Verwachting En Vervulling

Edith Maeda

Terugblikkend op de ingesteldheid en ook op de biografie van Boeddha Gautama, beschreef Shinran Shonin de Mahayana Reine-Land fundamenten van de Zeven Patriarchen: Nagarjuna en Vasubandhu van India, T’anluan, Taoch’o en Shantao van China, Genshin en Honen van Japan. Zo doende, kapte Shinran niet brutaal met de traditie. Veelmeer poogde hij een weg uit te stippelen die de vroegere begrippen over Amida en het Reine Land demythologiseerde. Bij deze niet zo algemeen aanvaardbare opvatting, schreef Shinran in eenvoudige bewoordingen voor de grote massa van gelovigen die anders niet de minste toegang tot enige religieuze wereld zouden hebben.

Daarmee stelt zich de vraag of Shinshu inderdaad een religie is. Shinrans Reine-Landlering is immers geen gesloten systeem van praktijken en dogma’s die ik in blind geloof dien aan te kleven. Noch gaat het om een ‘geloof’ dat strakke praktijken vereist met de bedoeling verdiensten te verwerven. Indien men Shinshu een religie wil noemen, dan apprecieer ik het als een pad dat begint wanneer ik de begrenzingen van mijn eng, dichotomisch, (ver)oordelend en beslist onoprechte existentie bereikt heb. Hoe dit laatste gebeurt, zal van de ene persoon tot de andere wel verschillend zijn.

Maar er komt een ogenblik, hoe kort het ook moge zijn, waarop ik de geldigheid van mijn eigen leven in vraag ga stellen. Het gaat hem hier dan niet langer om materiële successen, maar wel om het feit dat het leven als doelloos overkomt. Wat is de zin van mijn bestaan? Waarom ben ik hier?

Wanneer op die wijze mijn wereld van gespletenheid en daardoor ook lijden zo aan het licht gebracht wordt, dan leidt de mistevredenheid met mijn schijnbare vreugde mij ertoe te zoeken naar een beter bestaan, zoals het voor mij traditiegetrouw, overgebracht is geworden in de Jodo-Shinshu. Dan is voor mij de tijd gekomen dat pad te beleven, een pad dat voordien als het ware ingekapseld was in een tempelaltaar, in de schrifturen en in Shinrans geschriften.

Het pad van het Reine Land is echter absoluut geen blind geloof in een andere wereld. Het is een pad dat me leidt tot binnen in de geest en in het leven van de Boeddha, waarin mijn ware afstamming duidelijk terug gevoerd wordt tot de bron die Shakyamuni Buddha ertoe motiveerde de verlichting te verwezenlijken. Deze motivering, deze kracht is het die sedert mijn tijdloos verleden steeds in mij geweest is en die steeds in mij zal zijn.

De hoofdbron waaruit de woorden van de Boeddha vloeiden wordt overgeplant in ieders gemoed dank zij Shinrans durvende, creatieve en oprechte instelling. Zonder zijn angsten en diep begrip voor de intrinsieke waarden in dit leven, zonder van zichzelf gebruik gemaakt te hebben als een testlaboratorium voor menselijke passies, zou ik nooit uitgerust kunnen zijn met de spiegel waarin ik mijn ware, misleide, onwetende, begoochelende zelf kan zien.

Maar vanaf het moment dat ik heb kunnen zien hoe mijn onverzadigbare begeertes de wereld te herschikken naar mijn eigen inzichten, te werk gaan, is er ook de tijdloze energie van mededogen die me aanspoort buiten mijn ik-schelp te treden en meteen vandaaruit ook weer inwaarts te kijken. Wat ik dan vaststel, is een wereld volgens het gangbare gebruik: opgevoed zoals ik ben om weelde te verzamelen met het oog op een comfortabel bestaan, haast ik mij van genot naar pijn en van pijn weer naar genieten. Maar dan besef ik ook hoe belangrijk het is naar een verandering te streven.

Dat ogenblik van verandering, dat is het moment van shinjin, want vanaf dan begint een bestaan van absoluut vertrouwen in wijsheid/mededogen van Amida Buddha. Dat is het verlichtende andere dat één is met mijn eng gemoed, het punt van niet-terugkeer, waarin mijn boeddhaschap besloten ligt. Het is beslist niet nodig eerst dood te gaan om te genieten van het Reine Land zoals Honen en andere meesters het voorhadden. Er is geen behoefte naar moeilijke praktijken om mijn geest met het oog op de verlichting te reinigen.

Het Pad van het Reine Land, de zogenaamde Gemakkelijke Praktijk, is in feite heel wat moeilijker dan het pad van moeilijke praktijken. En waarom? Praktijken beoefenen om verdiensten op te stapelen is niets anders dan een rekenkundige routine; daartegenover staat het Pad van de Nembutsu dat mij leidt tot een confrontatie, tot een diepte-interview met mezelf. De innerlijke burgeroorlog die in mij gevoerd wordt, die moet ik uitvoeren. Hoe kan ik mijn onvoorspelbare passies onder controle houden? Ontelbare vuurhaarden blijven in mij woeden.

Dan wanneer de bodhisattva-idealen van het conventionele Mahayana Boeddhisme hun bron hebben in het mededogen voor de wezens, dan besefte Shinran maar al te goed dat de menselijke wezens onbekwaam zijn te weten wat goed en wat kwaad is en even mededogend te zijn als het Boeddhaschap.

Dan stelt zich de vraag wat de Boeddha is, wat het Reine Land is. Hoe omschrijf ik de Naam, de Voortijdelijke Gelofte, jinen? Eigenlijk hebben ze dezelfde betekenis, maar elk van ze ervaar ik als apart werkzaam in mijn bestaan. Het is net als met mijn lichaam. Het functioneert immers als een geheel, enkel doordat de diverse organen, weefsels en cellen in samenwerking met elkaar functioneren. Ik kan dit niet beschrijven zoals een arts dat zou doen, maar enkel daarom kan ik mijn lichaam toch niet in de steek laten! Ik ben te intiem betrokken bij zijn welzijn, totdat de dood mij bevrijdt en omzet tot een dharma-lichaam.

Al de begrippen die ik hier bezig, zijn aanwezig in elk van ons, of ze nu behoren tot de zogenaamde ‘levende’ of zogenaamde ‘dode’ natuur. Ze functioneren met de bedoeling mijn ‘ik’ tot verlichting te brengen zodat mij getoond kan worden wat waarheid wel is. Amida Buddha, als de Verlichtende Andere (of het Verlichtende Andere…?), bevindt zich in het middelpunt van mijn leven. Doordat Amida in se vormloos is, heb ik de Naam die alle eigenschappen en werkzaamheden van Amida belichaamt. De Voortijdelijke Gelofte is Amida’s buitentijdelijke werkzaamheid mij de wijsheid tot verwezenlijking te bezorgen. Ik word bewogen om de activiteit van de Gelofte te beantwoorden. Dat is shinjin, Amida’s gemoed, niet als een subject/object-dichotomie, maar als een één-zijn met mijn kleinzielig, eng gemoed, een één-zijn waaruit geen terug-vervallen mogelijk is.

Dan wanneer al deze termen in het Shinboeddhisme a.h.w. essentieel zijn, is het mijn hoop vroeg of laat dat diepere begrip van mezelf te ervaren. Kan ik dat niet, hoe kan ik dan de werking van de Voortijdelijke Gelofte ervaren? Of de zin van Shinrans angsten in zijn levenslange zoektocht om dit pad voor mij beschikbaar te stellen? Wat mij betreft, is het mij voldoende binnen in de omvatting door Amida’s wijsheid/mededogen te zijn. Het volstaat mij te leven in het volle vertrouwen op de Verlichtende Andere zodat ik, hier en nu, reeds de vreugde beleef van het Reine Land, des te meer omdat ik, hier en nu, reeds de kans krijg te “spelen in mijn Reine Land” zonder mezelf te hoeven los te maken van al mijn passies. Want indien dàt van mij vereist werd, dan zou ik vast en zeker tot de hel veroordeeld zijn!

Telkens wanneer ik nadenk over mijn verleden (om over mijn toekomst niet te praten…), stel ik vast hoe dankbaar en nederig ik dien te zijn in deze ontmoeting met Shinran Shonin. De Nembutsu is de enige manier die ik ken om mijn dankbaarheid uit te drukken voor het boeddhaschap en de mogelijkheid hier als Ander-Kracht terug te keren om andere wezens te helpen zoals ik nu wens geholpen te worden.

Namu Amida Butsu

(met toestemming aangepast uit Mettâ, sept. ’91. Mettâ is het maandblad uitgegeven door het Buddhist Study Center, Honolulu)

Ekō 51

jikōji - 慈光寺

© 2006

info-at-jikoji.com

            home