Drievoudige toevlucht?

Lut Van Schoors

Bij zijn laatste bezoek aan ons land, heeft de Dalai Lama er herhaaldelijk op gewezen dat het niet aangeraden is om zomaar de tradities en de religie waarin je bent opgevoed overboord te gooien. Niet alleen het Boeddhisme, maar ook de andere godsdienstige en filosofische stelsels zijn er niet van de ene op de andere dag gekomen, maar zijn het resultaat van eeuwen.

Zoiets behoort tot de eigen cultuur, de collectieve achtergrond van een volk. Het zit als het ware in je genen. Waarom dit dan achterlaten voor iets wat je nauwelijks kent? Gebruik de andere religies liever om je eigen godsdienst te verdiepen, zegt de Dalai Lama.

Slechts wanneer je geen betrokkenheid voelt met de godsdienst/levensopvatting die je is aangeleerd, kun je op zoek gaan naar iets nieuws. Maar doe dit dan met het nodige respect voor wat je achter je laat. Onthoud je van kritiek of spot.

* * *

Ik weet niet met welke bedoeling hij dat telkens weer herhaalt, maar ik vind het toch een zinnige gedachte.

Iedereen kent in zijn omgeving wel mensen die zich uit rebellie, uit verveling of uit exotisme tot een andere religie “bekeren”. Hoeveel popsterren of mensen uit de artistieke wereld (zelfs journalisten…) hoor je niet verklaren dat ze boeddhist zijn? Zonder daarover een oordeel te vellen kun je toch wel duidelijk zien dat heel veel daaromtrent gewoon met mode te maken heeft. Meestal geeft de tijd dat dit duurt ook de echtheid van de bekering aan.

Daarnaast zijn er ook mensen die een sterk religieus gevoel hebben maar die inderdaad de nodige affiniteit missen met de religie/levensopvatting waarin ze zijn opgevoed. Die naar iets anders op zoek zijn gegaan en met veel moeite en vallen en opstaan zich iets eigen hebben gemaakt, iets hebben gerealiseerd.

Maar zoiets gaat niet vanzelf.

Nemen we iemand uit het Westen die zijn Toevlucht neemt tot het boeddhisme.

Of je nu al dan niet christelijk bent opgevoed speelt niet echt zo een grote rol. Gans het Westen draagt immers die christelijke stempel. Jonge mensen gebruiken bijvoorbeeld nog steeds de uitdrukking “Zo arm als Job”, al weten de meesten niet eens meer op welk bijbelverhaal deze zegswijze teruggaat. Ook onze wettelijke verlofdagen worden nog altijd voor meer dan de helft door de christelijke feesten bepaald. Dus ondanks de ontkerkelijking leeft dat westerse christendom nog op tal van manieren in ons dagdagelijkse leven voort. Dat is wat we onze collectieve achtergrond noemen. Logisch dat je zoiets niet zomaar achter je laat…

* * *

Het is een hele opgave om je in een andere levensbeschouwing zo in te werken, dat die ook bevredigend en bevrijdend wordt voor je leven van alledag. Het gaat immers niet alleen om het verwerven van kennis. Het gaat vooral om het integreren van de religie in je leven, om het “beleven”.

Je neemt de Drievoudige Toevlucht tot de Boeddha, de Dharma en de Sangha.

Wat de ‘dharma’ betreft heb je het probleem van het specifieke taaleigen. Of moet ik het “taaleigenaardigheid” noemen? Wat ik bedoel dat zijn de woorden en termen waarmee je in aanraking komt én de inhoud die ze dekken. Taal houdt nauw verband met denken en mét de nieuwe woorden word je ook met een nieuwe denkwijze geconfronteerd. Iedereen krijgt te kampen met de verleiding om gekende begrippen over te brengen of te vertalen naar de andere religie; daarvoor wordt herhaaldelijk gewaarschuwd. Dat je God niet kunt vervangen door de Boeddha zal nog wel duidelijk zijn. Maar is “geloof” hetzelfde als “shinjin”, is “Genade” zoiets als “Mededogen” of “de Goddelijke Voorzienigheid” een equivalent voor “Tariki”? Neen, natuurlijk niet. Maar hoe moet je die begrippen dan invullen?

Anderzijds ben je misschien zo bewust van het feit dat alles nieuw en anders is, zo overtuigd dat je niet mag vertalen of projecteren, dat je na een tijdje het gevoel hebt dat je vastzit. Dat je krampachtig intellectueel bezig bent met iets wat eigenlijk tot het domein van de gevoelswereld behoort. En dat bekomt je niet goed.

Want religie zonder gevoel is koud en leeg en niet in staat te voldoen aan de verwachtingen die we eraan stellen.

Dat je dat taaleigen en die denkwijze als vreemd ervaart komt doordat je je via de nieuwe religie gaat begeven op het vlak van een totaal andere cultuur. En ja, natuurlijk zijn mensen overal ter wereld in al hun uniciteit essentieel gelijk, natuurlijk hebben we heel veel gemeen, natuurlijk zijn we uiteindelijk allemaal broeders en zusters. Toch neemt dit niet weg dat er tussen Oost en West grote verschillen bestaan. Niet onoverbrugbaar, maar soms moeilijk te hanteren. Want ook de manier waarop mensen met elkaar omgaan, de beleefdheidsregels, de beeldende kunst, literatuur, muziek, geneeskunde, enzovoort, zijn anders en vreemd en ook daarmee krijg je te maken wanneer je je in een Oosterse religie gaat verdiepen.

* * *

Wanneer je dus een nieuwe religie/traditie gaat aanhangen, vereist dit een sterk persoonlijk groeiproces dat jaren, zelfs wel een gans leven kan duren.

En wat kan je daarbij helpen?

Eerst en vooral geduld. Geef jezelf de tijd. Stel geen tijdslimiet en denk niet in maanden of zelfs jaren.

We weten allemaal dat tijd een relatief begrip is en dat geldt zeker wanneer we het over een “innerlijke transformatie” hebben.

Voor wie ervan houdt: lees veel. Voor wie er niet van houdt: doe een poging. Sommigen starten met de traditionele werken (de Dhammapada bijvoorbeeld), anderen verkiezen als beginneling iets algemeners. Zorg ervoor dat je de juiste boeken leest: goede vertalingen van boeddhistische auteurs. Zo vermijd je dat de authentieke Leer teveel gekleurd wordt door “Westers denken”. Beperk je niet tot zuiver religieuze boeken. Ook romans kunnen heel boeiend en verrijkend zijn. Ze geven je een kleurrijk beeld van de Oosterse maatschappij met haar gebruiken, gewoonten, twijfels, devotie, actuele vragen, enzovoort. Ze verruimen je achtergrond en zijn indirect een hulp om je de religie/traditie meer eigen te maken en beter te verstaan.

Bij het lezen komen er ongetwijfeld vragen in je op. Je gaat nadenken en overwegen. Praat daarover met gelijkgezinden. Luister naar wat ze je te vertellen hebben. Laat je helpen.

Hier is de ‘sangha’ van onschatbare waarde. Want soms kan een zeer persoonlijke ervaring ook een ander mens plots een stap vooruit helpen.

Zoek in je dagelijks leven naar reële vertalingen van de religieuze theorie. Wanneer je in iets of iemand een bodhisattva kunt herkennen, wanneer je bij een droeve gebeurtenis Mededogen kunt ervaren, wanneer je op een moment van kleinheid of falen Ander-Kracht kunt voelen, dan wordt de religie geleefde werkelijkheid.

Dan zijn de woorden en termen die je intellectueel al kent ook gevoelsmatig ingevuld geworden en de religie soepel en toepasbaar. Dan blijft niet veel meer over van dat andere of dat vreemde, maar wordt het allemaal heel “eigen”.

* * *

En tenslotte, en van bij de eerste stap op het nieuwe pad dat je gaat: naast en doorheen geduld beoefenen, lezen, overwegen, praten, ervaringen delen en “leren zien” in je eigen leven, is er altijd de Boeddha. Is er altijd de Nembutsu.

De Nembutsu vereist geen nadenken, geen oefening, geen kennis. De Nembutsu vraagt een gewoon en simpel “doen” en kun je van bij het begin uitspreken in overgave en vertrouwen.

Alleen omdat we mensen zijn, met een beperkt emotioneel en intellectueel vermogen, maken we zoveel omwegen en kost het ons zo een inspanning om tot de kern te komen.

Tot het “Er is geen praktijk dan de Nembutsu” van Shinran.

Al het overige is slechts een nuttig hulpmiddel om te komen tot dàt waar het uiteindelijk om gaat, tot het enige wat van belang is: onze persoonlijke ontmoeting met Amida.

En dàt is de Nembutsu.

Namu Amida Butsu.

Ekō 81

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home