Martine Strubbe
Een bloeiend rietveld, in schitterend wit. Het veld lijkt rustig, in zichzelf. Als onze ogen met dit tafereel vertrouwd raken, tekenen de contouren van een wit paard zich af in het rietveld. Vanuit die ene witte grond, vertoont zich nu een vorm.
Wat een schitterende (zen-boeddhistische) metafoor voor de niet-tweeheid! Een verbeelding van wat de essentie uitmaakt van het Mahayana-boeddhisme, en dat in het Prajna Paramita Hrdaya sutra zo verwoord wordt: “Hier Sariputra, is lichamelijkheid leegheid, en leegheid is lichamelijkheid.”
Aan dit beeld moet ik denken, telkens in commentaren en krantenartikels het individualisme van het ‘postmodernisme’ wordt aangeklaagd. Onze tijd wordt gekenmerkt door een besef van de relativiteit van de ‘waarheid’: ‘waarheid’ en ‘objectiviteit’ bestaan niet, waarheid is louter een reeks afspraken binnen een bepaald kader, en enkel daar geldig. Als ieder zijn waarheid heeft, dan is dat in orde: leven en laten leven. Deze tolerante houding neigt helaas gemakkelijk om te slaan in laksheid, en strikt individualisme.
Ook de Boeddha-Dharma kent het kennisrelativisme. Alle concepten die vorm geven aan onze ervaringen zijn weliswaar relatieve waarheid, doch worden hier in een groter verband geplaatst. Net omdat deze vormen mogelijk worden door de werking van de ‘leegheid’ (of Ander-Kracht), omdat de werkelijkheid zoals ze in leegheid is, in onze geest vorm aanneemt, net daarom moeten deze vormen gezien worden in een totaliteit. In deze totaliteit gaan onze persoonlijke ervaringen en opinies samen met de werkelijkheid zoals ze is; zonder een ware werkelijkheid zou geen relatieve werkelijkheid mogelijk zijn, en omgekeerd. Als men in zijn relatieve ervaringswereld de achtergrond van de ware werkelijkheid ziet, (h)erkent men de ware zelfnatuur van alle wezens en gebeurtenissen. De ware werkelijkheid is dan de bron van mededogen waaraan wij ons kunnen laven. In dit licht zien wij in dat alles, hoewel verschillend in vorm, uiteindelijk hetzelfde is. De woorden ‘waarheid’ en ‘objectiviteit’ verliezen hier hun betekenis, omdat ieder leven dat geleefd wordt vanuit de totaliteit, dan ‘waar’ is, ‘goed is zo’.
Alle wezens streven naar een gelukkig leven, en mislukken hierin meestal jammerlijk. Dit inzicht zet aan om de anderen te helpen, al was het maar door ze met rust te laten. Dit is niet altijd gemakkelijk, doch het tegendeel is ook moeilijk: anderen leren begrijpen, zich verantwoordelijk voelen, zonder daarbij een superioriteitsgevoel te cultiveren.
Actieve tolerantie is de essentie van de dharma, en krijgt haar kracht van het Oneindige Mededogen. Verantwoordelijkheid moet niet alleen voor zichzelf genomen worden, doch voor alle wezens. Als wij vrij willen worden van gehechtheden, dan moeten wij deze vrijheid ook aan anderen gunnen.
Wellicht is een gebrek aan perspectief er de oorzaak van, dat de postmoderne mens soms de neiging vertoont zijn eigen relatieve wereld niet goed te kunnen relativeren.
Kunnen we dit werkelijk leren, de ander in zijn eigen unieke vorm te zien, tegen de achtergrond van het witte rietveld? We zijn vrij om de werking van de Ander-Kracht te erkennen en toe te laten, en aldus reliëf te geven aan onze ervaringen… Het is goed weet te hebben van de Ander-Kracht, want die geeft vertrouwen, en doet dankbaarheid ontstaan, bijna als een opluchting.
Namu Amida Butsu.
|
|
|
|
|
|
Ekō 76 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |