Woorden Van Zuiken

Wanneer je naar de Buddha-Dharma luistert enkel met een gewone inspanning, dan kan je nooit er de ware zin van snappen, ook al luister je jaren lang. Die “ware zin” van de Buddha-Dharma verwijst naar Tathagata’s Voortijdelijke Gelofte-Kracht, welke wij nooit kunnen vatten dan langs een diep en grondig overwegen als volgt: “Hoe verreikend en hoe zwaar zijn mijn slechte daden (‘zaigo’)! Hoe dwaas en laks ben ik toch!”

Het “oog” van deze diepe zelf-reflectie maakt het ons mogelijk de “Voortijdelijke-Gelofte-Kracht” te vatten. Deze “Voortijdelijke-Gelofte-Kracht” staat tegenover de “verreikende, zware slechte daden” zoals recto en verso van een blad papier.

Ik ben hier heel alleen; maar de Voortijdelijke-Gelofte-Kracht om deze persoon te redden, is ook hier. Dit wordt “Een-Dharma, een-persoon” genoemd, dit wil zeggen: de Ene Dharma, namelijk de Voortijdelijke-Gelofte-Kracht, is hier precies voor deze persoon alleen (= ik, alleen); en deze persoon alleen ontvangt de Ene-Dharma, de Voortijdelijke Gelofte-Kracht.

Zonder dit doctrine-aspect van “Een-Dharma, een persoon”, zelfs de moeilijkste of meest esoterische leringen die je zou leren en herinneren, zouden je nooit de bevrijding uit geboorte-en-dood doen verwerven.

Het is erg gemakkelijk de Voortijdelijke-Gelofte-Kracht intellectueel te benaderen; maar het is ontzettend moeilijk jezelf aan die Voortijdelijke-Gelofte-Kracht toe te vertrouwen. Je moet de Voortijdelijke-Gelofte-Kracht verwerkelijken door diepe reflectie over “dood” en “slechte daden”, maar niet door de werking van je eigen geest.

Je baserend op de realiteit van “dood” en “slechte daden”, dit zijn “verkeerde daden” van menselijke en hemelse wezens, kan je Shinjin verwezenlijken.

De kracht die ons ertoe brengt Shinjin te verwezenlijken verschijnt vanuit de binnenkant van de realiteit van “dood” en “slechte daden”. Dit is de Voortijdelijke-Gelofte-Kracht.

Ekō 31

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home