Veronderstel een zieke op zijn doodsbed. Hoe ontzettend lijdt hij!
Hoezeer is hij verdrukt onder het gewicht van zijn karmische daden en driften die hij eindeloos sedert kalpa’s en kalpa’s opgestapeld heeft!
Zijn bewustzijn wordt wazig en verdoofd. Slechts met moeite kan hij nog ademen; zwaar ademt hij uit, nauwelijks inademend. Lichamelijke of geestelijke kracht heeft hij niet meer, en zelfs tot het “horen” van de Naam is hij niet meer in staat.
Hoe vaak, ook al zijn we nog zo gezond, is onze toestand zowat als die van de stervende zieke. Waarlijk, we zijn zo ellendig, zo machteloos, zo verdwaasd dat we niet de minste mogelijkheid hebben boeddha te worden.
In deze zin van “verlichting verwezenlijken” of “boeddha worden”, zijn we er niet beter aan toe dan zulk een machteloze zieke, stervende mens!
Daarom is het dat Tathagata Amida, door zijn Voortijdelijke Gelofte, voor ons deze verlichting reeds verwezenlijkt heeft.
|
|
|
|
|
|
Ekō 24 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |