Erheen Gaan Is Makkelijk, Toch Is Er Daar Niemand

i ō munin no shō

Rennyo Shonin (Gobunsho 11-7)

Wanneer we de zaak rustig beschouwen, dan is het inderdaad zó dat het aan de [karmische] doeltreffendheid van het houden van de vijf voorschriften (go-kai, Sk. pañcasila) ligt, dat wij ons bestaan in het mensenrijk te danken hebben. Zoiets is immers een uiterst zeldzame gebeurtenis.

Toch is het leven in het mensenrijk slechts een kortstondige overgang; het leven dat hierna volgt is een zalige eeuwigheid. Zelfs wanneer we prat gaan op weelde en genieten van een overstelpende beroemdheid, toch is de gang van de wereld zodanig “dat diegenen die wel varen zeker zullen vervallen en dat diegenen die elkaar ontmoeten voorzeker weten dat ze moeten scheiden.” Daardoor kunnen we niet lang aan deze welvaart gehecht blijven. Ze kan hoogstens zo een vijftig tot honderd jaar duren. Wanneer we horen over de onzekerheid van het leven zowel voor ouderen als voor jongeren, [zien we] dat er weinig is waarop we kunnen rekenen. Daarom zouden de levende wezens van deze verworden tijd moeten verlangen naar Geboorte [in het Reine Land] door middel van het Gemoed van Vertrouwen (shinjin) in de Ander-Kracht.

Om dit Gemoed van Vertrouwen te ontvangen, is er geen behoefte aan wijsheid of geleerdheid, aan rijkdom en aanzien noch aan armoede en vertwijfeling; het is daarbij gelijk of men goed of slecht, mannelijk of vrouwelijk is. Wat van belang is, dat is dat we beslist de diverse [heils]praktijken afwijzen en onze toevlucht nemen tot de [éne] juiste praktijk.

Toevlucht nemen tot de [éne] juiste praktijk is in eensgerichtheid van gemoed en standvastigheid vertrouwen op Amida Tathagata, zonder de minste berekening.

De levende wezens die op deze wijze vertrouwen hebben worden door het Licht omvat. [Amida] laat ze niet vallen en wanneer het leven [karmisch] opgebruikt is, dan brengt hij ze naar het Reine Land. Het is door dit Gemoed van Gerustheid (an-jin) alleen dat we in bet Reine Land geboren worden.

Hoe gemakkelijk verwezenlijken we dit Gevestigde Gemoed! Er is immers geen inspanning onzerzijds. Vandaar dat de twee [Chinese] tekens an en jin kunnen gelezen worden als ‘gemakkelijk [verwezenlijkbaar] gemoed’ (Jap. yasuki kokoro); ze hebben immers [ook] deze betekenis.

Enkel door het Gemoed van Vertrouwen, eensgerichtheid en standvastig vertrouwen in de Tathagata zullen we probleemloos in het Land van Uiterste Zaligheid geboren worden. Dit Gevestigde Gemoed (anjin), hoe duidelijk begrijpen wij het! Hoe gemakkelijk is het dààrheen te gaan! Vandaar dat het Grote Sutra (I, 31) ons zegt: “Gaan is gemakkelijk, en toch wordt daar niemand [geboren].” Dit onderricht betekent dat wanneer wij het Gevestigde Gemoed verwezenlijken en standvastig op Amida vertrouwen, het [inderdaad] gemakkelijk is om naar het Reine Land te gaan; maar vermits er slechts weinigen zijn die het Gemoed van Vertrouwen verwerven, wordt dààr [zo goed als] niemand geboren alhoewel het zo gemakkelijk is ernaartoe te gaan.

Eens dat we dit begrepen hebben, is de Naam, die we dag en nacht, ‘s ochtends en ‘s avonds uitspreken, enkel de uitdrukking van onze dankbaarheid voor de welwillendheid van de Universele Gelofte van Groot Mededogen. Diep de Leer van de Boeddha indachtig, verstaan we de betekenis van het Gemoed van Vertrouwen dat reeds [in ons] verwezenlijkt is. Zo zullen we onvermijdelijk de Geboorte in het Vervullingsland verwezenlijken: dit is een zaak van overgroot belang.

In eerbied.

Een getrouw afschrift, gemaakt
op de 3de dag van de 3de maand,
Bunmei 6 (1474).

Ekō 77

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home