door Abe Yoshida
Hier zit ik nu op de grond, in mijn slaapkamer. Ik luister naar Ella Fitzgerald die in de kamer hiernaast aan het zingen is op mijn 900 dollar stereoketen die ik gekocht heb met de hulp van mijn vriendin Lynn die samen met mij woont op Halekoa Drive, samen ook met mijn vriend Roland en mijn altijd-weg-zijn vriend Lloyd die zijn tijd liefst hiervandaan doorbrengt. En nu zit ik te denken aan mijn reis naar Japan. Ik ben nu al enkele weken terug thuis, terug op m’n job in de Beachcomber, terug hier om te proberen ‘n paar zinnige dingen te schilderen of iets uit m’n gitaar te krijgen. Terug hier bij die smerige stapel borden in het vergiet en bij die hoop smerige afval die maar niemand naar buiten wil brengen. En zo bij mezelf zit ik te zeggen: “Godverdomme, wat ben ik blij dat ik die reis gedaan heb en dat ik ‘n maand lang uit de smeerlapperij hier weg was.”
Maar nu dat ik weer thuis ben, zie ik dat er juist niets veranderd is. Het huis is nog altijd hetzelfde gebleven, met kakkerlakken en al. Ik ben nog altijd even lui en dat verklaart waarom Lynn me altijd met lijfstraffen bedreigt als ik niet doe wat ze vraagt. En wanneer Roland of Lloyd mij ondervragen over Boeddhisme of zo, dan weet ik nog altijd niet wat te antwoorden… gewoonlijk vertel ik hun dan maar wat ik links of rechts van één of ander leraar opgestoken heb. Maar terwijl ik het aan het zeggen ben, weet ik dat het kloterij is omdat ikzelf niet precies versta waarover het gaat. Voor mij is dat net even eenvoudig en duidelijk als te zeggen dat ik de Nembutsu niet met een oprecht gemoed kan zeggen.
Dat heeft me wel een hele tijd zitten vervelen. Toen ik in Japan was ondervroeg ik Kumira Sensei hierover. Hij zei me eenvoudigweg, zonder de minste aarzeling: “Laten we dan maar heel ons leven lang de Nembutsu zeggen gewoon als een leugen.”
De Nembutsu is voor mij iets erg abstracts en ik vind het ontzettend moeilijk erover te praten. Maar wanneer die Nembutsu in mijn geest opkomt, dan wordt-ie voor mij precies een spiegel: geen oprechtheid in het uitspreken van de Nembutsu, en geen oprechtheid in het leven van mijn leven. Dus wat nu gedaan? Naar de verdommenis als ik er iets van begrijp. Het Beste dat er te doen is, denk ik zo bij mezelf, mijn best doen, da’s zowat al dat ik erover kan vertellen.
Toen ie 90 was, zei Picasso eens over kunst en leven:
“Je moet erg voorzichtig zijn met hetgeen je doet. Want het is juist wanneer je denkt dat je het minst vrij bent, dat je misschien het meest vrij bent. En je bent helemaal niet vrij wanneer je het gevoel hebt reuzevleugels te hebben. Want die beletten je gewoon te wandelen.”
(Overgenomen uit de Pacific Seminar ‘83 publicatie “Searching for Meaning”)
|
|
|
|
|
|
Ekō 24 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |