Fiscale problemen
In Ekō 32 maakten we melding van belastingsproblemen die de tempels in Japan zouden hebben en het woord belastingsfraude was gevallen. Ondertussen hebben we meer details (dan die uit de Europese pers die nogal gauw de dingen een speciale draai kan geven…) ingewonnen en ziet de zaak er weer anders uit.
De gemeentelijke overheid van Kyoto wilde een nieuw takssysteem invoeren, waarbij de toeristen die de beroemde boeddhistische tempels en shinto-heiligdommen bezoeken ertoe zouden gehouden worden bovenop de entreegelden (waarop reeds belasting geheven wordt) nog een bijkomende taks te betalen. Takshonger blijkt overal een endemische kwaal te zijn… De maatregelen om deze (Ancient City Preservation Cooperation Law) in te voeren, zouden 2 1/2 jaar na het besluit ertoe (januari 1983) van kracht worden, dus in juli 1985.
Het spreekt vanzelf dat deze bezoekerstaks heel wat stof heeft doen opwaaien. De toegangsgelden liggen al aan de hoge kant en niet alle bezoekers zijn toeristen; het zijn vooral de schoolreizen die de zwaarste klappen zouden krijgen en heel wat onderwijsinstellingen hadden laten weten dat ze van het bezoek van onder deze wet vallende nationale en historische monumenten zouden afzien.
Als protest tegen de nieuwe taks begonnen in juli 1985 enkele van de drukst bezochte tempels en heiligdommen aan de bezoekers vrije toegang te verlenen, wat de belastingsontvangers uiteraard als een uitdaging deed sidderen en wat ze meteen als een bewuste ontduiking bestempelden.
Op 8 augustus verklaarde de dakorganisatie van het protest, de Kyoto Buddhist Association, zich bereid de actie stop te zetten en naar een compromis te zoeken; ze weigerde weliswaar de taksgelden te betalen, maar schonk als “goodwill” aan het stadsbestuur een niet onaanzienlijke som.
De shinto-autoriteiten echter hielden aanvankelijk voet bij stuk, in september in deze houding gevolgd door enkele boeddhistische tempelorganisaties die het niet eens waren met het “geschenk”. Deze fiscale dwarsliggers dreigen er nu mee ofwel elk entreegeld definitief af te schaffen, ofwel gewoon de gebouwen voor toeristen te sluiten.
Hoe de zaak verder verloopt, is nog niet duidelijk.
In dit verband wil Shitoku er wèl op wijzen dat geen enkele van de grote Honganji-tempels rechtstreeks bij deze actie betrokken is, gewoon (1) omdat er in de Honganji-tempels geen entreegeld gevraagd wordt, en (2) omdat ze niet zoals Ryoan-ji, Byodo-in, Kinkaku-ji, Sanjusangen-do e.d.m. geen musea zijn, maar wèl actuele plaatsen voor spirituele beleving.
Seminario de Budismo
Op 8 en 9 maart had te Sao Paulo het Seminario de Budismo no Brasil plaats in de Templo Honpa Hongwanji do Brasil, dit ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de aankomst in Brazilië van de eerste Japanse immigranten.
Te dier gelegenheid werd op zondag 9 maart een diareeks geprojecteerd: “Europa e Nembutsu”, de Nembutsu in Europa, welke ook reeds in Jikō-ji te bekijken was.
Alfred Bloom
Alfred Bloom, een van de belangrijkste hedendaagse auteurs over het Shin-boeddhisme, hoogleraar aan de Faculteit Godsdiensten van de Universiteit Hawaï, goed vriend van Shitoku, werd aangezocht als Academic Dean voor het Institute of Buddhist Culture (IBS), Berkeley. Hij heeft deze aanstelling voorwaardelijk en voorlopig aangenomen, maar zijn karakter vol nederigheid belet hem volmondig “ja” te zeggen.
Voor Hawaï betekent dit alleszins een verlies, voor Berkeley beslist een succes.
Dr. Bloom is een afgestudeerde van de Harvard Divinity School en was lange tijd verbonden aan de University of Oregon. In de zestiger jaren werd hij geboeid door het boeddhisme; in 1974 werd hij officieel Shin-boeddhist en is sedertdien een echte drijfkracht voor de Honpa Hongwanji Mission of Hawaï.
Tot zijn grote spijt is hij in de onmogelijkheid onze juli-conferentie bij te wonen, maar hij wenst Jikō-ji al het beste toe!
Eerste Blanke Vrouw Tempelpriester
Rebecca MacDonald werd aangesteld tot “minister” van de BCA-tempel te Marin in California: hiermee is zij de eerste blanke vrouw ooit in Jōdo-Shinshū benoemd tot verantwoordelijke voor een tempel.
Er zijn in alle tijden in Honganji ook vrouwelijke priesters geweest, maar het geval van Rebecca MacDonald is een primeur: een ‘Caucasian’ vrouw die verantwoordelijk gesteld wordt voor een ‘congregation’ die hoofdzakelijk bestaat uit een 75-tal gezinnen van Japanse afkomst.
Rebecca MacDonald, grootmoeder, werkte als psychologe-raadsgever voor drug-gebruikers. In 1978 voelde zij zich ‘burned out’ door die taak en wou ze terug naar de onderwijssector. Vooraleer zij echter het schooljaar aanpakte, werkte ze tijdens de zomervakantie als hulp in een ziekenhuis, waar ze kennis maakte met een oude tengere Japanse dame die zelfs geen Engels sprak. Ze sloot onmiddellijk vriendschap met die dame en bleef geboeid door de rust en de gelijkmoedigheid die ze uitstraalde. En toen de oude dame acht maanden nadien overleed, begon Rebecca, die rooms-katholiek grootgebracht was, te zoeken naar de geestelijke achtergrond van de oude Japanse dame. Zo maakte ze kennis met Jōdo-Shinshū.
Ondanks de problemen van haar eigen leven als moeder, grootmoeder, lerares en sociale werkster, begon ze te studeren aan het IBS te Berkeley; na vijf jaar van die toch niet gemakkelijke studie, voelde zij zich klaar om het priesterschap aan te gaan en trok naar Kyoto, waar zij op 15 oktober 1985 in Nishi-Honganji “Tokudo” kreeg.
(Een andere blanke vrouw die tokudo kreeg, was Ruth Tabrah van Honolulu, een in de States bekende schrijfster; maar Ruth heeft een andere weg gekozen dan die van het tempelpriesterschap en is nuttig met haar intense en praktische geest in de tempelorganisaties in Hawaï.)
Boeddhisten In De Vervolging
- Te Hongkong zijn er heel wat Vietnamese vluchtelingen ondergebracht in afgesloten kampen. De meeste onder hen zijn uiteraard boeddhisten. Ze staan echter onder een sterke bekeringsdruk vanwege fundamentalistische christelijke geestelijken, die hun spoedige bevrijding voorspiegelen en ook warme kleren voor de winter, wanneer ze zich maar met hun gezin willen bekeren. De Boeddhisten die in deze kampen terecht komen hebben geen recht op heiligdommen of wierookstaafjes; hun vooroudertabletten worden afgenomen en verbrand; boeddhistische monniken mogen de kampen niet binnen. Alles wordt gedaan om die mensen te beletten hun eigen religie te beleven. De kampen staan onder Britse verantwoordelijkheid.
- In Vietnam zelf blijven vervolgingen en plagerijen voortduren. Talrijke monniken en nonnen blijven opgesloten (ofschoon na lang aandringen van Amnesty International twee monniken en twee nonnen vrijgelaten werden).
Ven. Thich Duc Nhuan, Algemeen Secretaris van de Hoge Raad van de Sangha van de Verenigde Boeddhistische Kerk van Vietnam werd op 6 augustus vorig jaar in zijn pagoda aangehouden; zijn huidige juiste verblijfplaats is onbekend. Beschuldigingsgronden werden niet vrijgegeven maar men kan aannemen dat deze aanhouding gebeurde in een algemene context van uitroeiing van elke vorm van boeddhisme.
- In Tibet komt de liberalisering traagjes op gang. Er worden wel tempels en kloosters terug opgetrokken, maar dan hoofdzakelijk in gebieden die voor toerisme in aanmerking komen; opmerkelijk is dat wèl de tempelgebouwen worden gerestaureerd, maar niet de verblijfsgebouwen. Bij wet zijn de rituelen beperkt tot de tempelgebouwen zelf; personen onder de 18 jaar mogen geen plaats voor eredienst betreden: dat maakt het onmogelijk tulku’s van jongsaf aan op te voeden en te vormen voor hun taak. De monniken, meestal oudere mannen, mogen slechts 5 dagen per maand besteden aan religieuze bezigheden.
Een groot gevaar dat Tibet blijkt te bedreigen, is de voortschrijdende sinizering die een onderdeel vormt van de Chinese Tibetpolitiek. Een groot aantal Chinezen wordt naar Tibet gelokt. In Lhasa vormen de Chinezen reeds 2/3 van de bevolking; men heeft berekend dat in Tibet op dit ogenblik ongeveer 6 miljoen Tibetanen leven, naast 6,2 miljoen Chinezen (de 500 000 legermanschappen niet inbegrepen). Deze Chinese immigranten krijgen van staatswege interessante leningen en beheersen geheel het economisch leven, zodat het aantal werkloze Tibetanen sterk aangroeit; Chinese boeren krijgen de vruchtbare gronden in de dalen toegewezen. In de scholen is Chinees de hoofdtaal; Tibetaans wordt als keuzevak in een aparte klas gegeven. Bovendien zijn er zoveel Tibetaanse intellectuelen verdwenen, dat het moeilijk is nog leraars Tibetaans te vinden.
- We hebben al meer dan eens het geval van de Chittagong Hill Tracts in Bangladesh aangehaald en aangeklaagd. De boeddhisten van deze streek, nauw verwant aan hun Birmaanse buren van over de grens, worden nog steeds blootgesteld aan vervolgingen ondanks het (erg stille) protest dat hier en daar, voornamelijk via Amnesty International, hoorbaar was.
In de streken waar zij eens 98 % van de bevolking uitmaakten, zijn ze nu in de minderheid en de vervolgingen gaan onverminderd voort. Volgens een onderzoeker van een boeddhistische vredesorganisatie die heimelijk de streek bezocht, zijn de door het leger van Bangladesh gebruikte methodes gewoonweg “horrific”. Tienduizenden werden afgeslacht; verkrachtingen en martelingen zijn dagelijkse kost…
- En wij maar klagen…
|
|
|
|
|
|
Ekō 33 |
|
|
|
|
|
|
Boeddha In De Wereld |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |