Trikaya - De Drie Boeddha-lichamen

De Drie Aspecten van het Boeddhaschap

De drie belichamingen van het Boeddhaschap - of Trikāya zijn de verschillende aspecten van de Werkelijkheid (1) gezien in het perspectief van de Verlichting. Het gaat hier niet om drie verschillende, afgescheiden ‘lichamen’, maar om verschillende aspecten van de Ene Boeddha: de verwerkelijking van Zo-heid.

Dharmakāya: Zo-heid in haar absolute aspect is vormloos, kleurloos, naamloos; ze staat geenzijds van dualistische redeneringen en verbale omschrijving. Het is zoals een oneindig grote cirkel zonder omtrek die bijgevolg overal zijn middelpunt heeft. Daardoor is Dharmakaya onvoorstelbaar voor het conventionele kennen. Het is zonder begin en zonder einde.

Nirmanakāya: Prins Gautama werd de Verlichte, de Boeddha, op het moment dat hij de Ware Werkelijkheid ervoer. Deze Ware Werkelijkheid, de Zo-heid ‘betond’ lang vóór de historische Boeddha leefde, maar ze was op dat moment nog nooit door iemand in tijd-en-ruimte in haar volheid ervaren. Deze realisering geschiedde door de historische Boeddha. Op deze wijze werd het onvoorstelbare voorstelbaar, het ondenkbare denkbaar.

Inzicht in de Ware werkelijkheid is prajña. Het oog van de wijsheid heeft inzicht in de reële oorzaak van mistevredenheid, smart, eenzaamheid en frustratie die in de menselijke maatschappij de drijfveren zijn van onze existentiële conditie. Als gevolg van dit inzicht wordt het ‘hart van wijsheid’ tot handelen aangezet. Deze beweging van het gemoed is karunā, wat we meestal weergeven als ‘mededogen’. De uitdrukking van dit Mededogen is de ontplooiing van Boeddha’s persoonlijkheid. Dit begon met de Eerste Leerrede te Benares, zette zich voort doorheen de evolutie van het Boeddhisme in de ontwikkeling van de verschillende scholen en gaat zo verder in het tijdloze nu.

De Ware Werkelijkheid, gevat in de verwezenlijking van de historische Boeddha, vindt een einde op het ogenblik van Boeddha Gautama’s dood. Dit voor ons voorstelbare aspect van het Boeddhaschap heeft bijgevolg een begin en een einde.

Sambhogakāya: Vanaf het ogenblik dat de historische Boeddha stierf, werd de Ware Werkelijkheid die doorheen zijn persoonlijkheid en zijn leringen voorstelbaar geworden was, a.h.w. onzichtbaar voor de menselijke geest. Maar de Werkelijkheid die de Boeddha in tijd-ruimtelijke concepten gemotiveerd had, die bleef. Dit wil zeggen dat de spirituele inhoud van zijn persoonlijkheid nu aan waarde en betekenis won.

Dat wat in deze optiek van de Ware Werkelijkheid als voorstelbaar en kenbaar overblijft - niet in de historische Boeddha want die is niet meer, en ook niet in het absolute aspect van het Boeddhaschap want dat is onkenbaar - dat is Amida Buddha.

Het is onmogelijk Dharmakaya te verwezenlijken, want deze Dharma-belichaming is onvoorstelbaar; het is zinloos zijn toevlucht te nemen tot Nirmanakaya, want de historische Boeddha is niet meer. Maar de kern, het hart van Nirmanakaya, dat Dharmakaya is, leeft voort in het tijdloze nu als Sambhogakaya: Amida Buddha. Dit aspect van de Ware Werkelijkheid heeft dus wèl (in onze ogen althans) een begin, maar geen einde.

Wanneer we in dit verband spreken van de Drie Aspecten van het Boeddhaschap in termen van begin en einde, mogen we de onderlinge relatie als volgt voorstellen:

1

Absolute Dharmakaya

zonder begin en zonder einde

2

Spirituele Sambhogakaya

met begin maar zonder einde

3

Historische Nirmanakaya

met begin en met einde

Het absolute is onvoorstelbaar; daarom wordt het beschreven als zonder begin en zonder einde. De historische wereld maakt deel uit van onze ervaring van alledag en wij stellen het ‘leven’ voor als met een begin (‘geboorte’) en een einde (‘dood’). Amida Buddha, de Spirituele Sambhogakaya, wordt beschreven als met een ‘begin’ (Dharmakara Bodhisattva), maar zonder einde, wat verwijst naar Amitabha Buddha als Onmetelijk Licht en Onmetelijk Leven.

Het absolute aspect: Dharmakaya

Een cirkel zonder omtrek: zonder begin en zonder einde; vorm- en kleurloos, onvoorstelbaar, ondenkbaar, onverwoordbaar.

Het historische aspect: Nirmanakaya

Eénheid als kern van de mens: met begin (geboorte) en einde (dood) van Sakyamuni Buddha (voorgesteld als vierkant), wiens verlichting de verwezenlijking van Zo-heid is (voorgesteld als cirkel).

Het spirituele aspect: Sambhogakaya

De Zo-heid als tijdloos spiritueel principe: met begin (Dharmakara Bodhisattva) maar zonder einde (Amitabha Buddha): de Zo-heid uitgedrukt in eindige termen maar zonder historiciteit.

Shinjin als Verlichting

Het wezen (b.v. de mens, het vierkant) is omvat in Amida Buddha die het levende aspect van de Zo-heid (cirkel) is. De totale verwerkelijking van de Verlichting is Namu Amida Butsu (de verwoording van de onverwoordbare Dharmakaya).

Alle wezens worden Boeddha

Wanneer het typische aspect van het wezen (b.v. de mens, het vierkant) vervalt, blijft de Verlichting over en het wezen wordt tot Levende Zo-heid (het Boeddhaschap).

(1)       Deze term heeft in het boeddhisme geen ontologische, maar een overheersend epistemologisch-soteriologische inhoud.

Ekō 50

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

            home