Uiteindelijk Loopt Het Goed Af...

Myoukai Rutger Franck

“Het Gemoed van Vertrouwen en Diepe Overgave
Diep beseffen dat alles uiteindelijk goed uitvalt,
dat alles uiteindelijk altijd goed afloopt.”

‘k Geloof dat ik gerust mag stellen dat het keerpunt van de Jodo-Shinshu-Leer het best kan beschreven worden met dat ene cruciale moment van Shinjin.

Shinjin is in Jodo-Shin een fundamenteel concept dat we in het Nederlands het meest accuraat en het duidelijkst kunnen vertolken door “Gemoed van Vertrouwen en Diepe Overgave”.

Een van de ‘heilzame’ uitwerkingen hiervan is het diepe besef dat alles uiteindelijk goed afloopt.

Ik zou dat, aan de hand van enkele voorbeelden, willen illustreren.

Als eerste voorbeeld, wil ik een episode uit de biografie van Shinran Shonin citeren, een verhaal dat treffend de unieke kracht van het diepe vertrouwen in Amida Buddha toelicht.

Eens was er een Yamabushi (1), Bennen, die door het groeiend succes van de Jodo-Shinshu uitermate vertoornd was en het besluit nam Shinran Shonin te doden. Hij was zo diep in de greep van zijn blinde drift dat hij besloot Shinran in een dodelijke valstrik te lokken, in een nauwe kloof waar de Shonin op een bepaald ogenblik moest doorreizen.

Maar de Shonin veranderde op het laatste moment zijn reisroute, nam een andere en langere weg en ontsnapte zo aan een gewisse dood.

Gefrustreerd door deze mislukte aanslag, werd Bennen wild van razernij en nam hij het besluit Shinran met eigen handen te doden in diens huis. Shinrans vrienden hadden intussen kennis gekregen van de moordlustige intenties van Bennen en zij haastten zich om hun meester van het dreigend gevaar op de hoogte te brengen. Ze wilden hem vooral ertoe aanzetten de stad te ontvluchten.

Nochtans, tot ieders ontzetting, weigert Shinran te vluchten. “Alles wel beschouwd,” is het standpunt van Shinran, “als deze man zo overstuur is dat hij iemand wil doden, dan heeft die man meer hulp nodig dan om het even wie. Wat zo iemand nodig heeft, is de bevrijdende boodschap van Amida Buddha’s Mededogen. Het is dan ook mijn taak deze man te ontmoeten en hem te confronteren.”

Toen de Yamabushi aan het huis van Shinran aankwam, trachtten Shinrans vrienden deze een laatste maal ertoe te bewegen de vlucht te nemen, maar tevergeefs. Shinran schenkt geen aandacht aan hun bidden en smeken. Hij loopt gewoon naar buiten in zijn tuin om Bennen het hoofd te bieden. Shinran zegt geen woord. Hij loopt traag maar zeker naar de man die hem letterlijk naar het leven staat. Zonder aarzelen. Maar in volle overgave aan de Kracht van Amida.

Wanneer hij tegenover Bennen komt te staan, valt deze onverwacht snikkend op zijn knieën, smeekt Shinran hem te willen vergeven en hem de Leer te willen onderwijzen.

Inderdaad een aangrijpende episode. En ook een treffend voorbeeld van het vertrouwen van Shinran Shonin. Wij sterven niet vooraleer het uur van onze dood aangebroken is (een vanzelfsprekendheid misschien, maar die we boeddhistisch dienen te interpreteren), en het is ook normaal dat we sterven wanneer het (karmisch) moment aangebroken is. Zo zou je ook kunnen stellen dat ‘vrezen’, ‘angst hebben’, overeenstemt met een gebrek aan vertrouwen in de Andere Kracht: die van Amida.

Dit fragment uit het leven van Shinran Shonins verbanning illustreert treffend dat ons leven een loutere aaneenschakeling is van doodgewone, alledaagse, maar soms ook doodsgevaarlijke momenten, die alle onvermijdelijk een goede afloop kennen, vroeg… of laat.

“Voor een boeddhist bestaan er fundamenteel enkel twee soorten omstandigheden: die, welke meteen goede resultaten opleveren (2) en die, welke eerst negatieve resultaten opleveren en waarvan de goede gevolgen op zich laten wachten en pas nadien merkbaar zijn (3).” (Kiyosawa Manshi)

Als tweede voorbeeld neem ik de aangrijpende oproep die we enkele maanden geleden konden lezen in vele kranten, tijdschriften en publicaties van humanitaire organisaties. Deze oproep ging uit van een Engels tienjarig jongetje dat al enkele maanden als kankerpatiëntje in een ziekenhuis verzorgd werd.

Ondanks zijn erg jonge leeftijd, besefte dit jongetje goed dat hij niet lang meer te leven had. Maar hij had nog één laatste wens, namelijk zijn naam vermeld zien in het Guinness Book of Records als recordhouder van het aantal ansichtkaarten. Wel een heel uitzonderlijke wens als je weet dat je dagen geteld zijn, ook al ben je maar 10. Maar ook voor dàt jongetje loopt alles uiteindelijk goed af. Ook voor hem is het leven niet vergeefs.

Als derde voorbeeld denk ik aan vrienden en kennissen, misschien familieleden die plots uit ons midden weggerukt worden. Vrienden die al door Amida’s Mededogen ‘vastgegrepen’ zijn (ik denk hier b.v. aan onze vriend Luc Lammens die ik persoonlijk gekend heb). Maar ook aan de familieleden en kennissen uit onze omgeving voor wie het leven vaak uitzichtloos, zinloos, hopeloos is of was. Ook voor deze laatsten valt alles uiteindelijk goed uit.

Dat is ook mijn persoonlijke ervaring wanneer ik nu terugblik op lange jaren van vallen en opstaan, zoeken en tasten naar een verklaring voor de vele vragen naar het hoe en waarom van ons bestaan op de weg van onze samsara.

Dit alles, vrienden, kan niet anders dan ons gevoel van dankbaarheid versterken. Gevoel dat opwelt uit het Gemoed van Vertrouwen en Overgave, dat ons de zekerheid geeft dat alles uiteindelijk goed afloopt. Dat alles uiteindelijk goed uitvalt.

Namu Amida Butsu.

(1)       Yamabushi: bergasceet, aanhanger van de Japanse Shugendo-(Shinto-)sekte. “Zij beklimmen heilige bergen, worden bezeten door geesten en drijven boze geesten (Hara’s) uit. Zij verplichten bovendien de inwoners van omliggende dorpen de wil van de Kami-(Shinto-)geesten uit te voeren.” Vrij vertaald uit “Dictionary of Religions” (Jn. R. Hinnells, Penguin).

(2)       Jun-en in het Japans.

(3)       Gyaku-en.

Ekō 47

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

            home