door René Van den Langenbergh
I.
Beste vrienden, ik zit in een boeddhistische sekte.
Inderdaad, dat kreeg ik te horen zo een 6 of 7 jaar geleden toen ik een zaak binnenstapte waar ik elke week kwam.
Ze hadden een gerucht gehoord, ze hadden erover gediscussieerd en ze hadden een besluit genomen. Pas daarna hebben ze aan mij gevraagd wat ervan waar was. Daarmee hadden ze eigenlijk moeten beginnen, maar ja…
Wat doet een mens die vol vooroordelen zit omwille van het onbekende?
Mijn vrienden hadden een vooroordeel over het boeddhisme, gewoon omdat ze het niet kenden.
Een ander voorbeeld kunnen we geven over politieke formaties.
Hoe dikwijls gebeurt het niet dat mensen andere mensen veroordelen omdat zij ze niet kennen, omdat ze het programma van de andere partij niet kennen?
“Dat is een groene jongen, kijk maar eens naar zijn kleding, daar moet ik niets van hebben, hoor!”
“Dat is een racist, want hij zit bij een ultrarechtse partij!”
Een ander voorbeeld gaat over een neef van me. Mijn vader zijn broer is destijds getrouwd met een Griekse vrouw. Uit die relatie zijn kinderen voortgekomen. Nu is het zo dat mijn oom, mijn tante en mijn jongste neef een 15-tal jaren geleden eens op weekend bij ons op bezoek kwamen. Ik was toen 22 en mijn neef 18 jaar. Hij heet Costas Van den Langenbergh, hij is dus een Vlaming. Ik had met hem afgesproken om naar een dancing te gaan, achter de hoek bij ons, waar ik wekelijks uitging.
Ik mocht naar binnen van de portier, hij kende me immers al lang. Mijn neef kwam na mij binnen, zo dacht ik. En toen ik me omdraaide om hem te vragen wat hij wenste te drinken, zag ik dat hij me niet naarbinnen gevolgd was. De portier had hem tegengehouden met de woorden: “Jij komt hier niet binnen want jij ziet bruin.” U moet namelijk weten dat mijn neef, omwille van dat Grieks bloed, inderdaad een vrij donker uiterlijk heeft, zelfs donkerder dan vele Turken of Arabieren.
Ik ben toen terug naar buiten gegaan om de portier erop te wijzen dat die jongen mijn neef was. En op dat ogenblik mocht hij wél binnen, want als ik hem kende, dan was het wél goed.
We zijn gewoon doorgegaan en op een ander iets gaan drinken. Weeral dat vooroordeel van die portier die mijn neef veroordeelde op grond van zijn uiterlijk, alhoewel hij de jongen nog nooit eerder gezien had.
Zo kan ik nog veel voorbeelden geven van vooroordelen die bij de mensen op een of andere manier toch ingebakken zitten.
Waarom vertel ik jullie dit nu allemaal?
Welnu, onlangs was ik op bezoek bij iemand en we waren al heel de middag aan het praten over de zin van het leven, over de maatschappij enz. U kent dat wel.
Opeens vroeg mijn vriend mij wat ik absoluut niet kon verdragen bij de mensen, en ik moest ineens antwoorden, ik mocht er niet over nadenken. En, dus zonder verder na te denken, gaf ik als antwoord: “Vooroordelen”.
Normaal gezien geef je als antwoord ‘de verkeersagressie’ of iets dergelijks, maar ik gaf als antwoord ‘vooroordelen’.
Hoe het komt dat ik juist dit antwoord gegeven heb, weet ik eigenlijk niet. Het was alsof ik dat antwoord niet gegeven had, maar dat iets mij ertoe had aangezet om dit antwoord te geven.
Pas terug thuis ‘s avonds heb ik daar dieper over nagedacht. Ik kon er echt geen verklaring voor geven. Alhoewel.
Is het niet zo dat mensen met schelpen vóór hun ogen lopen en juist daardoor vol vooroordelen zitten? Ze willen de werkelijkheid niet zien door hun eigen ik-gerichtheid, door hun eigen dwaasheid, door hun eigen egoïsme.
Ik meen me te herinneren dat er, zo een 2 500 jaar geleden, iemand was die de mensen daarop gewezen heeft, die gezegd heeft dat je niet egoïstisch mocht zijn. Hoe heette die man ook al weer?
Het uitschakelen van het egoïsme, proberen de gulden middenweg te vinden, het zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn, dat is niet echt gemakkelijk.
Vooroordelen spruiten juist voort uit onze waarnemingen, gewaarwordingen, percepties, en op hun beurt beïnvloeden ze ons handelen en bewustzijn.
Het uitschakelen van vooroordelen vereist dan ook een uitschakelen van dat ik-bewustzijn.
Het is pas na jaren van het komen naar onze tempel, na het bezoeken van kloosters in boeddhistische landen en luisteren naar de dharma-talks van officianten, en naar het komen naar de Jikōji-lezingen dat mijn manier van denken aan het veranderen is gegaan. Het beleven van de boeddhistische leer gaat met vallen en opstaan. Het ene jaar gaat het absoluut niet, het volgende jaar gaat het schijnbaar vanzelf.
Je ondervindt alleen bij jezelf dat je manier van denken aan het veranderen is, dat je de zaken anders begint te bekijken tegenover vroeger.
Dit is een proces van jaren, geloof me.
Soms betrap je jezelf erop dat je je vooroordelen toch nog niet volledig opzij hebt gezet. En soms betrap je jezelf erop dat je het werkelijk goed meent. Welnu, het is op die momenten dat je beseft dat je op goede weg bent.
Niemand heeft ooit gezegd dat het beleven van de Leer, het in praktijk toepassen van de theoretische Dharma gemakkelijk is. En niemand zal dit volgens mij ooit zeggen.
Je moet alleen maar je ogen openen, je hart, je lichaam openen, je bewustzijn openen om de Dharma te aanvaarden en te proberen hem te begrijpen. En dan zal je jaar na jaar veranderen, zelfs al besef je het zelf niet.
Je moet daar echt niet veel voor doen, je moet alleen veel, heel veel geduld en vertrouwen hebben.
Namu Amida Butsu!
II.
Toen ik in Ekō las dat ik vandaag mocht voorgaan, was ik eigenlijk een beetje verrast. Eerst dacht ik dat het een vergissing was. Ik heb dit toen aan Shitoku gevraagd en het bleek inderdaad geen vergissing te zijn.
Ik voel me vereerd dat ik mag voorgaan, want een memoriaaldienst houden ter nagedachtenis van Zuiken is toch zeer speciaal.
Het is des te moeilijker doordat ik die persoon niet zelf gekend heb.
Een beetje geschiedenis: Inagaki Zuiken werd in 1885 in Himeji geboren. Gedurende 21 jaar bestudeerde hij het Shinboeddhisme ten gronde, vooral onder de leiding van Rev. Riken Katsura. Hij werd op 15 augustus 1945 (de week na de bom op Hiroshima) een Jodo-Shinshu-priester.
Zuiken schreef veel boeken, met als voornaamste een Engelse vertaling van Tannisho (in 1949) en een indrukwekkend commentaar op Kyogyoshinsho (in 1963), allicht een van zijn belangrijkste werken. Hij overleed in 1981, op 96-jarige leeftijd.
Alhoewel ik Zuiken - tot mijn grote spijt - niet zelf heb gekend, heb ik dikwijls het gevoel dat dit wel zó was. Soms put ik kracht uit uitspraken die verschenen zijn in het flinterdunne maar zeer belangrijke werk Anjin. Ook via dharma-talks van Shitoku over Zuiken krijg ik soms de indruk dat ik deze persoon toch persoonlijk gekend heb. In moeilijke momenten geeft dat me de kracht door te gaan, niet op te geven in mijn zoektocht naar dat éne moment van Shinjin.
Zoals u weet is de 18de Gelofte voor ons Shinboeddhisten van enorm groot belang. Het totaal vertrouwen in de Ander-Kracht uit zich in het reciteren van de Naam Namu Amida Butsu.
Via de 19de en de 20ste Geloften (praktijk en reciteren van de Naam in zelf-kracht) komen we automatisch bij de 18de Gelofte, de Ander-Kracht Nembutsu, om zo te proberen de Verlichting te verwezenlijken voor alle wezens.
En zo kom ik bij onze andere overledenen. Zoals jullie weten was het heengaan van Daniëlle voor mij een immense opdoffer. Boeddhisme in theorie is mooi, maar het toepassen ervan in de dagdagelijkse realiteit is toch nog iets anders.
Het is evenzo de kracht die ik nog steeds van Daniëlle krijg die me de moed geeft om door te gaan.
Haar overlijden is in de loop der tijden van een grote teleurstelling en niet-begrijpen bij mij stilaan overgegaan in dankbaarheid en vertrouwen. Dat is zeer moeilijk te verklaren, maar Daniëlle geeft mij de kracht om niet op te geven. Zoals Lut het onlangs nog treffend zei, put zij nu ook meer kracht uit het heengaan van Luc. En Shitoku zal ongetwijfeld kracht putten uit het heengaan van zijn leermeester.
Wanneer we deze kracht op onszelf transformeren, kunnen we er ook beter mee omgaan. Wij, op onze beurt, kunnen dan weer kracht geven aan de mensen die na ons komen.
Wanneer ik het afgelopen jaar beschouw, is het mij opgevallen dat er heel wat spanningen in Jikōji waren. Shitoku heeft het daarover uitvoerig gehad in zijn dharma-talk op het einde van vorig jaar. Ik wens dit niet op te blazen, maar ook niet te minimaliseren. Het is toch zeer spijtig te moeten vaststellen dat problemen niet uitgepraat kunnen worden. We leven toch veel te kort om ruzie te maken. Wanneer sommige mensen niet meer naar Jikōji komen om om het even welke reden, dan vind ik dat zeer spijtig. Hoe kunnen we een scheefgelopen situatie rechttrekken wanneer we er niet over kunnen praten?
Wat mezelf betreft, als ik fouten gemaakt heb of mensen beledigd, dan wens ik mij daarvoor te verontschuldigen. Zijn we toch niet allemaal maar mensen van vlees en bloed die alleen maar kunnen leren uit de fouten die we maken? We moeten alleen de kans krijgen onze fouten recht te zetten.
Is het niet zo dat ook diegenen die fouten maken, wanneer ze dit karmisch niet zelf in de hand hadden, dat die fout uit onvermogen was en bijgevolg een onvrijwillige daad, dit geen beletsel kan zijn om toch de Geboorte in het Reine Land te bereiken?
De overledenen die wij hier in memoriaaldiensten eren, zouden dit ook vreemd vinden dat problemen niet opgelost geraken. Zij zouden deze situatie niet wensen, daarvan ben ik overtuigd. Dan is het wel zeer teleurstellend te moeten vaststellen welk een afgrond gaapt tussen het theoretische en het praktische boeddhisme, hoe sommige mensen wel hun mond vol hebben over hoe het boeddhisme nu eigenlijk in elkaar steekt, maar er zelf niet in slagen om deze theorie in praktijk om te zetten. Dat vind ik zeer spijtig, zeer teleurstellend.
Ik ben van mening dat een aantal van Zuiken’s Sayings hier niet misplaatst zijn: “Just as you are - really - just as you are!” Je kan van niemand verlangen dat hij of zij perfect is, of dat die persoon zich ineens anders gedraagt omdat het boeddhisme dit verlangt. Je kan dit proberen te bereiken door met elkaar te praten en te discussiëren, maar dat vraagt veel tijd en geduld. Proberen te leren van onze fouten is goed, maar ook van anderen kunnen verdragen dat ze anders zijn dan wij. Is elke mens immers niet uniek?
Een andere uitspraak van Zuiken is: “For ninety years I have heard nothing.” Dat zoiets gezegd wordt door een stokoude wijze man, zegt volgens mij ook genoeg. Gedurende 90 jaar heb ik niets gehoord. Wie zijn wij dan om ons druk te maken over pietluttigheden en de kleine dingen die ons bezig houden?
Een andere uitspraak, die hier zeker niet misplaatst is: “Don’t forget your sins, then you will be able to go to the Pure Land.” Vergeet uw eigen zonden niet! Wie van ons kan zeggen dat hij of zij foutloos door het leven gaat? We zien gewoonlijk wel de splinters bij een ander, maar de balken in onze eigen ogen vergeten we wel eens!
Beste mensen,
Een memoriaaldienst voorgaan is niet gemakkelijk, maar ik vond het gepast, juist omwille van de herinnering aan de mensen die ons ontvallen zijn, te spreken over de fouten die we allen begaan. En geloof me: niemand hier aanwezig is foutloos.
We kunnen alleen proberen van onze fouten te leren en het in de toekomst beter te doen.
Als we het dit jaar karmisch proberen beter te doen, zal iedereen er wel bij varen. In naam van onze overledenen: dank u.
Namu Amida Butsu.
|
|
|
|
|
|
Ekō 80 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |