Lut Van Schoors
Ons leven is vergankelijk als een dauwdruppel,
dat begrijp ik met mijn hoofd,
maar ik voel het niet met mijn hart.
Deze regels van de haikudichter Issa beschrijven perfect de sfeer waarin wij ons tijdens Lucs laatste dagen bevonden. Met ons hoofd wisten wij wel dat hij de strijd aan het verliezen was, maar ons gevoel bleef - zoals zo dikwijls - heel wat passen achter. En bij de afscheidsceremonie en de crematie - hij was toen vijf dagen dood - geloofde ik niet dat ik ooit vijf jaar zonder hem zou kunnen verderleven.
Elk van ons had een aparte band met Luc en elk van ons mist hem op een aparte wijze. Ik kan alleen over mijn gemis vertellen, maar dat zal ik hier niet doen.
Wat ik bij deze memoriaaldienst graag wil, dat is een paar aspecten van Lucs rijke en boeiende persoonlijkheid naar voor schuiven.
Dat wij in deze Tempel samenkomen om hem te gedenken, heeft in de eerste plaats met zijn keuze voor het Shinboeddhisme te maken. Het boeddhisme in het algemeen was sinds lang de levenhouding waar hij zich het meest verwant mee voelde. Maar het was de leer van Shinran Shonin waar hij intuïtief voor koos: de leer van de Boeddha, vertaald voor de gewone mens die in het dagelijkse leven staat en voor wie aan strenge ascese en doorgedreven meditatie niet haalbaar zijn.
Luc stónd in het leven en werd door zijn job geconfronteerd met conflicten, menselijk falen en doorgedreven egoïsme. Hij beleefde het boeddhisme vooral in de praktijk.
De Eerste Edele Waarheid: “Alle leven wordt door lijden gekenmerkt” was elke dag realiteit. De Tweede Edele Waarheid: “Het lijden wordt veroorzaakt door onwetendheid” was de overtuiging waarin hij de kracht vond om met begrip en mededogen anderen te benaderen en zichzelf in hen te spiegelen.
Zijn vertrouwen in Amida was groot en sterk en bleef dat, zelfs in fysisch lijden en aftakelen.
Toen Shitoku hem vroeg achter de pijn te blijven zoeken naar de aanwezigheid van de Boeddha, diep in zichzelf, heeft hij dat gedaan met alle inzet en vastberadenheid die hem eigen waren.
Ik weet niet wat er de laatste maand allemaal in hem omging, want toen al vond hij praten overbodig: het was niet meer te verwoorden. Ik kan alleen vertellen van wat ik heb gezien en gevoeld.
Zo zal het me altijd als een bijna symbolische toevalligheid bijblijven, dat Luc bezig was met afscheid van het leven te nemen in een periode waarin gans Oost-Europa, in een enorme eruptie van levensdrift, voor vrijheid vocht;
zo zal ik nooit vergeten hoe zijn spookziekte (zoals hij het noemde) en de manier waarop hij daar religieus mee omging, bij die hartstochtelijke en gedreven man een versneld proces van onthechting, gelijkmoedigheid, begrip en loslaten hebben teweeggebracht;
hoe een erkennen van zijn eigen vergankelijkheid en veranderlijkheid een spirituele bevrijding betekende;
hoe hij, zoals zijn vriend Henry het treffend verwoordde, via de dood tenslotte een uitweg uit zijn lijden vond;
en hoe zijn lichaam dat we daarna gingen begroeten, straalde van rust, vrede en bevrijding.
Met zijn hoofd nog kaal van de chemotherapie leek hij getransformeerd tot een boeddhistische monnik en wij konden spontaan niets anders doen dan in diep respect onze handen vouwen en de Nembutsu prevelen.
In de Jodo-Shinshu wordt, bij een memoriaaldienst, de gedachtenis van de overledene gebruikt tot onderricht van de aanwezigen. Van zij die heengegaan zijn kunnen we leren hoe te leven en hoe te sterven.
Van Lucs leven wil ik leren: zijn beminnelijkheid, zijn openheid, zijn bijna totaal gebrek aan vooroordelen, zijn trouw, zijn helder inzicht in situaties, personen en zichzelf, zijn onwankelbaar vertrouwen in Amida en zijn nooit aflatende inzet dat vertrouwen in de praktijk te brengen.
Van Lucs sterven wil ik leren: zijn geduld, zijn overgave, zijn sereniteit, zijn moed, zijn natuurlijkheid, zijn onwankelbaar vertrouwen in Amida en zijn zelfs dàn niet aflatende inzet dat vertrouwen in de praktijk te brengen.
De manier waarop Luc in het leven stond, was te bewonderen.
De manier waarop Luc gestorven is, was indrukwekkend.
Het was een “Dood die Geboorte is.”
Door zijn vertrouwen in Amida werden zijn leven en lijden in Verlichting omgezet.
Hij was “omvat en nooit meer losgelaten.”
En al heeft het jaren van verdriet, heimwee, ontgoocheling en spijt gekost, en al blijven we Luc missen, toch ben ik vandaag vervuld van geluk en dankbaarheid voor wat ik heb mogen meemaken… Ook over ons schijnt Amida’s helder Licht.
En zo is wat eerst “overleven” was nu opnieuw “leven tout court” geworden.
Daarom wil ik afsluiten, zoals ik ook begonnen ben, met een Japans vers:
“In het volle besef dat we ooit zullen sterven,
hoe prachtig dit huidige leven!”
Namu Amida Butsu.
|
|
|
|
|
|
Ekō 64 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |