Editoriaal - Afscheid

Eind april heb ik onze Raad van Beheer mijn ontslag als voorzitter van het Centrum voor Shin-Boeddhisme vzw aangeboden. Het werd, na wat aanvankelijk geharrewar, aanvaard en René Van den Langenbergh werd eenparig als mijn opvolger aangeduid. Ontslag en benoeming moeten nog in het Belgisch Staatsblad verschijnen, maar dat blijkt een werk van langen asem te zijn…

Het is noch uit desertie noch uit depressie of verbittering dat ik dit besluit nam. Hoofdoorzaak is beslist de fysische achteruitgang van mijn mobiliteitsvermogen, te wijten (te danken?) aan een ongeneeslijke artrose die mij het staan, het gaan, het zitten en zelfs het liggen moeilijk maakt. Voeg daarbij de ouwe-vent symptomen qua bloeddruk, prostaat, gezichtsvermogen en zo dergelijke meer.

Een tweede verdedigbaar argument is wel de noodzakelijke verjonging van elk kader. In 1952 (dat is bijna een halve eeuw geleden!) stichtte ik in Vlaanderen de - zeer waarschijnlijk… - eerste boeddhistische groepering, het Antwerpse Centrum voor Boeddhistische Studie en Voorlichting, onder de onbetwistbare impuls van Maurice Kiere. Maar dàt heb ik elders al uiteengezet. Van deze bijna halfeeuwse activiteit vind ik nu dat deze inspiratieve bezigheid best dient overgedragen te worden naar jongere generaties.

Zo zal ons dagelijks bestuur voortaan principieel uitgeoefend worden door een Raad van Wijzen (de benaming is afkomstig van Katrien…) bestaande uit vier van onze beheerders: deze zullen instaan voor gewichtige beslissingen, inzoverre deze niet vallen onder de juridische bevoegdheid van de Raad van Beheer en/of van de Algemene Vergadering. Ikzelf blijf momenteel aangewezen voor de contacten met Japan en (hopelijk zeer voorlopig) voor administratieve en financiële verplichtingen tijdens een (zo kort mogelijke!) overgangsperiode. Voorts blijf ik nog werkzaam zowel in onze uitgeverij De Simpele Weg als in de Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen.

Toch moet ik eerlijk zijn. Het is allicht door een te lange ervaring met het huidige in Europa levende Boeddhisme dat ik sommige problemen scherp (te scherp?) zie. Na zovele jaren de Leer in haar zovele expressies uitgedragen te hebben, kom ik tot de wel wat late vaststelling dat er een feitelijke breuk bestaat tussen de inhoudelijke Dharma-zoals-we-die-verwachten, en anderzijds de al te vormelijke boeddhistische instituties, organisaties… kortom Kerken…

Nu is het een vaststaand algemeen hedendaags ‘probleem’ dat er in elke zg. religieuze gemeenschap onder druk van een sterker en almaar sterker wordende neiging tot secularisatie, er interne spanningen en zelfs conflicten ontstaan. Dat stellen we duidelijk vast bij de christelijke gemeenschappen, maar ook bij de Joden (zeker in Israel), in de Islam (u kent daar de wrevel tussen fundamentalisten, progressieven en modernisten) en in het Hindoeïsme.

Maar dat gelijkaardige probleem zien we tevens in ‘boeddhistische’ middens opduiken, waar het meestal niet gaat om doctrinale Gegebenheiten, maar om persoonlijke aller-persoonlijkste motiveringen… Denken we in dit verband bv. aan de moeilijkheden binnen het Thailandse Theravada: de spanningen tussen de ‘officiële’ stadstempels, de zg. jungletempels of met de succesrijke Dhammakaya-beweging.

Maar we hoeven niet naar ZO-Azië te trekken: in de Amerikaanse-en-Europese Zen-bewegingen, zelfs binnenin de Tibetaanse Kagyupa zien we dergelijke spanningen ontstaan, vaak te herleiden tot individuele (individualistische…) situaties. En hiermee is een lange lijst niet uitgesloten. Ook al weet vaak de ‘gewone volgeling’ daar niets of niet veel van.

Begrijpelijk maar m.i. erger nog: zo moet ik vaststellen dat er in de Amerikaanse en/of Europese Shin-organisaties ook fricties van dergelijke aard ontstaan en bijgevolg elke verbreiding van Shinrans Anderkracht-Nembutsu door pietluttigheden kan geblokkeerd worden. Soms word ik gevraagd om daarbij als een soort ‘internationaal scheidsrechter’ op te treden. Als ‘voorzitter’ van een of ander Centrum engageer ik meteen heel onze Jikoji-gemeenschap. Bijgevolg moet het duidelijk zijn dat ik me ‘vrijer’ voel als privé-persoon om in zo een situatie toch eventueel nuttig werk af te leveren. Zeer waarschijnlijk, maar niet zó uitgesproken, heeft ook dit element (onbewust? onderbewust?) bijgedragen tot mijn afscheid als voorzitter. Dat moest me toch even van het hart…

En hopelijk (lees nog maar eens Tannisho ix!) blijf ik bij jullie nog een tijdje verwachten, begeren, vrezen, illusies maken, en (zie Rennyo hierna!) jagen en vissen…

Namu Amida Butsu.

Shitoku

Ekō 81

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home