Blindelings geloven, dat is iets dat een boeddhist helemaal niet past, en zeker en natuurlijk niet - sommige kwasprekers ten spijt - een Shinboeddhist. Maar wie zou er in het voorjaar van 1978 (Eko 1) ooit geloofd hebben dat het wat stuntelig gestencilde Eko het tot (ten minste…) 50 edities zou brengen?
Het volstaat rondom je te kijken hoe tijdschriften en newsletters, al dan niet op kunstpapier, onophoudelijk komen en gaan. Hoe ongelooflijk is het toch hoe Eko, beginnend als een 1-mansperiodiek(je) zonder publiciteit, zonder abonnementsgeld, zonder subsidies, kan uitgroeien tot een blad met toch wat body and soul.
Precies dàt feit van blijvende interesse, van zo goed als vaste (onbetaalde) medewerkers en van een toenemende diversiteit, is teken van beantwoorden aan een actuele behoefte.
Hiervóór sprak ik zo-even van een 1-mansperiodiek. Kenner und Liebhaber weten hoe ik, in jongere, maar daarom niet gekkere jaren, dat nog wel gedaan heb; maar dan hoofdzakelijk in de Antwerps-literaire chaos van de jaren ‘55-‘65. Ofschoon voordien al het ‘tijdschriftje’ Magga door mij gepubliceerd werd in het kader van de ‘werking’ van het Centrul voor Boeddhistische Studie en Voorlichting… Maar dat behoort tot de boeddhistische archeologie van Vlaanderen.
Wanneer ik nu, tezelfdertijd trots en nederig, die eerste Eko-jaargangen overloop, dan moet ik alleszins vaststellen dat er in Eko sedertdien toch een en ander veranderd is. Namelijk:
1° dat Eko nu geen 1-mansperlodiek(je) meer is, maar wel de spreekbuis van de Jikoji-gemeenschap;
2° dat vroeger het leeuwenaandeel van de gepubliceerde teksten bestond uit overnames van Japanse of Amerikaanse komaf - maar tegenwoordig gaat het om een werkbare meerderheid van originele eigenlandse bijdragen uit Vlaanderen, België, Noord-Nederland.
Daar waar men zo vaak spreekt in dwaze of wanhopige termen over een noodzakelijke verwesterlijking van het verre-oosterse boeddhisme, daar is m.i. Eko een getuigenis van de mogelijkheid tot echte acculturatie van de Leer van de Boeddha, waarbij wèl culturele patronen een deuk kunnen krijgen, maar de inhoud zelf van de Leer zijn oorsprong getrouw blijft. Het boeddhisme wordt zinloos wanneer men het blijft zien als aziatisch-exotisch als men de kleren neemt voor de mens… Er mag geen cultuurbarrière zijn. In de Leer van de Boeddha is ze niet, waar wij hebben wel de neiging die op te trekken, ‘Ons boeddhisme moet Europese kledij dragen, Europees denken en spreken (in de volkstaal, zei Gautama, en wanneer het er in Jikoji aleens wat té Antwerps aan toe gaat, dan voel ik achter mijn rug de Boeddha schaterlachen!).
Naar geloof me of niet: er is aan Eko ook nog een andere kant, waar men minder over praat als ware het de achterkant van de maan.
Pas d’argent, pas de suisse. Dat Eko sedert 1978 is kunnen blijven bestaan, dat is, ook qua financiën, zeker te danken aan de inbreng van zijn vrienden-lezers. Tja, vanuit Japan bezorgt de I.A.B.C. ons natuurlijk een zekere materiële steun. Op het moment is die steun groot genoeg voor het financieren van één van de vier jaarlijkse nummers, plus de port een jaar lang. Beslist het grootste deel van de sponsoring komt van u, lieve lezer, vanaf het verfrommelde briefje van 100 in de dana-pot tot en met de (soms) aanzienlijkere stortingen op onze bankrekening.
Bijwijlen bekruipt me de vrees dat er geen volgend Eko kan zijn, gelet op de rode cijfers in het kasboek. Maar hoe het precies komt, dat weet ik niet, maar telkens als de nood het hoogst was, kwam Amida tussenbei en stortte hij (allicht onder een andere naam, of zelfs naamloos) nèt dàt wat we nodig hadden… Geloof het of niet…
Dat Eko, buiten redactie en financie, ook nog een brok materieel werk met zich meebrengt, dat spreekt vanzelf. Op dit moment hebben we nog geen efficiënte werkverdeling. Praktisch gezien, organisatorisch moet er nogal heel wat geïmproviseerd worden. Maar mettertijd komt ook dat in orde, hoor.
Daarbij, van deze prijs- en klaagzang gebruik makend, wil ik zeer uitdrukkelijk mijn dank betuigen aan de mensen van Jikoji, aan Hubert, Katrien, Fran(c)k, Daniëlle, Bruno, Joske (nee man, we vergeten je niet!), Peter, Lut en haar zoons, Alain, Josée, Marcel, Betty, Bert en Sandra, - ook aan onze steunpilaren in Japan, de Zenmon, wijlen Yamasaki Sensei, Doki, Asuka, Hisao, Esho Sasaki en zijn lieve echtgenote, Esho Muraishi, noem maar op, - aan de vrienden in Hawaï en in de States: Ruth, Connie, Yogi, Tsuji, Alfred, - aan de vrienden in Europa, Jack, Friedrich, Jérôme, André, Gerhard, Agnieska, - aan de vele bekenden en onbekenden die Eko mogelijk gemaakt hebben, mogelijk maken.
Dus om toch te besluiten zonder een heel telefoonboek op te sommen, vooral dank aan Amida, aan Gautama Shakyamuni, aan Nagarjuna en de zovele wijzen uit India, China en Japan. Bijzonder aan Shinran Shonin. Persoonlijk aan mijn diverse meesters, vanaf Sirinyana Bhikkhu (in 1952) tot en met Inagaki Zuiken.
Vooral aan Amida’s Gelofte-Kracht van het Grote Mededogen voor alle wezens zonder onderscheid, hoe die ook zijn.
En wie was het ook weer die zei dat Eko een 1-mansperiodiekje is? Dat moet beslist een grote dwaaskop zijn.
Shitoku
(met een feestpluim op zijn hoed)
|
|
|
|
|
|
Ekō 50 |
|
© 2004 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |