Martine Strubbe
Achter onze tuin staat een 100 m lang populierenscherm. Twintig meter hoge bomen; hun zacht geritsel op een kalme zomernamiddag, hun razernij bij een zuidwesterstorm: deze bomen zijn een onuitputtelijke bron van geluk.
Vanuit onze woonkamer kijken wij op deze gebeurtenissen toe. De bomen vullen volledig ons raam, één grote symfonie van bewegend groen, gevat in een halve cirkel. De dharma overdenkende, dwalen mijn ogen dan ook immer af naar de wriemelende kruinen van deze ritselpopulieren, soelaas voor ogen en geest.
Dit omkaderd beeld heb ik betekenis gegeven: een totaliteit van ontelbare fenomenen, die in hun ware natuur een eenheid vormen in de veelheid, een veelheid in de eenheid, een ‘mini-dharmakaya’.
Ontelbare ragfijne blaadjes elk op unieke wijze waaiend in de wind, elk blaadje zijn eigen tijd om te ontpoppen, te verkleuren, te vallen. Het geheel ervaar ik als statisch, onveranderlijk, en toch zit er, bij nader toezien, constante beweging in die onveranderlijkheid. Ik heb aldus van de populieren een upaya gemaakt, een symbool van de dharma. Zo kan ik mij al jaren laven aan dit beeld, ik zie de dharma winter en zomer, ‘s morgens, ‘s middags en ook ‘s nachts, dan hoor ik ze vooral door het open raam van mijn slaapkamer. De populieren zijn mijn leermeester geworden, mijn begeleider, mijn behoeder.
Verleden jaar werd het doodvonnis hierover uitgesproken: deze heerlijke bomenrij wordt binnenkort geveld. Beslissing van de gemeente. De populieren zijn zeer oud en kaprijp, en moeten vervangen worden. Twee dagen heeft dit nieuws mijn gedachten bedrukt. Hoewel ik de noodzaak van het kappen inzag, voelde ik mij toch ineens wat verloren, en een beetje angstig voor het nakend verlies van mijn ‘dharmavrienden’. Totdat ik besefte dat ook in dit nieuwe gebeuren de dharma tot mij kwam: ik had mij gehecht aan de bomen, ik had ze mij toegeëigend. Zelfs aan een geschikt middel, dat ons constant de wetmatigheid van de verandering toont, kan men zich hechten! Dit beseffende, kon ik mij openstellen voor de wondere situatie die zou ontstaan eens de kale hemel zichtbaar zou worden. Welke mogelijkheden zouden dan niet werkelijk kunnen worden, na de populieren…
Zo verloopt gans ons leven: we hechten ons aan al wat ons vertrouwd is, om het liefst nooit meer los te laten. Alsof we het ultieme bereikt hebben. Maar het ultieme wordt nooit bereikt! Er komen altijd nieuwe situaties, en deze aanvaarden we meestal nooit zonder slag of stoot, we hebben altijd een korte (of langere) overgangsperiode nodig. Soms aanvaarden we de verandering gewoon nooit. Spontaan conformeren aan dat wat niet anders kan dan gebeuren is moeilijk.
Leer ik het ooit? Wellicht niet. Toch weet ik dat inhaken op het Vertrouwen dat de dharma over ons strooit niet verloren gaat: overheen ons leven komt het anderen ten goede…
Namu Amida Butsu.
|
|
|
|
|
|
Ekō 77 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |