Dharma-talk 03/11/1998

René Van den Langenbergh

De laatste weken ben ik verschillende mensen tegengekomen die allerlei goede daden hebben gedaan tegenover andere mensen. Zo kan ik het voorbeeld geven van een vriend van me die zijn gebuur aan het helpen was bij een verhuis. Een buur van ons was komen helpen bij het installeren van nieuwe elektriciteit in onze keuken. Ik heb gezien hoe mensen andere mensen de straat hielpen oversteken bij het slechte weer van de laatste tijd.

Je ziet elke dag rondom je dat er tóch nog goede mensen zijn. Alleen: het goede in ons moet bovenkomen.

Dit gegeven alleen boeddhistisch gaan interpreteren zou volgens mij foutief zijn. Het is inderdaad zó dat het merendeel van de mensen waarover ik het zojuist had, geen boeddhisten zijn. De ene was katholiek, de andere misschien protestant of moslim, hindoe, atheïst, getuige van Jehova…

Het verrichten van goede daden is dus eigenlijk geen zuiver boeddhistisch gegeven, zeker niet in onze westerse maatschappij.

De vraag die zich dan opdringt is: Wat maakt het Boeddhisme dan zo anders dan de andere religies en godsdiensten?

Ik denk dat het grootste verschil erin zit dat het Boeddhisme geen godheid heeft, geen hogere macht. Wij moeten geen verantwoording afleggen tegenover een God voor onze daden. In het Boeddhisme kennen we geen zonde. We hoeven niet te biechten gaan om daarna voor onze zonden vergeven te worden.

Dat is juist de aantrekkingskracht van het Boeddhisme. Dat is wat mij het meest aanspreekt: het niet slecht kunnen doen tegenover een hogere macht.

Nu is het zo dat in het Boeddhisme zelf er verschillende strekkingen zijn. We kennen allemaal de Jodo-Shinshu, het Zenboeddhisme, de Nichiren-shu, het Tibetaans Boeddhisme enz.

Wat maakt de Jodo-Shinshu dan weer zo bijzonder tegenover de andere boeddhistische stromingen?

Vooreerst is het zo dat je in de Jodo-Shinshu geen verdienste moet verwerven zoals dat in veel Aziatische landen wél het geval is. Het niet-verwerven van verdiensten, het niet-stellen van goede daden heeft uiteindelijk weinig invloed op de Geboorte in het Reine Land. Zeker, in de Jodo-Shinshu, niet als deze daden berekend zijn, als ze a.h.w. met voorbedachte rade gebeuren.

Wij hechten niet zoveel belang aan principiële zaken die bij andere stromingen belangrijker zijn. De zithouding in de tempel, het gaan naar de tempel op zich, en vooral het praten, discussiëren en nadenken over de Leer van de Boeddha is toch wel anders in de Jodo-Shinshu dan bij andere boeddhistische strekkingen.

Zo ben ik reeds verschillende keren naar Sri Lanka geweest en heb ik daar geprobeerd een gesprek aan te knopen met gewone mensen. Antwoorden geven op mijn vragen konden ze echter niet of nauwelijks. Je moet het maar vragen aan de monnik, zeiden ze.

Zulk een houding doet me huiveren. Dit kan toch niet de bedoeling van het Boeddhisme zijn. Waarom zouden we niet mogen nadenken over wat de Leer van de Boeddha ons te vertellen heeft, wat de Leer ons kan leren? Het is mij ook opgevallen dat in dit opzicht ook andere tradities niet hetzelfde zijn als de Jodo-Shinshu.

Zo is het mij opgevallen dat, op de vergadering van de Boeddhistische Unie van België in het Tibetaans Instituut Yeunten Ling (13 september), heel wat mensen hun eigen mening niet durfden zeggen omdat hun monnik of priester erbij was. Deze toestand doet me denken aan de goede oude tijd van het katholicisme: “Hou jij ze dom, ik zal ze arm houden.” Hoezeer herinneren we ons niet dat we naar de catechismus moesten en daar alleen maar mochten aanhoren wat men te zeggen had. We mochten helemaal geen eigen mening hebben; laat staan dat we ons afvroegen of dat wat men ons zei allemaal wel goed en waar was.

Hierin zit het grote verschil met Jikoji. Wij hebben dààr altijd de mogelijkheid om te discussiëren, om met elkaar te praten over de Leer. En evenzo te praten over zaken die niets met de Leer te maken hebben. Dit moet echter kunnen in een goedwerkende sangha, want als dit niet zou kunnen, zouden we niet over een sangha kunnen spreken.

Het is juist door mijn veelvoudige contacten met andere boeddhistische stromingen dat ik er meer en meer van overtuigd aan het geraken ben dat ik bij het Shinboeddhisme juist zit.

Onlangs nog ben ik mijn beklag gaan doen bij Shitoku over bepaalde zaken die mij op het hart lagen, over zaken waarvan ik vond dat ze in de Tempel verkeerd liepen.

In andere stromingen zou ik misschien het deksel op de neus gekregen hebben, maar Shitoku heeft met mij een lange discussie van meer dan drie uur gevoerd. Dit zou op een ander echt niet kunnen. Voor mij is het dan ook duidelijk dat de Jodo-Shinshu toch de beste weg naar de Geboorte in het Reine Land is.

Ook in mijn denken heeft de Jodo-Shinshu mij gunstig beïnvloed. Enkele jaren geleden zei ik nog tegen de mensen dat ik boeddhist was. Nu zeg ik dat niet meer. Als ik nu met vrienden over religie praat, zeg ik dat ik probeer een goed boeddhist te zijn. Dat is weliswaar een kleine nuance, maar met een wereld van verschil.

Het heeft lang geduurd, maar ik ben er nu van overtuigd dat die éne telefoon naar de inlichtingen van Belgacom om hun te vragen waar er ergens een boeddhistische tempel in Antwerpen was, eindelijk zijn vruchten begint af te werpen.

En dat ik hier ben beland, beklaag ik me niet. Die telefoon was dan ook nuttig. Zoals Daniëlle het zo treffend kon zeggen: “Er is tóch Mededogen!”

Namu Amida Butsu!

Ekō 79

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home