Lut Van Schoors
(Bij de memoriaaldienst voor Luc – 21/11/1998)
Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan Luc denk. Soms met vreugde, soms met spijt, soms nog met verdriet. Maar nu het weer november is, zijn mijn gedachten en gevoelens meer dan anders rond hem geconcentreerd.
Daarom ben ik blij dat we hier samen zijn in Jikōji, om hem te gedenken.
* * *
Het is niet gemakkelijk om met de grote veranderingen in je leven om te gaan. Als je verliest wat je het liefste is, verlies je ook de grond onder je voeten. Je wordt op jezelf teruggeworpen, je bent verplicht je ganse wereld te herzien. Niemand van ons wordt graag met de dood geconfronteerd. Hij doet ons klein en kwetsbaar voelen en herinnert ons aan onze eigen sterfelijkheid.
In het dagelijkse leven duwen we de idee van de dood zo ver mogelijk van ons af. We negeren de realiteit van de vergankelijkheid.
Maar bij een memoriaaldienst vind ik het passend om daar toch even bij stil te staan. De herfst is hét seizoen van de vergankelijkheid. Er zijn de traditionele (katholieke) feesten van Allerheiligen en Allerzielen. Stormen vegen de bomen kaal, de laatste bloemen sterven, de natuur houdt haar adem in en maakt één grote beweging naar binnen toe. Als mens zijn we aan hetzelfde ritme onderhevig. De seizoenen van ons leven zijn weliswaar minder voorspelbaar, maar ook wij worden oud of worden ziek, takelen af, gaan dood…
En alhoewel we elk jaar opnieuw meemaken dat na het diepste putje van de winter de cyclus van leven, bloei en vrucht dragen zich weer herhaalt, is het ontzettend moeilijk om dit op ons eigen leven, of dat van een gestorven geliefde te transponeren.
Toch geloof ik dat we allemaal overtuigd zijn dat het leven niet eindigt met de dood.
Sterven betekent voor de één overgaan naar een andere dimensie, voor de ander betekent het een hemelvaart, voor de Shinboeddhist betekent het de Geboorte in het Reine Land.
Daarom is het misschien beter dat we de term ‘vergankelijkheid’ vervangen door ‘veranderlijkheid’. Dat is een vriendelijker woord en het ligt ook dichter bij de waarheid. Dat is het woord dat ik gebruik wanneer ik aan Luc denk.
Want zie je, voor mij is Luc niet ‘vergaan’, hij is ‘veranderd’.
De man die hij was is nu deel van het Oneindige Mededogen, van Amida’s Ander-Kracht.
Zo voel ik het aan. Daarvan ben ik overtuigd.
* * *
Het was niet eenvoudig om tot dat inzicht te komen.
Zoals ieder ander mens ben ik erg vasthoudend. Wie je liefhebt, wat je vreugde geeft, wil je niet kwijt. Wat blijft geeft zekerheid. En veranderingen geven ons altijd een ongemakkelijk gevoel. Daarom klampen we ons vast aan relaties, aan bezit, aan status… We zijn bang om los te laten, bang voor verlies, want verlies doet pijn en verdriet.
Maar dat vasthouden is onmogelijk, dat vasthouden is de eigenlijke oorzaak van de pijn! Als we dood gaan laten we àlles achter.
Toen Luc besefte dat de kans dat hij zou sterven groter was dan de kans op genezing, zei hij me het volgende: “Ik heb alle mogelijke therapieën gehad. Ze hebben al gedaan wat ze konden om mij erdoor te helpen. Als ik dan toch sterf, dan moet je dat aanvaarden. Dan is dàt mijn karma.”
Het was wreed en hartverscheurend om dat te horen, want daar was ik nog niet klaar voor. Ik voelde hoe hij me los liet, ik voelde hem mij ontglippen, verlaten, achterlaten. Maar nu ben ik zo dankbaar als ik bedenk wat een rust er daarna over hem kwam, tot welk punt hij kon onthechten en met welke innerlijke kracht hij zijn dood tegemoet kon treden.
Het is hard en moeilijk om op zo een manier het sterven van je geliefde mee te maken, maar het is ook vreselijk mooi en leerzaam.
* * *
Hoeveel mensen hebben we in onze familie of vriendenkring al verloren? Hoeveel verdriet, hoeveel tranen, hoeveel wanhoop hebben die verliezen al meegebracht? Hoeveel lijden?
En wat voor zin heeft dat lijden?
Dat lijden heeft geen zin op zich.
Maar je kunt er wel iets mee doen. Je kunt er wel iets van leren.
Steeds weer opnieuw, wanneer de verliezen in ons leven pijn teweegbrengen, komen we een stap dichter bij de waarheid.
En de waarheid is dat je lijdt omdat je niet kunt loslaten, omdat je met al de vezels van je menselijke lichaam, met al de noden van je menselijke geest vastklampt aan wat vergankelijk en veranderlijk is.
Loslaten is de weg naar innerlijke vrijheid.
Als je niets vreest en niets verwacht ben je vrij van pijn.
Maar beeld je niets in: helemaal vrij zullen we nooit worden in dit leven. Dat verhindert onze condition humaine.
Maar wat je wél kan bereiken, dat is durven te leven: relaties aangaan, liefhebben, kinderen op de wereld zetten, iets uitbouwen, carrière maken… kortom: het volle leven leiden.
Want wat je wél kunt bereiken, dat is een vorm van levenskunst: genieten van en dankbaar zijn voor wàt je hebt, zonder voortdurend de schrik te voelen dat alles te verliezen. Dat is een menselijke vorm van vrijheid. Dat is een manier om de veranderlijkheid te aanvaarden en toch van het leven te kunnen genieten.
* * *
Wanneer we onszelf kunnen losmaken van dat valse geloof in duurzaamheid, van de overtuiging dat we wat hebben kunnen vasthouden, van ons bedrieglijk verlangen naar veiligheid waarop we kunnen bouwen, komen we los van gehechtheid.
En als we loskomen van gehechtheid, komt er een groot Mededogen in ons vrij. Mededogen voelen is wéten dat je één van die ontelbare lijdende wezens bent.
Is je één voelen met al wat leeft en lijdt.
Is je bewust worden van het onmetelijke lijden in de wereld. Is je niet verharden, je niet afsluiten, de pijn niet ontkennen. Is je ogen wijd open trekken en de pijn en het verdriet over je laten komen, je bewust worden van het medelijden dat je voelt en er daadwerkelijk iets aan doen.
Mededogen is een sterke kracht die alle dingen en wezens naar elkaar toe voert. En dàt is wat onze wereld nodig heeft: mededogende priesters, nonnen, leraren, bedienden, mededogende rijkswachters, griffiers, studenten, mededogende kunstenaars, verpleegkundigen en gepensioneerden… die werken aan een betere wereld, die zich onvoorwaardelijk inzetten en streven naar de verlichting van àlle levende wezens.
Luc was geen heilige. Hij was af en toe behoorlijk lastig en moeilijk om mee om te gaan.
Maar hij had een Mededogen in zich dat ik zelden heb gezien en nooit zal vergeten. En zo wil ik hem gedenken.
* * *
Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik aan Luc denk.
Elk jaar weer beleef ik zijn ziekte en zijn dood. Maar elk jaar ook verlies ik wat meer balast, raak ik wat meer van mijn eigen emoties en herinneringen kwijt.
En per jaar dat achter me ligt, zie ik scherper de essentie van die gebeurtenissen, zie ik duidelijker wat ze in mijn persoonlijk leven hebben betekend en wat ze mij hebben geleerd.
Namu Amida Butsu.
|
|
|
|
|
|
Ekō 80 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |