Over vertrouwen

Daniëlle Girardin
6 september 1958 - 7 februari 1993

In het Shinboeddhisme wordt gezegd dat vertrouwen niet dat is waarmee we beginnen: het oprijzen van vertrouwen is eigenlijk de vestiging van de Geboorte zelf als Ander-Kracht. Maar op dat woorden betekenisvol zouden zijn, dienen ze te beantwoorden aan een respons in onszelf. Opdat we daardoor zouden kunnen aangesproken worden, dient iets in ons reeds van vertrouwen vervuld te zijn, anders wordt de taal van het Shinboeddhisme abstract, als een systeem van onderling samenhangende concepten, bijna zoals een calculus in de logica.

Maar we - tenminste ik - ervaar niet altijd vertrouwen. De concrete band ermee kan ons ontglippen, ons alleen achterlatend in een labyrint van taal.

Er zijn enkele beelden die traditioneel gebruikt worden om ons op het spoor van vertrouwen te zetten. Vertrouwen is zoals de spontaneďteit waarmee een boer het veld bezaait in de lente, weet hebbend van zijn oogst in de herfst. Maar de band tussen zaaien en oogsten berust op waarneming, op ervaring, en bovendien gebeurt het dat oogsten mislukken. Of vertrouwen is, zoals het kind dat zonder twijfel meestapt aan de hand van zijn ouders. Maar kan het kind zijn ouders vertrouwen?

We moeten niet te vlug denken dat we weten wat vertrouwen is. Er zijn nogal wat gevoelens die als surrogaat ervoor kunnen optreden.

Vertrouwen is geen blind optimisme, een soort houding van “alles is voor het beste in de beste van alle mogelijke werelden” of, simpeler: “ eind goed, al goed “. Er is ontzettend veel lijden in de wereld, veel nodeloos lijden ook. We moeten ons daar niet op fixeren, maar we moeten het ook niet wegrationaliseren.

Vertrouwen is ook geen pleister op een open wonde. Wanneer we gewond zijn, verdient de wonde aandacht. We moeten ze niet verstikken, of het vlees onder het pleister gaat etteren en rotten. Vertrouwen komt ook niet voort vanuit een tekort, alsof we vanuit een miserabele toestand zouden zeggen: “Ik weet me omvat in Amida’s mededogen.” Een dergelijke houding kan een diepe troost zijn, maar het kan ook functioneren als een drug. Amida’s Ongehinderde Licht is niet een soort van spirituele Mister Proper warmee het vuil van het lijden in een oogwenk kan weggewassen worden.

Vertrouwen is ook niet hetzelfde als aanvaarding. Aanvaarding is een term met negatieve accommodaties, een soort zich-neerleggen bij een situatie die je toch liever anders had gezien.

Vertrouwen is ook geen wanhoopsdaad, een gevoel van niets-rest-me-nog, mijn wereld is ingestort, er blijft me niets over dan maar vertrouwen te hebben. Dit is eerder een soort “dat ervan kome wat wil”-attitude, die ons duidelijk enige rust en opluchting kan brengen.

Vertrouwen is ook geen militante wilsdaad. We kunnen niet beslissen om vanaf morgen nu eens ons vertrouwen in Amida te stellen. Het is ook geen vaardigheid die we kunnen leren, het is ook niet de vrucht van hard werken, alsof we met veel inspanning en een dosis chance het wel kunnen maken. We kunnen er niet naar op jacht gaan.

Vertrouwen is ook niet echt een ervaring, het is eerder de matrix waarbinnen ervaringen zich afspelen.

Vertrouwen is ook geen mysterie, hoewel het, beschouwd vanaf de buitenzijde, wel als zodanig kan overkomen. Het is geen mysterie, want voor diegenen die er inleven is het vanzelfsprekend nabij, het is geen extra dimensie, het is niet iets dat doorgrond moet worden. Iemand die in vertrouwen leeft, kan er zozeer in geabsorbeerd zijn dat er zelfs geen weet van het vertrouwen is.

Vertrouwen rijst op of het rijst niet op. In zekere zin is het de hele tijd al ongrijpbaar nabij. Als het oprijst, toont het zich in de ontmoeting van mezelf met de anderen, met de fenomenen van mijn wereld.

En wat als het niet oprijst, of beter, als ik het niet ervaar? Wat als iemand zegt “dat de Verlichting vanaf het begin reeds vervuld is, dat we omvat zijn in Ander-Kracht, en dat dit geldt voor alle wezens, hoe ze ook zijn,” ik wil dit alles nog wel aannemen, ik voel dat er wel iets in zit, maar ik ervaar het niet echt.

Het enige dat we dan hebben is het niet ervaren ervan, en dat is dan hetgeen waarvan we moeten vertrekken. En liever dan onszelf iets wijs te maken en zichzelf een surrogaatvertrouwen te fabriceren, kunnen we zo diep mogelijk in die ervaring zelf gaan, en misschien schuilt het daarin reeds als rust, als stilling, als wachten.

En doordrongen hiervan, misschien verschuift er iets in het gemoed, mogelijk een glimp van vertrouwen, misschien verdwijnt het wanneer we ernaar kijken, wanneer we ernaar grijpen. Want het vertrouwen laat zich niet toe-eigenen, het is nooit van mij, niet omdat het van iemand anders is maar omdat het niemand toebehoort. En toch is het er steeds, onzegbaar nabij.

Namu Amida Butsu

Daniëlle Girardin

(zie boek p. 25..27)

Ekō 56

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home