Lut Van Schoors
Er zijn van die perioden in je leven waarin je het gevoel hebt jezelf voortdurend achterna te lopen. Een verandering op je werk, gecombineerd met al dat voorjaarswerk in de tuin en de badkamer die dringend geschilderd moet worden…
En daar gaat je normale dagritme, je vaste gewoonten, je greep op de dingen. Een knoop in je maag, je hart slaat te vlug, je krijgt niet genoeg zuurstof binnen…, kortom: stress.
Zo bitter weinig is er in ons mensenleven nodig om je het gevoel te geven dat je ‘innerlijke rust’ zoek is. Wanneer je honderd dingen tegelijk wil doen en eigenlijk niets echt voltooit, dan kost het geen moeite te ervaren dat onze geest inderdaad te vergelijken is met een boom vol rhesus-aapjes die van de ene tak op de andere wippen.
De stress ondergaan en meemaken is één iets, je er bewust van zijn is nog iets anders. Meestal loop je al een hele tijd humeurig rond voor je beseft wat er aan de hand is.
Wat mezelf betreft, luidt de alarmbel op het ogenblik dat ik contact begin te verliezen met de Leer. Wanneer ik niet langer vanuit mezelf geďnteresseerd ben en liever TV kijk dan één of andere boeddhistische tekst te lezen, dan weet ik dat ik over een grens ben gegaan. Dat ik door middel van zelfdiscipline de inspiratie wat moet helpen, de praktijk wat moet opvijzelen…
Wat een geluk dat ik daarvoor kan terugvallen op de voorbije jaargangen van Ekō, waar ik altijd wel weer iets vind dat me de juiste impuls geeft!
Zo vond ik onlangs het artikel “Praktijk” van Prof. Esho Sasaki (cfr. Ekō, december 1984). Daarin handelt hij over de verschillende vormen van praktijk (o.a. het Edele Achtvoudige Pad, de Zes Volkomenheden, enz…) als zijnde het pad naar de verwezenlijking van de volkomen wijsheid.
Via het naleven van een zekere discipline in het leven (het heilzame doen, het onheilzame vermijden) kunnen we in de mogelijkheid komen ons gemoed te concentreren op “de dingen zoals ze in werkelijkheid zijn” en zo de ware wijsheid verwezenlijken.
Dit is hetgeen ons voert tot de bevrijding, de bevrijding uit de wereld van de blinde driften, de Verlichting.
Ook in het Shinboeddhisme staat de praktijk centraal, alhoewel praktijk op zich nooit de Verlichting kan bewerkstelligen. Daarvoor zijn we te zeer “dwaze wezens vol karmisch kwaad en blinde driften”.
De Bevrijding kan enkel verwezenlijkt worden door de Wijsheid-en-Mededogen van de Voortijdelijke Gelofte, waarin Bodhisattva Dharmakara zich voornam alle wezens tot de Verlichting te brengen. De Vervulling van de Oorspronkelijke Gelofte hangt nauw samen met het horen van de Naam, Namu Amida Butsu: wanneer we de Naam horen zoals hij in wezen is, wanneer we ons openzetten voor het Grote Mededogen dat in de Naam belichaamd is, dan leven we in de werking van de Voortijdelijke Gelofte die de Volkomen Verlichting ontvouwt, diep in ons, zodat we vrij worden van alle persoonlijke berekeningen.
In het Shinboeddhisme is de praktijk in wezen niet de praktijk van een “iemand”, maar de praktijk van de Boeddha zelf, uitstralend tot ons vanuit de Verlichting zelf.
Tot zover het eerder theoretische gedeelte van dit voortreffelijke artikel. Als Shinboeddhisten worden we allemaal verondersteld deze theorie te kennen. Maar hoe werk je dat in de soms stresserende sleur van je dagelijkse leven uit?
Ook daarop geeft Prof. Sasaki antwoord. Als hulpmiddel bij het vervullen van de praktijk, geeft hij drie punten, deels uit eigen ervaring opgebouwd, deels van andere hoogstaande boeddhisten overgenomen:
“1. Regelmatig samenkomen met andere volgelingen van de Jodo-Shinshu, om met elkaar te praten over de verschillende grote punten van de Leer, onder leiding van een goed vriend-en-leraar.
Is het voor ons, kleine groep Vlaamse volgelingen, geen ongelooflijk geluk dat wij sommige mensen hebben die de moeite willen nemen ons de Leer te verklaren? Is dat voor ons geen oproep om de bijeenkomsten in Jikoji ernstig te nemen en dit, zoals Rev. Z. S. Inagaki zei: “om Shinjin in ons te vestigen en te versterken”?
2. Elke dag een stukje of een hoofdstuk lezen in Tannisho, zodat we de tekst altijd beter gaan begrijpen en dieper gaan aanvoelen en ons gemoed voortdurend op Shinjin gaan instellen.
3. Thuis, elke dag minstens tweemaal een korte ‘rustpauze’ nemen, gaan neerzitten bij ons Amida-altaar, enkele verzen uit een Sutra reciteren en enkele passages uit een boeddhistisch werk lezen. Het gelezene overwegen en buigen in gassho.
Zelfs al zijn we hiervoor niet altijd in de juiste gemoedstoestand, toch geven die kleine thuisdiensten een zekere regelmaat in het vervullen van de praktijk en scheppen ze de gelegenheid na te denken over je eigen beleven van Shinjin.”
Wanneer we erin slagen deze drie praktijk-punten in ons dagelijkse leven te integreren, dan scheppen we zo de gepaste sfeer waarbinnen we ons met meer overgave dan anders mogelijk is, met meer concentratie en met de gepaste instelling aan Amida kunnen toevertrouwen. Los van het feit dat praktijk op zich nooit enige verdienste oplevert, nooit de Verlichting kan bewerkstelligen, toch is ze een waardevol hulpmiddel op ons pad naar de verwezenlijking van de Volkomen Wijsheid. Want wij, mensen, moeten lang praktiseren, denken en overwegen voor we met een zuiver en oprecht gemoed kunnen zeggen: “Er is geen enkele praktijk die de Nembutsu overtreft”
Tot slot nog twee bedenkingen:
Vooreerst ben ik me heel goed bewust dat ik dit schrijven begon met een klaagzang over de stress van het dagelijkse bestaan, en dat ik het artikel van Prof. Sasaki vond op zoek naar motivering voor mijn “door stress slabakkende praktijk”. Ik hoop dat het onnodig is te zeggen dat we de boeddhistische praktijk nooit als “kalmeermiddel” kunnen of mogen beschouwen. Wanneer we dit wčl doen, dan zitten we compleet vast in onze ik-gerichtheid, terwijl het uiteindelijke doel van de praktijk het zuiveren van de geest is en het loskomen van alle persoonlijke berekeningen.
Daarnaast kan ik me er niet van ontdoen, mijn grote dankbaarheid uit te spreken voor alle wijze mannen die hun inzichten met ons willen delen en ons leven daardoor toch wat gemakkelijker maken.
Shinran Shonin, in de eerste plaats, die zo goed besefte wat het “lekenleven” allemaal aan zorgen en frustraties en stress inhield. Die door zijn helder inzicht en zijn grote vertrouwen in Amida de grondlegger is geweest van de Jodo-Shinshu, waarin wij, drukdoenerige en dwaze mensen een thuishaven vinden.
Prof. Esho Sasaki, die mij door zijn helder en geďnspireerd artikel weer nieuwe inzichten en vernieuwde moed geeft.
Shitoku, tenslotte, die zich al jaren onafgebroken inzet voor de Jodo-Shinshu in het algemeen en Jikoji in het bijzonder; die zijn grote kennis en eruditie in prachtige en moeilijke boeken aan ons doorgeeft en ons zo het probleem bespaart deze in een vreemde taal te moeten lezen. Die er altijd is voor uitleg, verduidelijking en bemoediging…
Voor al die hulp op onze weg met Amida…
Gassho!
Namu Amida Butsu
|
|
|
|
|
|
Ekō 70 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |