedoeld enkel voor deze éne persoon (= ik alleen); en deze persoon (alleen) (die bevrijd moet worden) is enkel verschuldigd aan Eén-Dharma, de Voortijdelijke Gelofte-Kracht
Comm. door Esho Sasaki: In Tannisho (Nawoord), zegt Shinran Shonin:
“Wanneer ik zorgvuldig de Gelofte overweeg die Amida na 5 kalpa’s van contemplatie voortgebracht heeft, dan ontdek ik dat ze alleen voor mij, Shinran, bedoeld was!”
Dit aspect van de Shinshu-doctrine, “Eén-Dharma, één persoon” verwijst naar deze woorden van Shinran. En ook: “Men moet tegenover Amida staan, oog in oog, en dan wordt geheel de grote aanwezigheid van Amida’s Kracht gemanifesteerd, duidelijk tegenover elke persoon op zichzelf.”
Zonder dit leer-aspect van Eén-Dharma één-persoon, kunnen zelfs de moeilijkste leringen uit de Leer, die je zou leren en memoriseren, nooit voor jou de oorzaak zijn om te gaan naar bevrijding van geboorte-en-dood.
Het is erg gemakkelijk (via menselijke berekening) op de hoogte te zijn van wat “Voortijdelijke Gelofte-Kracht” betekent; maar het is ontzettend moeilijk jezelf geheel aan die Voortijdelijke Gelofte-Kracht toe te vertrouwen (d.i. shinjin doorheen de Gelofte-Kracht te verwezenlijken). Je bent bij machte de Voortijdelijke Gelofte-Kracht te realiseren (je er volledig aan toe te vertrouwen) door (diep nadenken over) “dood” en “boze daden”, maar dan niet door (berekeningen van) je eigen gemoed.
Voortgaand op de realiteit van “dood” en “boze daden” (zoals we die ervaren), namelijk de “verkeerde handelingen” van menselijke en goddelijke wezens, zouden we shinjin kunnen realiseren. De kracht die ons leidt tot de realisering van shinjin treedt te voorschijn vanuit (deze realiteit van) “dood” en “boze daden”.
Dit is dan de “Voortijdige Gelofte-Kracht”
(Het diepe nadenken over mijn “dood” en mijn “boze daden” is de werking van de kracht van de Voortijdelijke Gelofte, niet die van mijn eigen kracht; dit is mijn indruk, ontstaan vanuit deze woorden. Bovendien is de Leer van de Boeddha geen filosofie, is ze niet onderhevig aan andere personen, maar gemaakt voor mij persoonlijk, voor mijn eigen realiteit van geboorte-en-dood.)
|
|
|
|
|
|
Ekō 23 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |