Editoriaal - Amida En Gautama

In de biografie van Shakyamuni Buddha is er een overduidelijk scharnierpunt: de Verlichting onder de Bodhi-boom.

Datzelfde scharnierpunt kan in zekere zin aangewend worden om de aspecten van zelf-kracht en Ander-Kracht te situeren.

Prins Siddharta ontdekt het lijden in zijn diverse vormen; hij wil er de ware aard en de oorsprong van vinden om er een einde aan te stellen. Daarom ‘verlaat hij het huis’: koninkrijk, weelde, vrouw, kind. En hij trekt het ascetische leven in, aanvankelijk van leraar tot leraar, dan in eenzaamheid strevend, zoekend naar het antwoord op zijn verscheurende vragen.

Zo is hij de Mens die het Pad opgaat, met alle kracht en inzet en verbetenheid die zijn bijzonder gunstige karmische instelling hem biedt. Doorheen yoga-technieken bij zijn leermeesters Arada Kalama en Udraka Ramaputra, keiharde ascese die hem tot de rand van de afgrond voert, en de meditatieve strijd met Mara, de grote verleider, werkt hij zonder onderbreking aan zichzelf, voor zichzelf een lamp zijnde.

Onder de Bodhi-boom gebeurt HET dan eindelijk: inzicht in het lijden, in de oorsprong van het lijden, in de opheffing van het lijden en in het Pad dat voert naar die opheffing van het lijden; inzicht in onze bestaanservaringen zo diep getekend door begeerte, haat en dwaasheid; onze onderwerping aan onvoldaanheid, veranderlijkheid en vooral niet-zelfheid.

Dat is het hoogtepunt verworven door zijn zelf-kracht. Het streven van Siddharta is de vervulling van zijn zelf-kracht. En Siddharta heeft dit met succes volbracht.

Maar dan geschiedt de grote omkering van het gemoed, de verlichting. Niets is hetzelfde gebleven. Er is vanaf de verlichting geen Siddharta meer, maar een Verlichte, de Wijze van de Shakya’s: Shakyamuni Buddha. En de Verlichte wordt de Verlichter. Hij is het Boeddhaschap geworden, hij manifesteert de Verlichting, het Oneindige Licht: Amida.

Dan staat hij op uit de meditatiehouding waarin hij eeuwenlang nog afgebeeld wordt, en hij GAAT.

Hij gaat naar de wezens toe. Eerst naar de vijf die hem in de steek gelaten hebben. Hij is Groot Mededogen, ook voor de dwazen en afkerigen. Dan gedurende vijfenveertig jaar naar allen die hem horen willen: koningen, prostituees, sjamanen, sramanen, brahmanen, smeden, kooplui, gangsters, ministers, artsen, zijn eigen vrouw, zijn eigen zoon ook. Hij gaat naar allen zonder enig onderscheid: Hij is Ander-Kracht geworden. Hij brengt de Leer, hij is de Leer.

Daarom wordt de Ander-Kracht-Boeddha niet meer zittend, maar staande of gaande afgebeeld in de boeddhistische iconografie, lichtjes voorovergebogen naar de kleine dwaze wezens die we zijn. Want als wij niet tot bij de Verlichting geraken, dan komt de Verlichting tot ons. Want Amida komt tot ons, zoals Boeddha Gautama naar zijn tijdgenoten ging.

En zoals Gautama sprak tot zijn tijdgenoten, zo spreekt Amida onophoudelijk in ons: zijn stem is de Nembutsu.

Horen jullie ze ook?

Gassho en Namu Amida Butsu

Shitoku

Ekō 45

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

            home