Het Gemoed

Het eigen gemoed is even ruim als het heelal en het heeft een kracht zoals die van het heelal. Maar het gemoed kan van velerlei aard zijn: er zijn geesten die bezoedeld zijn, andere die rein en waarachtig zijn, of wispelturig en onbezorgd, en er zijn geesten die in samādhi stilling vinden.

Er is ook het Boeddha-gemoed van Groot Wijsheidsmededogen, maar er zijn ook geesten bestemd voor de Drie Slechte Paden.

Laat uw gemoed dus afgestemd zijn op de andere geesten en ook met de dingen rondom u. Ook de dingen zelf dienen afgestemd te zijn op het eigen gemoed evenals op alle andere dingen.

Wanneer het Boeddha-gemoed zich afstemt op de gemoederen van de verdwaasde wezens onderhevig aan de massa oorzaken en omstandigheden die komen vanuit het verste tijdloze verleden en die alles geschapen hebben, dan ontstaat in de geest de grote vreugde van de één-moment-gedachte van "horen en vertrouwen".

Ekō 29

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home