Een Stem Uit Australië

George Gatenby

Uit een brief aan Nembutsu-vrienden in de VS

Jerry, ik ben het niet eens met drie punten die je vermeldt in je commentaar op mijn vorige brief. Ten eerste, is het best mogelijk dat je tot het Boeddhisme gekomen bent op zoek naar gemoedsvrede en onthechting, maar ik ben een Nembutsu-volgeling precies omdat ik ontdekt heb dat ik niet beschik over het uithoudingsvermogen noch over de spirituele diepte die nodig zijn om enig niveau van ascetische praktijk te bereiken.

Het kan best zijn dat je niet van mijn kreet houdt, maar laat me alsjeblieft mijn kreet slaken. Ik heb in mijn 43-jarig leven de hele toonschaal van de menselijke problemen die iedereen ontmoet, doorgemaakt. Mijn leven is even verward en ontgoochelend als dat van de 99,9 % van de wereldbevolking en toch zou ik het niet anders gewild hebben. Ik heb ontdekt dat gemoedsvrede en onthechting niet in mijn repertoire passen en dat ik ertoe gekomen ben deze situatie hartelijk te onthalen. Bovendien omgeeft de nembutsu me op gelijk welk niveau en herinnert me overduidelijk aan de emotionele inhoud van een erotische liefde die ik zowat 20 jaar geleden meegemaakt heb in een kortstondige verhouding. De nembutsu is net zo fysisch als spiritueel. Hij is een intens pad in mijn ervaring en omvat alles in mijn dagelijks bestaan, alles van mijn neigingen, alles van mijn vreugden en mijn leed en geheel de realiteit van mijn ondiepe, oppervlakkige en vluchtige persoonlijkheid.

Jij zegt: “Onze handen samenvouwen in nembutsu, dat is niet dàt waarover Shinran het had.” Maar wat voor dogmatisme is dat nu, Jerry? Wie zegt zoiets? Wel, volgens mijn ervaring, gehechtheid of geen gehechtheid, ik heb altijd gedacht en ik zal dit blijven denken dat juist dit ‘onze handen samenvouwen in de nembutsu’ precies is waar het bij Shinran en in de Shinshū om gaat, zelfs tot en met de uitsluiting van gelijk welke andere bedoeling. Voor mij betekent de nembutsu: “ik vind leven en dood ontzag inboezemend.”

Mijn ‘leraar’, een man voor wie ik grote lieve en diepe eerbied gevoel, was vol gehechtheid. Ondanks het feit dat hij drankproblemen, een verward persoonlijk leven en een troebele religieuze betrokkenheid had, was hij voor mij toch Amida Buddha! En hij kwam ‘voor mij alleen’ juist op het ogenblik dat ik klaar was hem te ontvangen. Hij had geen gemoedsvrede, maar hij was een mens van Shinjin.

Ik geloof dat wij er allen goed aan zouden doen een klare kijk te hebben op de redenen waarom wij ons tot de Jōdo-Shinshū bekennen, en dit steeds weer opnieuw te doen. Ik zou erg verbaasd zijn moesten we tot de ontdekking komen dat Shinjin hetzelfde betekent als innerlijke rust. Het is beslist niet satori. Ik begrijp Shinjin niet, zeker niet zoals het beschreven wordt in heel wat Shinshū-publicaties. Het gaat mij beslist te boven, maar ik kan me niet voorstellen dat het een of andere drug zou zijn of een soort emotionele of intellectuele hoogte of laagte. Ik denk dat het veeleer iets moest zijn als in het gedicht dat een vriend van me schreef, met de titel ‘satori’:

Hier staande
de golven slaan tegen mijn enkels.
Hoe ontgoochelend,
wat een ontgoocheling.

Wat mij betreft, kan de ontgoocheling van het leven volkomen omvat worden. Ze kan zonder veel troebels aanvaard worden.

Ik was dertien jaar aan een stuk een Christelijk geestelijke; daar ben ik uitgestapt omdat ik op een eerlijke manier verder kon leven in de nembutsu. Dat bijelkaar vouwen van de handen heeft me nooit ontgoocheld, ondanks het verlies van vrienden, broodroof en vernedering. Ik ben daardoor vrij geworden voor een eerlijk onderzoek dat, naar ik meen, nooit zal ophouden. Toch is er in dit nieuwe onderzoek, in dit voortdurend buigen voor het nieuwe leven, het nieuwe inzicht en de nieuwe omstandigheden, van tijd tot tijd grote vreugde, groot avontuur.

Het is mogelijk dat ik een oppervlakkig, ondiep mens ben, maar voor iedereen die verlangt zich te wagen in een nieuw en vrij bestaan van ontdekking en verering, zou ik toch de raad willen geven ‘samen met mij de handen in nembutsu samen te vouwen, nu, zo, enkel zo, net zoals je bent.’ Namu Amida Butsu.

(Naar een brief, opgenomen in de gepolycopieerde publicatie “Nembutsu Circle of Friends Letter”, San Francisco, USA)

Ekō 36

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

            home