Ikenobo

Keiko Yamamoto

Inleiding

Ikebana, het Japanse bloemenschikken, is de harmonie van mens en plant. Harmonie is de schoonheid van het één-zijn. “Ka-do”, het Pad van de Bloemen, bestaat erin in de bloemen de gelofte uit te drukken het ideaal te verwezenlijken. De harmonie van de planten, d.w.z. een bloemenschaal, is een verwezenlijkte vorm van die gelofte. De gelofte is de verwezenlijking van de ideale en volmaakte harmonie.

De zin van het Pad van de Bloemen is het pogen en het volhardend streven naar voortzetting en verwezenlijking van het ideaal.

De natuur werkt onophoudelijk op ons gemoed in. De schoonheid van de natuur onthult zich telkens opnieuw door het gemoed dat haar bekijkt. Het fundamentele streven van de Ikenobo-school is de natuur goed te bekijken en te trachten de verlangens van de planten te begrijpen, en dit door de schoonheid en de ideale harmonie uit te beelden in een bloemenschaal.

De belangrijkste richting van de Ikenobo-school bestaat erin de loodrechte vorm en de zuiverheid van kleur te eerbiedigen.

Er zijn dingen die zich in ons gemoed weerspiegelen zelfs zonder dat we pogen ze te begrijpen en die men ziet zonder te trachten ze te bekijken. Er is een licht dat alles tegelijkertijd zuiver weerspiegelt, zoals licht op zuiver water. Dit is de zuiverheid die kan uitgedrukt worden.

Alle verwezenlijkte vormen bestaan diep in het hart van wie ze verwezenlijkt. Het Pad van de harmonische verwezenlijking is te kijken, te luisteren naar de niet-gezegde woorden over de vorm en het gevoel over de kleuren te begrijpen.

Ook al gebruikt men de mooiste bloemen als materie, indien die bloemen met elkaar in tegenstrijd zijn, dan komt dit niet overeen met het Ikenobo-ideaal.

Poog dan ook de harmonie weer te geven en te verwezenlijken van planten die elkaar eerbiedigen.

Niet enkel de bloemen gebruiken als versiering van een kamer alleen maar omdat ze zo mooi zijn, maar ook niet vergeten dat het principe erin bestaat hun wederzijds bestaan te eerbiedigen.

De Ikenobo-school houdt niet van even getallen, b.v. wat betreft het aantal bloemen en/of takken. De machtsverhouding tussen de drie hoofdbestanddelen is 7: 5: 3. Ik zal u later wel die drie hoofdbestanddelen leren kennen. De Ikenobo-school poogt het nu van het vluchtige ogenblik vast te leggen en het weer te geven in een bloemenschaal.

De Ikenobo-school heeft als hoofdregel dat de drie grote takken, de drie grote delen elk hun eigen rol hebben. Men noemt ze de “Shin”, de “Soe” en de “Tai”. De techniek bestaat erin die drie delen te schikken binnen in een ongelijkzijdige driehoek.

Waarom heeft de Ikenobo-school de ongelijkzijdige driehoek en niet de gelijkzijdige driehoek als streefvorm gekozen? Omdat men tracht één van de voorbijgaande momenten af te beelden.

De ongelijkzijdige driehoek heeft het hart van de maan die nog niet vol is; dit is niet enkel de harmonie van een bloemenschaal, maar ook de harmonie met de omgeving (b.v. “Toko”, “Jiku”, “Kabe”).

Zelfs wanneer de vorm op zichzelf voorbijgaand, onafgewerkt is, zal door de relaties met de omgeving de harmonie kunnen verwezenlijkt worden.

De vorm van “twee-en-een” of van “een-en-twee” is de vorm van het harmonieus wederzijds tot waarde brengen.

Ekō 35

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

            home