Lut Van Schoors
Als rechtgeaard burger en meelevend mens is het de laatste maanden onmogelijk blind te blijven voor de tragische gebeurtenissen waarmee dit land wordt overspoeld. Velen die nooit het Journaal volgen, kijken nu dag na dag en op verschillende zenders, als ware het een niet te missen soap. Iedereen heeft plots zijn mond vol van moraliteit, permissiviteit, seksualiteit, solidariteit, gerechtigheid…
Ik kan me moeilijk van de idee ontdoen, dat het zien van zoveel “kwaad” vele mensen plots blij verrast doet staan over hun eigen “goed”.
Los daarvan, kan ik me er als boeddhist evenmin van ontdoen in gans die beroering een eigen houding te bepalen.
Het valt niet te ontkennen dat het hier gaat om een extreme manifestatie van lijden. Je wordt vol huiver geconfronteerd met een uitgesproken voorbeeld tot waar begeerte, haat en verdwazing ons kunnen leiden. En boeddhist of niet, de meeste mensen zullen de pañca-sila als morele code wel onderschrijven:
* zich onthouden van het doden van enig levend
wezen;
* zich onthouden van het nemen van wat je niet gegeven werd;
* zich onthouden van seksueel wangedrag;
* zich onthouden van ongepaste taal;
* zich onthouden van verdovende middelen.
Wanneer die code overschreden wordt, op een wijze zoals gebeurde in de zaak van de ‘ontvoerde en vermoorde meisjes’, is het normaal dat daar op verschillende manieren wordt op gereageerd.
Zo was er de serene “Witte Mars”, maar zo was er ook de losgebroken volkswoede en zag je op de televisiebeelden een schreeuwende, opgejutte massa vol haat- en wraakgevoelens.
Had je bij het eerste een gevoel van solidariteit, bij het laatste kon je enkel weerzin opbrengen.
Ik meen dat het in zo een atmosfeer uiterst belangrijk is om waakzaam en kritisch te blijven. Vanuit onze situatie, waarin we niet direct betrokken zijn bij de feiten, moeten we de gepaste afstand bewaren en ons onthouden van alles wat opzweept, opjaagt en de gemoederen verhit. We reageren spontaan op allerlei gegevens van buitenaf, en hoe terecht of heilig onze verontwaardiging en onze woede ook moge zijn, toch is het essentieel ons gemoed vrij te houden van afkeer of wraakzucht. De meeste palavers en discussies (“hoe is het mogelijk”, “zo een moordenaar is geen mens meer”, “die moeten ze maar tegen de muur zetten”…) leiden tot niets, zijn volkomen nutteloos en zijn enkel en alleen een uitlaatklep waardoor we onze opgekropte en gefrustreerde woede de wereld inspuien. Dit lost niets op, dit klingt ons enkel vaster in onze onwetendheid en dus ook in onze lijdensexistentie.
Bovendien moeten we steeds bedenken, dat de gevolgen van onze handelingen niet beperkt blijven tot louter fysische daden, maar dat onze gedachten en woorden een even grote impact hebben op ons leven en dat van alle wezens rondom ons. Wanneer je bijvoorbeeld een moord tot in alle details in je geest uitspint, maar nooit tot de daad zelf overgaat, doe je evengoed ‘kwaad’. Het kwaad dat in je gedachten gebeurt weegt, volgens de karmische wetmatigheid, even zwaar door als het kwaad dat je feitelijk begaat. Daarom wordt er in het Boeddhisme zoveel nadruk gelegd op het juiste denken.
Moeten we dan niet zeer behoedzaam zijn met wat we denken, zeggen of verkondigen?
Wanneer de Boeddha zegt dat de oorzaak van het lijden de onwetendheid is, dan is dat ook voor ons bedoeld. Ook wij scheppen ons eigen lijden én dat van anderen. Ook wij zijn getekend door begeerte, haat en verdwazing. Laten we dat in de hoogoplopende discussies over “Misdaad en Straf” vooral niet vergeten! Laten we ons eigen onvermogen om het heilzame te doen niet minimaliseren en verontschuldigen door het zien van een - in onze ogen - zoveel groter kwaad.
En laten we stoppen met oordelen en veroordelen. Wie zijn we dan wel dat we menen de beweegredenen te kennen van wat een ander mens drijft?
We moeten durven toegeven dat we als enkeling, en ook en masse, niet direct iets aan de situatie kunnen veranderen.
Dat we veiligheid voor onze kinderen en een correcte rechtsbedeling eisen, dat volk en regering daaraan gaan werken, is zeker positief. Maar om aan het existentiële gegeven van het lijden zelf te verhelpen, moet veel meer dan dat alleen gebeuren. Alle grote veranderingen gebeuren immers van binnenuit, en op een langzaam tempo. (3)
Ze gebeuren vanuit de geest, vanuit een spiritueel groeien.
In het Edele Achtvoudige Pad ligt uiteindelijk de oplossing voor het lijdensprobleem.
Het Edele Achtvoudige Pad leert ons, ons op alle gebieden in het leven te richten op wat karmisch heilzaam is. Het biedt ons de hulpmiddelen om een gemoed te verwezenlijken dat vrij is van onwetendheid en van waaruit men zo zuiver mogelijk tracht te handelen. Het leert ons hoe we het gemoed kunnen bevrijden van vooroordelen, misverstanden, begeerte en haat.
(3) voetnoot van Yuho: vergeten we niet dat de ‘grootste verandering’ slechts één gedachte-moment nodig heeft…
Het weerhoudt ons van het onheilzame en bevrijdt ons van onze ik-gerichtheid. Het doet ons beseffen dat al die “ikken” niet het centrum zijn van deze wereld, maar dat àlle wezens betrokken zijn in de lijdenswereld én dus ook in Amida’s heilsleer.
Het Edele Achtvoudige Pad brengt ons tot begrijpen; en inzicht in en begrijpen van onze lijdenssituatie brengt ons uiteindelijk tot Wijsheid-Mededogen.
Wijsheid in plaats van onwetendheid, Mededogen in plaats van haat en afkeer…
Dàt is de weg naar het ‘uitdoven van lijden’.
Laten we ons, wars van de publieke opinie en los van alle sociale druk, ontvankelijk en bereidwillig openstellen voor Amida’s Oneindige Mededogen dat alle wezens uit het lijdensbestaan bevrijdt…
Namu Amida Butsu
|
|
|
|
|
|
Ekō 71 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |