Shaku Shokai
Amida Boeddhisme: Hoe het begon en hoe het zich verspreidde
Boeddha Gautama Shakyamuni verkondigde ±500 jaar vóór onze tijdrekening - precies weet men het niet - de boeddhistische Leer of Dharma, omdat hij mededogen kreeg met alle levende wezens die tot het juiste inzicht moeten komen om van het lijden te worden bevrijd.
Na aanvankelijk vanuit het tegenwoordige Nepal naar noord-India zijn triomftocht te zijn begonnen en na Boeddha’s dood naar andere landen te worden verspreid, bereikte het Boeddhisme in de eerste eeuw van onze tijdrekening China via de Zijderoute.
De Han-dynastieperiode (-206 tot +220) was een vruchtbare periode om het Boeddhisme in China te introduceren en onder de inmiddels ontstane boeddhistische scholen werd de Reine of Zuivere Land-school (Ching-t’u) behoorlijk populair.
Het zich devoot overgeven aan Amida vond men een gemakkelijke en aantrekkelijke manier om te worden verlicht en van het lijden van alledag te worden verlost. Het idee om gezamenlijk middels een Groot Voertuig (Mahayana Boeddhisme), met behulp van Amida (Amitābha of O-mi-t’0 Fo), naar dat Zuivere Land, dat gemakshalve ook als Nirvana werd beschouwd, te gaan was een prettige gedachte. Uiteraard werden in China bestaande zienswijzen, zoals b.v. het Taoïsme, erbij betrokken, en de meest beroemde Bodhisattva Avalokitesvara, die evenals Amida alleen maar Mededogen en Wijsheid betrachtte, kreeg in China een vrouwelijke figuur onder de naam Kuan-yin, die later in Japan als Kannon veel aanhang kreeg. Kuan-yin treedt als helpster in nood sterk op de voorgrond en is onverbrekelijk met Amida verbonden. Beiden stralen Mededogen en Wijsheid uit en beiden staan klaar om alle levende wezens in hun noden bij te staan.
Het Amida-Boeddhisme werd tegen het einde van de 5de eeuw tot een speciale school verheven, nadat Hui-yüan (Eon in het Japans) bij het begin van die eeuw met zijn vrienden de ‘Vereniging van de Witte Lotus’ oprichtte, die geheel op Amida was gericht. Gevonden inscripties en afbeeldingen tonen de bloei van het Amida-Boeddhisme in China omstreeks het jaar 550 aan. Kuan-yin raakte toen nauw verbonden met de cultus van Amida. Amida’s Reine Land sprak de Chinezen zeer aan. De ligging in het westen (het ‘Westelijk Paradijs’) deed hen waarschijnlijk aan het bekende sprookjespaleis van de Koninklijke Moeder van het Westen, de feeënkoningin Hsi Wang-mu, in het Kunlun-gebergte ten noorden van Tibet, denken. Na het jaar 650 werd het Amidisme voorzien van een theorie die in de Blijde Boodschap van Amida was vervat. Een zekere Tzu-min was één der eersten die het uitspreken van de Naam van Amida praktiseerde.
In genoemde periode, ca. 1 000 jaren na Boeddha Gautama’s tijd, kwam het Amida-Boeddhisme ook buiten China, nl. in Korea en Vietnam en in het bijzonder in Japan, tot bloei. Het oorspronkelijke idee omtrent het ‘Reine Land’ ontstond, zoals gezegd, in India, om aldus via China naar Japan te worden verspreid. De devotie aan Amida als onderdeel van het Boeddhisme vond zijn culminatie in Japan. Het zich concentreren op Amida, het symbool van Mededogen en Wijsheid zonder grenzen, door hem aan te roepen, door de Nembutsu te praktiseren, en vooral met algehele toewijding en vertrouwen - met Shinjin, zeggen de Jodo-Shinshu-boeddhisten - is de gemakkelijke want rechtstreekse weg tot de bevrijding uit het lijden. De moeilijkste weg middels het mobiliseren van de ‘Eigen-Kracht’, die anders dan Mahayana, vooral de zg. Hinayana- (Kleine V oertuig-)boeddhisten in Thailand, Birma en Sri-Lanka praktiseren, is slechts weggelegd voor de allerbesten, zoals de Arahants, toekomstige Boeddha’s of Heiligen. De gewone mens, laat staan levende wezens zoals dieren, is daartoe niet voldoende bij machte en is beter op de ‘Ander-Kracht’ van Amida aangewezen.
Om nauwkeuriger te zijn, zij te vermelden dat het Boeddhisme ca. 550 via Korea naar Japan kwam, maar aanvankelijk minder gemakkelijk werd verspreid vanwege de door de bestaande Shinto-religie geboden weerstand. Uiteindelijk kwam na ±950 de doorbraak. In de Kamakura-periode (12de-14de eeuw) kwamen verschillende Amida-scholen tot stand, waarbij twee de belangrijkste werden: Honen (1133-1212) stichtte de ‘Reine Land-School’ (Jodo-shu) in 1175, en één van zijn leerlingen, Shinran Shonin (1173-1262) richtte na hem de ‘Ware School van het Reine Land’ (Jodo-Shinshu) op. Volgens recente gegevens is de Jodo-Shinshu de meest belangrijke Japanse boeddhistische stroming geworden, met vertakkingen in de V.S. (plus o.a. Canada en Brazilië) en Europa (Benelux, Duitsland, Engeland, Oostenrijk, Polen, Zwitserland). In Japan wordt meer dan een kwart van alle Japanse boeddhisten door de groep van de Amida-boeddhisten gevormd, waarin de Jodo-Shinshu (met meer dan 21 000 tempels) de kwantitatief grootste boeddhistische gemeenschap vormt (zo men geen rekening houdt met de sterk intern verdeelde Nichiren-aanhangers).
De populariteit van de Jodo-Shinshu berust waarschijnlijk, ondanks zijn filosofische complexiteit, op een maximum aan eenvoud met het praktiseren van de Nembutsu als het meest belangrijke. Priesters zijn gehuwd en verschillen weinig van lekenvolgelingen.
De Jodo-Shinshu berust, zoals andere boeddhistische scholen, op de Leer (Dharma) zoals door de historische Boeddha Gautama Shakyamuni verkondigd. De Vier Edele Waarheden en het Edele Achtvoudige Pad vormen de basis voor zo goed als alle boeddhistische scholen, zodat er meestal slechts genuanceerde verschillen tussen de verschillende scholen bestaan. Nemen we b.v. het ‘Jodo-Shinshu Handboek voor Lekenvolgelingen’ ter hand, dan valt het op dat telkenmale de naam van Shakyamuni Buddha, de historische Boeddha Gautama, ter sprake komt.
Bij de zg. Confirmatie-ceremonie (kikyo-shiki), d.i. bij de ‘inwijding’ van een lekenboeddhist volgens een Jodo-Shinshu ceremonie, wordt ook het toevlucht nemen tot de Boeddha, de Dharma en de Sangha in acht genomen. ‘Boeddha’ refereert aan Shakyamuni, ‘Dharma’ aan de boeddhistische Leer zoals door Shakyamuni verkondigd, en ‘Sangha’ aan de gemeenschap van boeddhistische volgelingen in het algemeen.
Een verhaal over het Amida- Boeddhisme en hoe het begon en zich verspreidde zou, gelijk een heerlijk gerecht, aan pikante smaak tekort schieten indien de geschiedenis van de Zeven Patriarchen (respectievelijk afkomstig uit India, China en Japan, over het hoofd werd gezien. In dit verband zou ik gaarne willen refereren aan het desbetreffende deel 2 (volgend Eko-nr!) van deze uiteenzetting. Het Amida-Boeddhisme begon reeds met de eerste Patriarch Nagarjuna uit India, die omstreeks 150-250 leefde en zijn stempel erop drukte voordat de Leer de grens van China overstak.
Nadat in China Hui-yüan bij het begin van de 5de eeuw het Amida-Boeddhisme inleidde, dient de geschiedenis van de drie Chinese Patriarchen, T’an-luan (476-542), Tao-ch'o (562-645) en Shan-tao (613-681), vermeld te worden, want zonder het werk van deze drie zou het Amida-Boeddhisme in China en in Japan niet tot zulk een bloei zijn gekomen.
(wordt vervolgd)
|
|
|
|
|
|
Ekō 69 |
|
|
|
|
|
|
Leven Met Amida |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |