Leven Met Amida (2)

Shaku Shokai

De Zeven Patriarchen Van De Jodo-Shinshu

Jodo-Shinshu aanhangers gedenken met respect en dankbaarheid de door Shinran Shonin naar voren gebrachte bijdrage van diegenen die hem zijn voorgegaan in het Amida-Boeddhisme. Ik heb het aan een boekje van Shaku Kakuryo G. Kell uit Berlijn te danken, dat ik nu in staat ben om de volgende woorden aan genoemde zeven patriarchen van Jodo-Shinshu te wijden.

Deze zeven patriarchen, twee van India, drie uit China en twee van Japan, zijn baanbrekers geweest tot de ontwikkeling en de verspreiding van de Nembutsu en tot het ontstaan van de JodoShinshu, ieder op zijn eigen wijze en volgens de eigen filosofische inzichten. Het zou de moeite waard zijn om meer over hen te vernemen en om hen dankbaar te gedenken.

De eerste Patriarch was Nagarjuna of Ryuju Bosatsu uit India, die verkondigde dat twee wegen de mens naar het Boeddhaschap kunnen leiden. De eerste weg is het “Zware Pad” (Japans: nangyodo) waarbij door zelfdiscipline getracht wordt om de Zes Deugden (paramita) te betrachten, en de andere weg is het “Lichte Pad” (Japans: igyodo), waarbij een oprecht vertrouwen in de verlossende Kracht van de Voortijdelijke Gelofte van Amida de leidraad is. Nagarjuna leefde omstreeks 150-250 van onze tijdrekening.

De tweede Patriarch heette Vasubandhu of Seshin Bosatsu, en kwam ook uit India. Hij leefde omstreeks 300-400 van onze tijdrekening. Zijn bijdrage tot het Amida-Boeddhisme was zijn filosofische uiteenzetting over het Reine Land, het oprechte vertrouwen (Shinjin) in de Voortijdelijke Gelofte van Amida om in het Reine Land wedergeboren te worden en daar mede-Verlicht te zijn.

De derde Patriarch was T’an-Luan of Donran uit China, die van 476 tot 542 leefde. Zijn verdienste was om voor het eerst het verschil tussen de Eigen-Kracht (Japans: jiriki) - door menselijke inspanning op te brengen - en de Ander-Kracht (Japans: tariki) - de Kracht van Amida Boeddha - duidelijk te maken. Hij was de mening toegedaan dat slechts de Ander-Kracht het mogelijk maakte drie effecten tegelijkertijd te bewerkstelligen, namelijk de wedergeboorte in Amida’s Reine Land, de verlichting en de wedergeboorte in deze wereld van het lijden om mede te werken anderen van hun lijden te verlossen.

Ook de vierde Patriarch kwam van China. Hij was Tao-ch’o of Doshaku, die tussen 562 en 645 leefde. Deze Patriarch, die een Meester was, maakte onderscheid tussen twee wegen om Verlichting te bereiken, zoals Nagarjuna ook deed. Tao-ch’o had het over een “Pad der Heiligen” (Japans: shodomon) en het “Pad van het Reine Land” (Japans: jodomon). Hij benadrukte dat slechts het laatste Pad voor gewone mensen te volgen was. De Patriarch liet een voor de ontwikkeling van het Shinboeddhisme onontbeerlijke verzameling van teksten over het Reine of Zuivere Land achter.

De vijfde Patriarch was, evenals zijn twee illustere voorgangers, een groot leraar uit China. Hij leefde tussen 613 en 681. Shan-Tao of Zendo benadrukte drie aspecten van het AmidaBoeddhisme:

1. het reciteren van sutra’s, het mediteren op Amida en het uitspreken van zijn Naam;
2. het reciteren van de Nembutsu als hoofdpraktijk;
3. de overtuiging dat elk mens met behulp van de Nembutsu in het Reine Land komt.

De laatste twee Patriarchen, de zesde en de zevende, waren beiden van Japan afkomstig, namelijk Genshin (942-1017) en Genku of Honen (1133-1212).

Over Genshin is niet zo veel te vermelden. Hij beschreef meerdere vormen van Nembutsu, maar beval tenslotte de volgende, nu nog ingevoerde vorm aan: Namo Amida Butsu.

Honen spreekt meer tot de verbeelding. Hij was thuis in de meeste meditatiepraktijken van het Boeddhisme, waarbij de menselijke inspanning een belangrijk uitgangspunt was. Tenslotte kwam hij tot de slotsom dat meditatiepraktijken niet met de werkelijkheid overeenkwamen om de Verlichting te bereiken. Honen richtte zich op Amida en stichtte de Zuivere Land-School (Jodoshu), die veel aanhangers kreeg. De eenvoudige praktijk van de Nembutsu sprak het gewone volk sterk aan.

Ieder der genoemde Zeven Patriarchen had het pad voor Shinran Shonin gebaand, leidende tot de oprichting van de Jodo-Shinshu. Uiteindelijk was Shinran Shonin het meest geslaagd in de bloei van het Amida-Boeddhisme. Daisetz Teitaro Suzuki vatte dit treffend als volgt samen:

“Van alle richtingen van het Mahayana Boeddhisme in het Verre Oosten is de meest opmerkelijke de Shin-leer van de Zuivere Land-School. Dit is vooral opmerkelijk, omdat ze in Japan is ontstaan en ze historisch de laatste evolutie der Zuivere Land-richting van het Mahayana en daarmede haar hoogtepunt uitbeeldt.”

(wordt vervolgd)

Ekō 70
Leven Met Amida

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home