Over De Beperkingen Van De Dwarsfluit

Katrien Haemers

Onlangs las ik in een tijdschrift over muziek een interview met de fluitist Peter Lukas Graf. Het ging over de beperkingen die eigen zijn aan muziekinstrumenten, de dwarsfluit in het bijzonder. “Beperkingen zijn niet negatief,” zegt Graf. “Bach schreef 6 sonates voor vioolsolo, 6 voor fluitsolo en 6 cellosuites. Waarom? Omdat de beperkingen van die instrumenten hem boeiden. Niet de onbeperkte mogelijkheden zijn interessant; anders zouden we tegenwoordig geen instrumenten meer bespelen. Alles kan immers elektronisch nagebootst worden.”

Een paar uur later las ik bij de Franse schrijver François Sureau over “l’inachèvement des choses du monde”. Langs welke kanalen beide opmerkingen samenvloeiden in mijn gedachten weet ik niet, maar in elk geval raakten ze elkaar.

L’inachèvement des choses, het nooit-afgewerkt-zijn van de dingen, het nooit-voltooid-zijn, riep het begrip duhkha op: het wiel dat niet goed draait omdat de as niet goed in de naaf past. De wagenmaker moet nog wat bijschaven, of bijslijpen om af te werken. Zijn de dingen in het menselijk bestaan ook niet onafgewerkt?

Wij leven wel in vrede, maar... Het gaat goed met ons, maar... We zijn wel gezond, maar... We zijn wel tevreden maar het is toch te hopen dat…

Op het ogenblik dat we ons tevreden-zijn bewust worden, is het al voorbij, is het te weinig of te veel, is er spijt of heimwee... Overal schuren we tegen de muren van beperking rondom ons.

Maar Lukas Graf beweert dat men zich juist binnen die beperking, binnen die onvolmaaktheid kan ontpoppen tot een meester die de grenzen van de beperking kan overstijgen.

De mens ervaart zijn beperking niet alleen bij het bespelen van een muziekinstrument. Is het gevangen zijn binnen de muren van het Gedankengebäude, van intellectuele en emotionele constructies, van vooroordelen en vastgeroeste principes niet uiterst beperkend? Zelfs de muren van deze karmische gegevenheid zitten vol stenen des aanstoots: de plaats en tijd waarin we leven, het sociaal en professioneel vaatje waarin we gewrongen zitten, karakteriële vaardigheden en hebbelijkheden.

Maar leert ook de Boeddha niet dat we ondanks die beperkingen tot het hoogste in staat zijn, dat het meesterschap in onszelf ligt; dat we het alleen moeten herkennen: de boeddhanatuur.

We kunnen vrij zijn binnen onze muren en wallen; we moeten geen ketens verbreken tenzij die van ons eigen hart; we moeten geen tiran van de troon stoten, maar enkel de troon die we voor hem bouwden binnen onszelf; we moeten geen gebalde vuist boven ons hoofd vrezen, maar de vrees in ons eigen hart oplossen. We moeten geen wetten afschaffen, maar enkel de bezetenheid waarmee we onszelf vastketenen, laten varen.

Zo kunnen we binnen onze beperkingen, met de fijne snaar of doorheen de kleine dwarsopening van ons instrument, meesters worden, niet meer verpletterd door een wereld die we zelf hebben geconstrueerd, maar wetend dat wijzelf de sleutel bezitten die leidt naar bevrijding.

Luister eens naar de dwarsfluit van Peter Lukas Graf. U zal het horen.

Ekō 51

jikōji - 慈光寺

© 2006

info-at-jikoji.com

            home