Lamp voor Latere Tijden
Deze brief, door Kyōshin geschreven in 1258,
is een uitdrukking van zijn inzicht aangaande de betekenis van het zich
verheugen in shinjin en het gelijk zijn aan de Tathagata’s.
Shinran keurt de inhoud van de brief goed, maar
brengt veranderingen aan in bepaalde zinnen: in deze vertaling worden de
verbeterde woorden in subscript, de verbeteringen onmiddellijk daarop in superscript
weergegeven. [nota van de webmaster: de verbeterde woorden in doorstreept, de verbeteringen in cursief.
Hieraan toegevoegd is een brief van Ren’i, die
Shinrans commentaren over deze brief en over de lering dat de persoon van
shinjin gelijk is aan Maitreya, weergeeft.
[van Kyōshin]
Eerbiedig leg ik U de volgende brief voor. Het sutra Groot
Sutra van het Onmeetbare Leven (1) bevat de zin, ‘de persoon realiseert
shinjin en verheugt zich’, en uw hymne een van de hymnen over het Boeddhaland
gebaseerd op het Bloemenkranssutra verklaart:
De persoon die zich verheugt in shinjin
is gelijk aan de Tathagata’s; zo wordt het geleerd.
Groot shinjin is Boeddhanatuur
Boeddhanatuur is Tathagata zelf.
Niettemin blijken er onder de mensen van de
enkelvoudige praktijk enkelen te zijn die dit verkeerd verstaan en zeggen dat
de bewering door mede-beoefenaars, dat de persoon die zich verheugt in shinjin
gelijk is aan de tathagata’s, een attitude van
zelfkracht weerspiegelt en neigt naar de Shingon-leringen. Ik wens geen oordeel
te vellen over anderen, maar ter eigen verduidelijking schrijf ik U over deze
zaak.
Er is een andere hymne:
De persoon die waar en werkelijk shinjin
verwezenlijkt
treedt onmiddellijk het stadium van de waarlijk gevestigden binnen.
Op deze manier het stadium van niet-terugkeren binnengetreden,
verwezenlijkt men noodzakelijkerwijze nirvana.
De uitdrukking ‘men verwezenlijkt nirvana’ betekent
dat wanneer het gemoed van de persoon van waar en werkelijk shinjin op het einde
van zijn huidige leven het Vervulde Boeddhaland bereikt, hij één wordt met het
Licht dat het gemoed van Tathagata is. Daar zijn werkelijkheid Onmeetbaar Leven
is en zijn activiteit onafscheidbaar is van Onmeetbaar Licht.
Dit blijkt de reden te zijn om te zeggen ‘Groot shinjin is Boeddhanatuur; Boeddhanatuur is
Tathagata zelf’.
Volgens mijn inzicht komt dit overeen met de 11de, 12de
en 13de Geloften. De vreugde in het kennen van het wonder en de weldadigheid
van de Gelofte van Groot Mededogen, die Amida voor ons, wezens van karmisch
kwaad, tot stand bracht, is grenzeloos en kan nooit volledig uitgedrukt worden,
want ze gaat alle gedachten en woorden te boven. Reeds
lange kalpa’s geleden - ver, ver terug in het beginloze verleden - hebben we
onder een oneindig aantal Boeddha’s die in deze wereld verschenen het zelfkracht
grote gemoed ter verlichting
opgewekt, maar we hebben de verlichting niet verwezenlijkt onze zelfkracht heeft gefaald. Nu
echter, geleid door de meedogende middelen van de twee wereldgeëerden (2) hebben
we niet de minste intentie de diverse praktijken en disciplines te beoefenen,
noch koesteren we enige gedachte aan zelfkracht en twijfel. Dank zij het
Mededogen van de Tathagata Ongehinderd Licht, die ons omvat om ons nooit meer
los te laten, verheugen we ons, volledig vrij van twijfel, en is de
verwezenlijking van onze Geboorte gevestigd door het éénmaal uitspreken van
de nembutsu in de nembutsu zelfs
herleid tot één uiting. Nu dat ik me realiseer dat dit het mysterie van de
Gelofte is, zie ik dat het allemaal voor mij alleen is: de
Reine-Landschrifturen die ik onvermoeid lees en beluister, het voortdurende
verlangen ware meesters te ontmoeten, omvatten om nooit meer los te laten,
shinjin, nembutsu.
Door Uw gedachten te onderzoeken, volgens uw lering
en vrij van subjectieve zienswijzen, heb ik de bedoeling van de Gelofte leren
kennen, bewandel ik het Directe Pad en zal ik uiteindelijk het Ware Boeddhaland
verwezenlijken. Al dit is nu vervuld in het uitspreken van de nembutsu in de nembutsu zelfs herleid tot één uiting
en het waarlijk horen van de Naam. Hoe vreugdevol en hoe dankbaar voel ik
me!
Ik vind ook de Geselecteerde Geschriften over de
Leer van Amida (3) over het algemeen verhelderend in deze zaak. Niettemin,
afgeleid door de zaken van het dagdagelijkse leven, ben ik soms urenlang
verstrooid. Toch, of het nu dag of nacht is, het
ontglipt mijn geest niet, en er is enkel de handeling van het verheugen in Amida’s
Mededogen; er is enkel het diamantharde shinjin, of het nu wandelend, staand,
zittend of liggend is, zonder enige gedachte aan de geschiktheid van tijd of
plaats; er is enkel het zeggen van de Naam uit dankbaarheid voor Boeddha’s
diepgaande weldadigheid en voor de vreugde verleend door de deugd van mijn
meester weldadigheid van de meesters.
De nembutsu is geen dagelijkse routine voor mij. Ik vraag me af of dit verkeerd
is. Uitermate belangrijk zijnde voor mijn leven, is er niets dat dit overtreft.
Wensend, indien mogelijk, uw volledig en gedetailleerd onderricht te ontvangen,
heb ik iets neergeschreven van mijn gedachten. Alhoewel ik een hele tijd in
Kyoto verbleven heb, was ik de hele tijd gehaast, zonder een moment rust; nu
betreur ik dit en verlang ik boven alles terug te keren met als enig doel
minstens vijf dagen bij U te zijn. Het ontroert mij te zeggen dat dit alles toe
te schrijven is aan Uw weldadigheid.
Nederig geadresseerd aan de Shonin
Ren’i-bō: draag a.u.b. deze brief over
10de maand, 10de dag
Kyōshin
Postscriptum
Sommige mensen die de nembutsu zeggen voegen de
woorden mugekō nyorai [Tathagata Ongehinderd Licht] in tussen uitingen van
namu-amida-butsu. Dit wordt bekritiseerd door een persoon die beweert dat het
zeggen van kimyō jinjippō mugekō nyorai [ik neem mijn toevlucht
tot de Tathagata Ongehinderd Licht dat de tien richtingen vervult] in
toevoeging tot namu-amida-butsu aanmatigend en pretentieus is. Hoe moet deze
zaak verstaan worden?
[Shinrans antwoord]
Het is een grove vergissing te zeggen dat men mugekō
butsu [Boeddha Ongehinderd Licht] niet mag zeggen in toevoeging tot
namu-amida-butsu. Kimyō komt overeen met namu. Mugekō butsu is Licht;
het is Wijsheid. Deze Wijsheid is Amida Boeddha zelf. Aangezien mensen de vorm
van Amida Boeddha niet kennen, heeft Bodhisattva Vasubandhu, al zijn
mogelijkheden uitputtend, deze uitdrukking gecreëerd om ons zo in staat te
stellen Amida’s vorm met volkomen zekerheid te kennen.
Ik heb ook een klein aantal correcties in de
bewoording van uw brief aangebracht.
[Ren’i’s antwoord]
Ik heb de inhoud van uw brief in detail aan de Shōnin
meegedeeld, en hij verklaarde dat deze al bij al vrij was van vergissing.
Hoewel, betreffende de bewering, ‘onze verwezenlijking van Geboorte is
gevestigd door het éénmaal uitspreken van de nembutsu;
ik realiseer me dat dit het mysterie van de Gelofte is’, gaf hij het commentaar
dat alhoewel dit juist lijkt, de nembutsu niet gelimiteerd mag worden tot één
uiting, en in de marge van uw brief maakte hij eigenhandig de aantekening dat
deze passage onjuist was. Hij gaf mij de opdracht dit te doen, maar ik bedacht
dat U zijn eigen geschrift een fascinerende verificatie zou vinden en ik
spoorde hem aan, alhoewel hij op dat moment leed aan een hoest, het er zelf in
te schrijven.
Ook dit nog: mensen die naar Kyoto gekomen zijn,
rapporteren dat er debatten aan de gang zijn op het platteland. Zo vermelden
zij bijvoorbeeld dat sommigen discussies aangaan betreffende het gelijk zijn
aan Maitreya. Ik teken hier een passage op die de Shōnin over deze zaak
heeft geschreven; ik hoop dat U ze zal lezen:
Verder, betreffende het gelijk zijn aan Maitreya:
Maitreya is in het stadium gelijk aan verlichting; dit is het causale stadium
van verwezenlijking. De maan wordt perfect vol op de 14de of 15de dag, het
stadium van Maitreya komt overeen met de nog steeds half-gevormde maan op de 8ste
of 9de dag. Dit is zoals de zelfkracht-praktijk. Wat ons betreft, alhoewel we
dwaze wezens zijn, is shinjin gevestigd geworden en is ons stadium dat van de
waarlijk gevestigden. Dit is het causale stadium van verwezenlijking, het
stadium gelijk aan de verlichting. Maitreya’s weg is zelfkracht: de onze is
Ander-Kracht. Alhoewel er dit verschil is tussen zelfkracht en Ander-Kracht, is
het causale stadium van verwezenlijking gelijk. Verder, Maitreya’s
verwezenlijking van de volkomen verlichting zal nog lang op zich laten wachten,
maar wij zullen nirvana snel verwezenlijken. Hij verwacht de dageraad over
5 670 000 000 jaren; wij echter zijn als het ware enkel door een
bamboevliesje ervan gescheiden. Onder de geleidelijke en de plotse leringen is
de Zijne de plotse, de onze de plotse binnenin de plotse.
Nirvana is de volkomen verlichting. Tan-luans Commentaar
spreekt over een boom die ‘Miraculeuze Groei’ wordt genoemd. Deze boom ligt
gedurende 100 jaar ondergronds begraven, maar wanneer hij scheuten voortbrengt
groeit hij
Verder, betreffende het gelijk zijn aan de
Tathagata’s: verlicht door het Licht van de Boeddha, verwezenlijken dwaze
wezens vol van blinde driften shinjin en verheugen zij zich. Omdat zij shinjin
verwezenlijken en zich verheugen, verblijven zij in het stadium van de waarlijk
gevestigden. Shinjin is Wijsheid. Deze Wijsheid is de wijsheid die
verwezenlijkt is omdat we omvat zijn door het Licht van Ander-Kracht. Boeddha’s
Licht is eveneens Wijsheid. Dus kunnen we zeggen dat de persoon van shinjin en
de Tathagata dezelfde zijn. ‘Dezelfde’ betekent dat zij in shinjin aan elkaar
gelijk zijn. Het stadium van vreugde betekent het stadium in hetwelk mensen
zich verheugen in shinjin. Vermits een persoon zich in shinjin verheugt, wordt
van hem gezegd dat hij gelijk is aan de Tathagata.
Ik heb hier gekopieerd wat de Shōnin in detail
geschreven heeft.
Ook dit nog: betreffende uw vraag over het
uitspreken van mugekō nyorai samen met namu-amida-butsu heeft de Shōnin
een gedetailleerd commentaar in de marge van uw brief geschreven; zodoende
stuur ik deze naar U terug. Alhoewel de woorden
verschillend zijn, of we nu Amida zeggen of mugekō, de betekenis is
dezelfde, ‘Amida’ is Sanskriet en werd vertaald als muryōju [Onmeetbaar
Leven] en mugekō [Ongehinderd Licht]. De woorden in Sanskriet en Chinees
verschillen, maar hun betekenis is dezelfde.
Nu dan, wat betreft Kakushin-bō: ik was diep
bedroefd door zijn dood, maar voelde ook grote waardering voor hem daar hij
nooit afgedwaald is van shinjin. Ik vroeg hem dikwijls hoe zijn realisatie van
shinjin was. Elke keer antwoordde hij me dat hij niet afgeweken was van shinjin
en dat zijn realisatie sterker en sterker werd. Op weg naar Kyoto, nadat hij
zijn eigen provincie verlaten had, viel hij ziek in een plaats Hitoichi genaamd
en alhoewel zijn metgezellen hem aanraadden terug te
keren, antwoordde hij: ‘Wanneer het een dodelijke ziekte is, dan zal ik sterven
of ik nu terugkeer of niet. Als ik ziek moet zijn, zal ik ziek zijn of ik nu
terugkeer of blijf. Als het dan toch eender is, wens ik te sterven aan de zijde
van de Shōnin’. Zijn shinjin was waarlijk voortreffelijk, zo
voortreffelijk en benijdenswaardig dat het me herinnert aan Shan-tao’s parabel
van de twee rivieren. Op het punt te sterven, uitte hij namu-amida-butsu,
namu-mugekō-nyorai, namu-fukashigikō-nyorai [Tathagata Ondenkbaar
Licht], en zijn handen samenbrengend, ging hij rustig de dood tegemoet.
Of men nu achterblijft of voorafgaat, het is
waarlijk iets droevigs door de dood gescheiden te worden. Maar degene die het
eerst nirvana verwezenlijkt, legt zonder dralen de gelofte af diegenen die hem
dierbaar waren eerst te redden, diegenen met wie hij karmisch verbonden was,
zijn verwanten en vrienden. Zo zou het kunnen zijn en aangezien ik hetzelfde
Pad van de Leer heb betreden als Kakushin, voel ik me ten zeerste gerustgesteld.
Aangezien er wordt gezegd dat ouder en kind zijn een band is uit een vorig
leven, moet gij U ook gerustgesteld voelen. Het is onmogelijk uit te drukken
hoe ontroerend en indrukwekkend het allemaal was, daarom stop ik hier. Hoe kan
ik er nog over spreken? Ik hoop er later veel meer over te zeggen.
Ik las deze brief aan de Shōnin voor om te
zien of er fouten in stonden; hij zei me dat er niets aan toe te voegen was en
dat het zo goed was. Hij was bijzonder ontroerd en weende wanneer ik aan het
gedeelte over Kakushin kwam, want hij is diep bedroefd door diens dood.
10de maand, 29ste dag
Ren’i
Aan Kyōshin-bō
Vertaald door B. Van Parijs, naar de Engelse
uitgave “Letters of Shinran”, Shin Buddhist Translation Series I, Kyoto 1978.
(2) Namelijk Amida Buddha en Shakyamuni Gautama
Buddha.
(3) Midakyō gishu, in 1 ch., van een onbekend Japanse
auteur.
|
|
|
|
|
|
Ekō 57 |
|
|
|
|
|
|
Mattoshō |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |