Er woedt op het ogenblik in de media en in het staatsbestel een campagne tegen tabak. Tabak zou immers oorzaak zijn van longkanker en heel wat wensen (in Vlaanderen wel ‘enkele honderden’) sterven eraan. En doordat roken zo een misdaad tegen zichzelf en tegen de omgeving is, zo een zelfvernietiging, willen de regeringen er iets aan doen. Het eenvoudigste zou natuurlijk zijn het gebruik van tabak te verbieden, waar parlementarisch is dat niet haalbaar. Bovendien leveren de belastingen en accijnzen op tabak miljarden op aan een steeds lekkere staatskas. Dan maar zijdelings ingrijpen - of doen alsof men ingrijpt: reclame voor tabak verbieden.
Jullie weten waarschijnlijk wel dat ik lange jaren terug een niet-roker geworden ben. Niet doordat mijn vader aan longkanker overleden is, maar omdat ik op een zeker ogenblik zo een dramatisch effect van mijn verslaving - ik rookte dagelijks zo een twee pakjes blauwverpakte maar tabakszwarte Gauloises - dat ik op een zeker ogenblik besloot het roken te laten. Dat is nu zowat dertig of vijfendertig jaar geleden, en als het nu gebeurt dat ik in Jikoji al eens een opmerking durf te maken over de grijze wolken die het uitzicht beginnen te benevelen, dan is dat heus niet uit een anti-tabakfanatisme. Ik gun ieder zijn sigaretje. Maar in de voorziene wetgeving vind ik geen plezier. Overigens de ministers ook niet, want het zijn alle rokers (waar betalen zij wel accijnzen op hun tabak?).
Neen. Ik vind absoluut geen plezier in enig verbieden: het ruikt immers teveel naar schijnheiligheid.
Primo: ik heb iets tegen ‘wetten’. Hoe meer wetten, hoe meer bandieten, zie toch die oude Chinese wijze. Toegegeven: het is vaak nodig het mensengedrag in te dijken. Maar toch… Wie kan nog geloven dat wetten, zo ze niet door straf, angst en geweld gesanctioneerd worden, de wensen beteren?
Secundo: een recent en blijkbaar betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek zou uitgemaakt hebben dat van alle longkankerpatiënten er slechts 30 rokers zouden zijn. Mijn vader was roker en hij stierf o.a. aan longkanker. Maar wie kent ergens in zijn omgeving niet het levensverhaal van die rokende drinkende ouwe oom, die op zijn 92 stierf door van zijn fiets te vallen? Zuiken Inagaki, mijn diep gerespecteerd mester, was een kettingroker (wat me n.b. aanvankelijk toch ergerde…), tot op zijn 96 jaar.
Tertio: ik geloof dat het legaal tegen zichzelf en tegen zijn wil beschermen van de staatsburger (een politieke ziekte van deze tijd) het risico inhoudt in te druisen tegen de - misschien wat verouderde - grondgedachten van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid, waarop wij en onze politici zich hei zo graag beroepen.
Quarto: ik ben humanist genoeg om ondanks alles te geloven dat de (meeste) mensen aansprakelijk genoeg zijn, allicht niet om te weten wat zij te doen en te laten hebben, maar dan toch om hetgeen ze gedaan en gelaten hebben te assumeren. Wanneer ik liever aan de geïncrimineerde longkanker sterf dan mijn sigaretje te laten, en als dat niemand anders schaadt dan mezelf, dan is dat mijn goed recht als vrij en verantwoordelijk want meerderjarig en stemgerechtigd burger van een democratische rechtsstaat.
En quinto: omdat niet het roken van tabak de ware oorzaak is van mijn lijden en sterven. Ik zou b.v. de vraag kunnen opwerpen: waarom rook ik? Zelfs als ik vermoed dat roken “de gezondheid schaadt”, waarom blijf ik roken? Of zou er voor roken, lijden en doodgaan niet ergens een andere grond zijn? Als ik niet rook, word ik dan onsterfelijk? Als ik kanker vermijd, ga ik dan nooit meer dood? Ontsnap ik dan aan de dood? Als adept van de Leer van de Boeddha heb ik de overtuiging dat geboorte-lijden-dood een heel andere oorzaak heeft dan het roken van een sigaretje: ik rook, ik lijd, ik sterf door het samenspel van begeerte naar, gehechtheid aan en ego-denken over. Mijn gehele lijdensbestaan, roker of niet-roker, is herleidbaar tot de ik-convergentie van passies, aversies en dwaasheid.
Bovendien komen er nog andere consideraties bij kijken. Wil men ècht alle doodsoorzaken ernstig aanpakken, dan moeten de regerende machten veel verder gaan dan het verbieden van tabak of publiciteit voor tabak.
In onze landen van vrijetijdsbesteding en verkeersongevallen sterven er meer mensen op de baan dan van het gewraakte tabaksmisbruik. Onze media staan daarbij vol van reclame voor mooi-ogende snelle sportieve prestigieuze vrouwenverrukkende wagens, met snelheden die alle snelheidsbeperkingen te boven gaan. En zó verleidelijk. Toch kan/wil men zelfs publiciteit hiervoor niet verbieden. Er vallen bovendien zoveel mensen van een trapladdertje dat men zich afvraagt of…
Om al die redenen komt mij dit verbod op tabaksreclame absurd en verdacht voor. Moeten we via deze wetgeving al het andere vergeten, uit het oog verliezen, doen alsof het niet bestaat? De 30 oorlogen die er momenteel woeden. Epidemies, dorst en honger in Soedan, Bangladesh, Liberia, Zuid-Amerika. De onoverzienlijke drugs en de hallucinogene tv-programma’s. De migranten en hun molotovcocktails. De kanslozen, de kansarmen. De corrupte ambtenaars en ministers, de knoeiers in het groot en in het klein. De politieke zwenkingen en de diplomatieke witwasserijen.
En toch, dames en heren, zullen wij allemaal sterven. Is het niet van longkanker, dan zal het van aids zijn, of van dysenterie, stress, overvoeding, ondervoeding, van korte asem of van mist op straat. Of dood-gewoon omdat het er tijd toe is.
Let wel: mijn bedoeling is zeker niet tabak of roken of longkanker goed te praten of heel gewoon te vinden. Ik meen evenwel dat we ons, op straffe van verloren lopen, wel moeten verzoenen met de existentiële situatie, de “condition humaine” waarin we - sedert het begin van de beginloze tijd hineingeworfen zijn. Niet zich erbij neerleggen, maar aanvaarden, assumeren, zoals de bokser de vuistslagen van zijn challenger aanvaardt.
En het Oneindige Mededogen aanvaardt elk van ons, juist zoals we zijn. Dat is de spirituele natuurlijkheid. Jinen-honi: de zoals-het-is-heid. Die van rokers en niet-rokers, sociale spookrijders en religieuze goochelaars, hese zangers en zoetgevooisde heiligen, wijsneuzige filosofen en ecologische pinocchio’s, kaartlegsters en kaartentrekkers…
(Maar dacht u ècht te stoppen met roken als er geen reclame meer voor is?)
Gassho en Namu Amida Butsu.
Shitoku
|
|
|
|
|
|
Ekō 49 |
|
© 2004 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |