De Grote Aardbeving En De Dharma

Toshikazu Arai

(Osaka, Japan)

De hele wereld weet het: er was in en rond de steden Kobe en Osaka, om 5:46 u. ‘s morgens op 17 januari 1995, een vreselijke aardbeving. Meer dan 5 000 inwoners verloren er het leven en er waren meer dan 300 000 daklozen. Mijn familie en ikzelf bleven gespaard en de meeste mensen rondom ons leven een ogenschijnlijk normaal leven. Nochtans zal het vage gevoel van hulpeloosheid nog een tijd lang blijven hangen in de geest van heel wat mensen die bij deze aardbeving betrokken waren. Toch meen ik dat er aan deze natuurramp toch een lichtende kant is: ze heeft ons opnieuw bijgebracht wat het betekent arm, hongerig, dorstig en behoeftig te zijn. Het Japanse volk, als een van de rijkste naties ter wereld, heeft zijn welvaart als een vaste waarde gezien en de bevolking was daardoor bewust of onbewust, arrogant geworden.

Een ander resultaat van de aardbeving is dat ze in ons opnieuw het gevoel van vergankelijkheid versterkt heeft. De aardbeving had plaats juist na het nieuwjaarsverlof, tijdens hetwelk de meerderheid van de Japanners - met uitzondering van diegenen die de Leer van de Boeddha ernstig nemen - zich begeven naar de Shinto-schrijnen om er te bidden voor welvaart en gezondheid tijdens het komende jaar.

Maar de aardbeving heeft ons hardhandig bijgebracht dat er niets is dat blijvend is en dat niets verloopt volgens onze verwachtingen en berekeningen. Zelfs bij onze pogingen anderen te helpen kunnen we niet ontkomen aan het aanvoelen van onze beperkingen, beperkingen die oprijzen vanuit onze diep wortelende ik-gerichtheid. Inderdaad: deze grote ramp heeft ons aangetoond dat de Leer van de Boeddha juist is.

In de loop der dagen ben ik aan het nadenken gegaan over de betekenis van karma. Ik kan er niet toe komen dat iemands ongeluk het resultaat is van zijn/haar karma. Dat is een foutieve bewering van heel wat Japanse boeddhisten. Ik spreek hier over karma zoals gezegd in die befaamde passage uit Tannisho: Als de karmische oorzaak ons ertoe aanzet, dan kunnen we om het even welke soort daad verrichten.

Ik geloof niet dat Moeder Aarde enige vijandschap had ten opzichte van de bewoners van Kobe en Osaka, maar gewoon de aardbeving wel moest veroorzaken als gevolg van haar eigen karmische omstandigheden die tot rijping waren gekomen. Moest de aarde tot enige emotie in staat zijn, ze zou huilen en vergiffenis vragen voor de verwoestingen die ze aangericht heeft. Maar ze kon niet anders handelen onder de druk van de opgestapelde seismische energie.

Ook ik kan dingen doen gewoon uit gewoonte of behoefte en daarbij zonder het te weten of te willen andere wezens schade berokkenen. Dat is immers de realiteit van een bombu, een gewoon, onverlicht persoon wiens handelingen gericht worden door zijn vroegere karma.

En zoals er niemand is om aan de aarde de schuld te geven van de verwoesting, zo word ook ik door de bron van het Mededogen vrijgesproken voor wat ik gezegd en gedaan heb.

Het is onmogelijk het algemene gevolg van de aardbeving te ramen of te voorspellen, maar het feit dat zovele mensen van binnen en buiten Japan hulp willen bieden aan diegenen die het zwaarst getroffen zijn geworden, dat geeft ons toch ook een gevoel van dankbaarheid en van vertrouwen in de mensheid.

Ekō 65

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home