In Europa, waar het Boeddhisme en zeker het Jōdo-Shinshū Boeddhisme grotendeels onbekend zijn, vragen de mensen dikwijls: “Maar die Nembutsu van jullie, wat betekent-ie, waartoe dient-ie?”.
Die mensen zijn dan verrast te vernemen dat de Nembutsu geen toverwoord is, geen magische formule om een of andere vorm van welzijn of welbehagen of zaligheid te verwerven. Daarbij komt dat die mensen van tijd tot tijd op tv een uitzending zien met Tibetaanse lama’s die hun mantra’s reciteren. Daardoor denken ze dat de Nembutsu eveneens een soort mantra, meditatieformule is.
Nog meer verbaasd zijn ze als ze te horen krijgen dat de Nembutsu zelfs geen gebed is, een vragen naar iets zoals dat gebruikelijk is in het Christendom, maar wèl en uitsluitend een daad van dankbaarheid. En wanneer ze in onze kleine tempel een dienst bijwonen, vragen ze ook welk gedeelte van onze Shin-dienst wel de belangrijkste is.
Dan zeg ik hun iets in deze aard: “Het reciteren of zingen van de sutra’s is belangrijk, maar toch is het niet het hoofdelement; zelfs de Zesvoudige Nembutsu is dat niet; ik denk dat het belangrijkste deel wel de slotformule “ekō”, de verdienstenoverdracht, is. Maar als ik er goed over nadenk, geloof ik dat het belangrijkste deel van onze eredienst, eigenlijk nà de eigenlijke dienst komt: wanneer elk van ons de handen in gasshō vouwt en voor zich, in diepe zelf-reflectie, de Nembutsu zegt, lispelt of uitroept. Want juist deze Nembutsu is onze individuele ontmoeting met de Boeddha.”
En men zou er eventueel nog kunnen aan toevoegen dat de gehele liturgie eigenlijk slechts de voorbereiding is voor die uiteindelijke maar gepersonaliseerde Nembutsu!
Onze Europese niet-Shin-Boeddhistische vrienden zijn nog meer verbaasd wanneer men hun vertelt dat deze diepgevoelige Nembutsu zijn oorsprong niet heeft in de wil of in de beslissing van de gelovige, maar ontspringt uit de diepste afgrond van ons mens-zijn, uit het Oneindige Boeddhaschap dat aan de grond van elk bestaande ligt. Het Is immers uit deze diepte dat de kracht van de Verlichting opbruist en gebruik makend van onze geest en van onze spraakorganen als van werktuigen, de NAMU AMIDA BUTSU wordt die vanuit onze lippen de wereld invliegt.
Daarom is het zo belangrijk dat we in Jōdo-Shinshū zeggen en herhalen dat het belangrijk is de Nembutsu te HOREN! Maar wat ik hierbij gauw wil toevoegen, is dit: het is belangrijk de Nembutsu te horen niet enkel in de tempel tijdens de erediensten, maar ook en zeker buiten de tempel, buiten de erediensten, in elk moment van het gewone leven van alledag. Want ware religie is niet beperkt tot enkele bepaalde plaatsen of sommige vastgestelde tijden. De Nembutsu moet overal en op elk moment kunnen gehoord en geuit worden!
Het is waar dat tijdens de diensten, volgens de regels van onze toch al simpele liturgie, de Nembutsu zijn vaste plaatsen heeft. Op het exacte ogenblik dat de dōshi (voorganger) de gong aanslaat, dan weten wij allen dat we netjes de Nembutsu dienen uit te spreken en te herhalen totdat de dōshi weer eens “dongngng!” doet. En dat doen we dan ook, juist zoals het aangeduid staat op ons papier of zoals het ons gezegd is geworden. En het kan best zijn dat we dit doen met een oprechte emotie, want het is toch in de Nembutsu dat we onze hoop en onze angst, maar vooral onze zekerheid en onze dankbaarheid fysisch hoorbaar maken.
En toch kan ik me niet helemaal onttrekken aan de obsederende gedachte dat we meestal die Nembutsu reciteren omdat het zo nu eenmaal hoort.
Blijft dan de vraag achter: is dit dan de ware, echte Nembutsu?
Eerlijk gezegd, ik geloof het niet. Ik denk dat, ondanks onze beste bedoelingen, dit een kunstmatige Nembutsu blijft. Het is niet Amida’s Namu Amida Butsu, maar een Nembutsu van eigen brouwsel, geladen met al onze ego-berekeningen.
De Nembutsu die wijzelf produceren, daarvan zegt Shinran Shōnin dat hij thuis hoort bij de “wortels van verdiensten” vermeld in de 20ste Gelofte: “Indien ik een Boeddha word en alle wezens in de tien richtingen, die mijn naam gehoord hebben, alle wortels van verdiensten planten en oprecht verlangen in mijn land geboren te worden, - en toch dit verlangen niet verwezenlijkt zien, moge ik dan de volkomen verlichting niet verwezenlijken.”
Deze Gelofte is een gelofte van “Geschikt Hulpmiddel”. Dat betekent dat, op dit stadium van onze religieuze ontwikkeling, wij het uiten van de Nembutsu gekozen hebben als een uitsluitende beoefening onder alle andere goede praktijken en meditatietechnieken die eigen zijn aan de algemeen-Boeddhistische discipline.
Toch is dit een Nembutsu die we uitspreken uit eigen beslissing en uit onze eigen kracht; hij behoort tot het domein van onze persoonlijke berekeningen (‘hakarai’). Hij is een “Jiriki-Nembutsu” een Nembutsu van zelf-kracht.
Ofschoon deze zelf-gemaakte Nembutsu niet leidt tot Geboorte in het Reine Land, kunnen we hem niet integraal veroordelen als “vals” of zelfs “verkeerd”. Shinran zegt ervan dat deze zelf-kracht Nembutsu eventueel kan leiden tot geboorte in het Grensland, of Twijfelburcht of Baarmoederpaleis, een bijna-nirvanisch bereik dat best vergeleken kan worden bij “opsluiten in het eigen intellect”.
Maar het zal alleszins beter zijn een Jiriki-Nembutsu te uiten dan helemaal geen Nembutsu, vermits zo een zelf-kracht Nembutsu volgens de 20ste Gelofte, ons toch geleidelijk maar zeker leidt tot de geest van de 18de Gelofte, waardoor wij Amida’s Licht en Leven verwerkelijken in de Ander-Kracht Nembutsu, de “Tariki-Nembutsu” die de ware Nembutsu van de grote Eenheid in Verlichting is.
We zijn bij machte de Jiriki-Nembutsu te verklaren; we kunnen hem bespreken vanuit diverse standpunten: taalkundig, historisch, psychologisch… We kunnen zijn werking en zijn gerichtheld omschrijven als een dynamiek die in een “ego” ontwikkeld werd en als een vector naar Amida Buddha wijst.
Deze vorm van zelf-dynamiek kan best vergeleken worden bij een smalle bergbeek die van de hellingen neerplonst, dan met veel, veel andere beekjes en rivieren samenvloeit om uiteindelijk in de verre grote oceaan uit te monden. Via ons ego-denken beelden wij ons in dat dit watertje onze eigen schepping is, dat wij het geproduceerd hebben uitsluitend volgens ons eigen ontwerp, door onze eigen wil en met onze eigen middelen.
Verblind door de trots van dergelijke scheppingsdaad, weigeren we verder te denken over het ontstaan van het waterloopje. Waar komt het water vandaan vooraleer het in zijn bedding stroomt; wat is er stroomopwaarts de zichtbare bron?
Elk kind weet dat alle waters op aarde opstijgen uit de grote oceaan, als wolken door de lucht drijven en als regen op de aardbodem terechtkomen. Het regenwater dringt in de grond, sijpelt door of over gesteentelagen, om na verloop van tijd te voorschijn te komen als bronnen of waterputten. Deze kringloop Is evident, is het niet?
Waarom zijn we dan zo hooghartig als het gaat om dat kleine stroompje dat we trots “onze schepping” noemen? Want zo is het ook met de Nembutsu. Zodra wij bewust worden van het feit dat ‘onze’ nembutsu eigenlijk niet ‘van ons’ is, zal de Jiriki-Nembutsu van de 20ste Gelofte zichzelf omvormen tot de Tariki-Nembutsu van de 18de Gelofte, waardoor voor ons de poort tot Geboorte in het Reine Land geopend wordt.
Op dat ogenblik realiseren we dat het water van ons bergbeekje zijn oorsprong niet heeft in ons individueel ego-bronnetje, maar dat het afkomstig is uit de grote oceaan van Wijsheid/Mededogen.
Daarmee realiseren we ook dat de Nembutsu niet onze eigen dynamiek is, maar de natuurlijke werkzaamheid van de Oneindige Verlichting zelf!
En wanneer we inderdaad konden praten en discussiëren en twisten over onze Jiriki-Nembutsu, dan komen we plots, als in een lichtflits, tot het besef dat geen enkele verklaring houdbaar is, dat er geen enkele verklaring meer beschikbaar is. Onze menselijke geest blijkt, ondanks zijn uitgebreidheid, toch nog te klein, te vastgeankerd in ons ego-denken, om het niet-discriminerend bereik van de Ander-Kracht te begrijpen. Het is zoals de Chinese filosoof Chuang-tzu het zei: “Hoe kan een kikker die zijn kort leven in een poel slijt, praten over de grote oceaan?”
Daarom is dit niet meer ‘ons’ uiten van de Nembutsu, juist zoals het water van ons bergbeekje niet meer ‘ons’ water is, maar het water van de grote Oceaan.
De ware, echte Tariki-Nembutsu is een, universeel en overal werkzaam, juist zoals het water van de oceaan aanwezig is in elk riviertje op aarde.
En deze Ander-Kracht Nembutsu stroomt doorheen ieder die hem uit. Hij is de uitdrukking van het onuitdrukbare, ondenkbare, onverwoordbare van de uiteindelijke eenheid van gelovige en Verlichting in NAMU AMIDA BUTSU.
Deze Tariki-Nembutsu is het raakvlak van mijn individueel, vergankelijk en dwaas persoon enerzijds, en Amida’s Wijsheid/Mededogen anderzijds.
Op dit raakvlak houden alle vormen van differentiatie en discriminatie op; op dit raakvlak word “ik” Boeddha en wordt “Boeddha” mij. We moeten echter voorzichtig zijn als we woorden als ‘ik’ of ‘mij’ of zelfs ‘Boeddha’ gebruiken, want ze worden betekenisloos van het ogenblik waarop ze enkel op mijn persoon betrekking hebben, dan wanneer ze in werkelijkheid betekenen “elk wezen afzonderlijk” en tezelfdertijd “alle wezens gezamenlijk en indifferent”.
Daaruit volgt ook dat, als we zeggen dat de Nembutsu een uitdrukking van dankbaarheid is, wij moeten bewust zijn van het feit dat deze dankbaarheid niet langer enkel terugslaat op de Verlichtende Kracht die Amida Buddha voor ons betekent, maar dat doorheen Amida onze dankbaarheid wordt uitgedrukt voor alle wezens in Amida en voor Amida in alle wezens.
Als een onbegrensd en onmeetbaar netwerk van Licht en Leven omspant de Oneindige Boeddha ons en elke vorm van het bestaande, van geenzijds alle mogelijke opvattingen over tijd en ruimte, vanuit de ondenkbare eenheid van het eeuwige nu en van het overal-hier, doordringt Namu Amida Butsu ons bestaan. Onze begoochelende en ontgoochelende wereld wordt aldus door Shinjin omgevormd; hij wordt in zijn totaliteit opgenomen in Namu Amida Butsu, de Naam die de Gelofte-Kracht van Wijsheid/Mededogen manifesteert en die spontaan, natuurlijk en onmiddellijk werkzaam is IN en VOOR alle wezens, welke ze ook mogen zijn.
Namu Amida Butsu.
Radio-lezing door Shitoku in een Boeddhistisch programma, Honolulu, augustus 1985
|
|
|
|
|
|
Ekō 31 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |