En we hopen alweer op een nieuw leven verder, wentelend van lente naar herfst, van geboorte naar dood, van lijden naar vreugde, van onwetendheid naar bezinning en verlichting.
We zien hoe de seizoenen en de levens opkomen en vergaan. Niets blijft, niets “is”. Enkel een worden en een ontworden.
In de tuinen en weiden verwelken reeds de bloemen. In de ochtendmist schitteren herfstdraden. De noteboom en de kerselaar verliezen hun verbruinde blaren. Droef? Is z6 het ganse leven niet? En toch: hoe mooi, hoe waardevol! Allicht kan de vergankelijkheid der dingen sommigen tot weemoed voeren of zelfs tot een vruchteloos romantisch betranen van ons bestaan.
Dergelijke sentimentaliteit is niets voor de volgeling van de Boeddha: juist dat vallende blad, die gebroken bloem wijst hem de grootsheid van de verwachting, de zekerheid van de verlichting, van de Geboorte in het Reine Land. Het ganse jaar door is de natuur hem de duidelijkste illustratie van de Leer. Elk moment van het bestaan is hem een moment van onderricht en beleving. Alles in de natuur (en tot spijt van wie het benijdt: ook de menselijke maatschappij is onderdeel van die natuur) verwoordt ons de lering van de Boeddha: hoe alles ontstaat en dus ook vergaat, hoe geheel dit existeren door de onvermijdelijkheid van het lijden getekend is, maar tevens hoe geheel dit lijdensbestaan ook ontwaken en verlichting inhoudt. Of, zoals Nāgārjuna het uitdrukte: hoe heel samsāra meteen tevens nirvāna is.
De Boeddha leert ons immers hoe uit lijden vreugde wordt. Geen luid lachen of gillen, geen gulzig gejuich. Juist dat stille vertrouwen in Amida’s onmetelijke wijsheid-en-mededogen, dat stilletjesaan alle gebaren van je dagelijkse levens kleurt en doortintelt.
Ook voor Shitoku was deze zomer een gelukkige ervaring van rijkdom en vreugde. Na de vooruitzichten op de “nieuwe” grotere Jikō-ji, na het vervullen van alle nodige juridische stappen hiervoor, mocht hij een lange zomerreis ondernemen waarop hij meer dan eens direct Amida’s werking ontmoeten mocht. Eerst in Chicago, waar hij intense dagen van vruchtbare kontakten beleefde. Dan naar het (echt!) paradijselijke Hawaï, zonder hula-hula meisjes en zonder Waikiki toeristen, maar met de talrijke diepvrome Boeddhistische gemeenschappen waar hij op vier eilanden te gast was.
Dan: derde schakel in deze zomerreis terug in Europa, op de derde internationale conferentie van de Europese Shin-gemeenschappen te Genève, met de doorluchtige maar tevens vaderlijke aanwezigheid van Honganji’s Ere-Hoofdabt Kosho Ohtani. Om daarna de rondrit te besluiten met een kort bezoek aan onze Boeddhistische vrienden te Warschau, waar ondanks het grauwe van de levensomstandigheden, het onthaal steeds zo warm is.
Door dit alles kan Shitoku enkel met diepe dankbaarheid op de voorbije zomer terugblikken. Namu Amida Butsu.
Daarom ook kijkt hij met stille vreugde in het hart (shin-gyō) naar de herfstdraden, naar de rijpende vruchten en naar de verwelkende bloemen. Hoe mooi ook het Hawaïaanse landschap was - het was niet het Reine Land. Of beter het Reine Land is niet enkel dààr. Amida’s licht tovert elke landstreek om tot het ware Reine Land… als enkel maar onze ogen ego-loos genoeg zijn…
Hoe graag toch zou Shitoku dit alles willen mede-delen met allen! Helaas, dat ligt buiten zijn bereik: welke woorden zou hij ooit kunnen vinden om dit “shin-gyō”, dit vreugde-gemoed, verstaanbaar uit te drukken? Zeker wanneer dit gemoed helemaal niet het zijn-eigene is, maar enkel toekomt aan Amida’s Gelofte-Kracht, die diepnatuurlijke werkzaamheid van het alles-omvattende Boeddhaschap.
En wanneer Shitoku, nog moe en verward van al dat vliegen en praten en luisteren, stilletjes in de zachte nazomerzon te peinzen zit over de nabije herfst die zich in de velden al aftekent en over de winter met al zijn schoon- en narigheden, - dan kan hij enkel een stamelend woord van nederigheid en dankbaarheid uiten.
Maar wat een verrassing: dat woord is niets anders dan Boeddha’s Naam: Namu Amida Butsu.
|
|
|
|
|
|
Ekō 27 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |