Onvermijdelijk staat deze julimaand in het dubbele teken van DE conferentie en van DE komst van Zenmon-sama Kosho Ohtani.
Enerzijds is er immers de dubbelconferentie van de Europese tak van I.A.S.B.S., de academische vereniging die beoogt de studie op universitair niveau van het Reine-Land- Boeddhisme te stimuleren, - èn van de Vierde Conferentie van de Shin-Gemeenschappen in Europa.
Anderzijds is er de plechtige inhuldigingsceremonie van de vernieuwde Jikō-ji. Deze dedicatie wordt geofficieerd door de hoogste dignitaris van de Honpa Hongwanji, de Ere-Hoofdabt in eigen persoon. Te dezer gelegenheid zal dan ook voor het eerst in onze contreien een kikyo-shiki, of “bevestigingsceremonie” plaats hebben. Hierbij zullen negen volwassenen uit Vlaanderen, Nederland en Duitsland plechtig in de Hongwanji opgenomen worden.
Deze gebeurtenis vervult elk van ons, na het verwerken van de voorbereidingsdrukte, met een grote vreugde en tevens een zekere trots. Uit boeddhistische bescheidenheid zouden we beslist op een wat lagere toon moeten zingen. Maar menselijk gesproken is dat toch moeilijk, wanneer we in Jikō-ji een zo geleerd gezelschap van buddhologen, filosofen, filologen en theologen uit Europa, Japan en de V.S. zomaar over onze vloer krijgen. Wie kan dan nog bescheiden blijven?
Wanneer de Ere-Hoofdabt in eigen persoon Europa’s oudste en tevens ruimste Shin-tempel komt inhuldigen, in gezelschap van meerdere Honganji-prominenten, zou dan niet elke zo noodzakelijke nederigheid aan een hevig spervuur onderworpen worden?
Dat maakt dat men de voorziene feestelijkheden onze deugdzaamheid (ZO die er wel is…) forse deuken dreigt te krijgen.
Hoe groot is dan ons geluk, dat de Gelofte-Kracht van het Oneindige Boeddhaschap, van de Voorwaardeloze Verlichting ons omvat zoals-we-zijn, met de massale, kalpa-lange opstapeling van karmisch kwaad en met onze feilen en misgrepen?
Moge dan ook die week van 16 tot 20 juli een serie hoogdagen van vreugde en dankbaarheid zijn. In die week bundelen we het intellectuele en het spirituele, het leren, denken en overwegen van de Leer, en het beleven, ervaren en uitdiepen van het Grote Vertrouwen. Laten we die week het doctrinale, cognitieve versmelten met het esthetische, het emotieve, om in de Verlichtings-Attitude (bodhi-citta) die uit de diepte van onze existentie opwelt, tot een totaal-beleven te komen, over heen onze menselijke berekeningen en voorzieningen, in de niet-loslatende omarming (sesshu-fusha) van Amida’s vertrouwensgemoed, voortijdelijke gave aan en aanwezigheid in alle wezens.
Maar na deze julimaand komen andere maanden, waarin we ons weer zullen verbeelden enkel aan onszelf overgelaten te zijn, in de bitterheid van de strijd om het dagelijkse bestaan en in de onophoudelijke confrontatie met lijden, wanhoop, mislukking, begoocheling.
Het feesten zal voorbij zijn.
Laat elk van ons dan toch toevlucht zoeken binnenin de naam NAMU AMIDA BUTSU. En de woorden van Saiichi Myōkōnin gedenken: “Het Reine Land is de deur hiernaast.”
Shitoku
|
|
|
|
|
|
Ekō 34 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |