Vreemdheid En Verbondenheid

Danielle Girardin

Het treft me steeds weer hoe we in de Leer van de Boeddha het beeld hanteren van de verbondenheid van alle wezens, en tegelijk ten volle elk wezen als een unieke en eenmalige bestaansvorm erkennen. We drukken de verbondenheid van alle wezens uit in concepten als de ‘Boeddha-natuur’, als de ‘diepe natuur van alle wezens’, zonder onderscheid. We maken de verbondenheid aanschouwelijk in metaforen, zoals het beeld van het net waarin de wezens met elkaar verbonden zijn zoals de knooppunten van de draden, en dat trilt in zijn geheel wanneer het op één plaats wordt aangeraakt. En tegelijk treft ons de vreemdheid en het radicale onderscheid van elk wezen.

Wanneer we kijken naar de bewegingen van een vleermuis, hoe ze vliegt, hoe ze onverwacht zwenkt, responsen vertonend op omgevingsfactoren die wij niet eens waarnemen, en wanneer we ons onthouden van allerlei antropomorfe projecties, dan moet het ons wel opvallen hoe vreemd dit wezen is. We weten niet wat het is een vleermuis te zijn; we weten niet wat het is een wereld te ervaren die de wereld van een vleermuis zou kunnen zijn. We kunnen natuurlijk allerlei wetenschappelijke experimenten uitvoeren en we kunnen daarin zelfs zó ver gaan dat we het wezen dat we willen begrijpen totaal vernietigen. Maar de kennis die ons dit oplevert, zal ons niet helpen te weten wat het is te ervaren zoals een (of beter deze) vleermuis ervaart. Er blijft iets ongrijpbaars: de vreemdheid van een ander wezen.

Ik spreek hier over een vleermuis, maar we zijn omringd door zulke bestaansvormen, en zij alle zijn vreemd. Want wat kan het betekenen een wereld te ervaren die de wereld van een ander mens zou kunnen zijn? En dan heb ik het niet eens over mensen uit verre culturen of voorbije perioden in onze geschiedenissen. Maar ook zij die we al zo lang kennen dat ze tot ons eigen bestaan zijn gaan behoren, ook zij zijn ongrijpbaar vreemd.

Iemands gelaat kan ons vertrouwd zijn, iemands stem, iemands lichaam. Maar ook dan, wanneer we werkelijk kijken, treft ons de vreemdheid van een ander wezen. Want zelfs voor onszelf zijn we ongrijpbaar. We kunnen natuurlijk aan introspectie doen of aan psychoanalyse, en meer kennis verwerven van onze eigen diepten en een rijke woordenschat uitbouwen om alle nuances ervan te communiceren. Maar dit is niet wat ik bedoel. Want de vreemdheid die ik bedoel kan niet gekend worden, ze kan niet verward worden, ze kan enkel getoond worden, - of beter: ze toont zich steeds, in de onuitspreekbare onmiddellijkheid van mezelf en alle bestaansvormen die mijn wereld constitueren, mijn unieke verschijningswereld, voor mij, voor mij alleen.

Maar deze vreemdheid, ze scheidt ons niet, alsof we gedoemd zouden zijn tot onszelf en niets dan onszelf, zoals het eenzame ik van de existentialisten, het toevallige subject aan de rand van het Niets. Integendeel. Het is juist in deze vreemdheid dat ik onverwoordbaar de vleermuis zie in haar andersheid. Het is juist in deze vreemdheid dat de ander en ik elkaar werkelijk ontmoeten. Het is juist in deze vreemdheid dat alle wezens verbonden zijn, ongrijpbaar anders, maar onlosmakelijk verbonden.

In het christendom en in het humanisme wordt de radicale uniciteit van het individuele wezen erkend: in het christendom - tenminste voor elke mens - een persoonlijk oordeel en een persoonlijke onsterfelijkheid; in het humanisme een persoonlijke onherroepelijke dood. De uniciteit wordt hier erkend, maar ten koste van de verbondenheid. In het brahmanisme is het net andersom: alle wezens zijn één in Brahman als de ultieme zijnsgrond, maar de unieke andersheid van elk wezen wordt prijsgegeven als een illusie.

Maar in de Leer van de Boeddha aanvaarden we beide: én de vergankelijke andersheid van elk wezen, én de verbondenheid van allen. En dit is voor mij de betekenis van de metafoor van het pad waarop alle wezens als mijn medegangers en ikzelf zich bevinden: elk van ons gaat zijn unieke weg, en juist hierin zijn we verbonden, en juist hierin leren we elkaar te aanvaarden, hoe vreemd de weg van een ander wezen mij ook kan toeschijnen.

Namu Amida Butsu

Ekō 44

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

            home