Priester Worden Uit Verlangen Naar Boeddhaschap

Shukke hosshin no shō

Rennyo Shonin

Gobunsho I-2

Het grondbeginsel van Shinran Shonin in onze traditie is niet dat men priester wordt uit verlangen naar Boeddhaschap, - of dat men zijn gezin zou afwijzen en zichzelf afscheiden van wereldse bindingen.

Het is gewoon dat op dat éne-ogenblik (ichi-nen) van ontwaken tot toevluchtname [in Amida] het Ander-Kracht-Vertrouwen (tariki no shinjin) gevestigd wordt en dat er [dan] geen enkel onderscheid meer is tussen mannelijk en vrouwelijk of tussen oud en jong.

Het [Grote] Sutra beschrijft de toestand van het verwezenlijken van vertrouwen (shin) als de “onmiddellijke verwezenlijking van Geboorte [in het Reine Land] en het gevestigd zijn in [de toestand van] niet-terugvallen.”

In zijn commentaar zegt [T’anluan]: “Met het ontwaken tot de éne-gedachte [van vertrouwen], treden wij in tot de gemeenschap van diegenen wier Geboorte waarlijk gevestigd is”. Dat is wat bedoeld wordt als men spreekt over “Niet wachten [op Amida] die ons komt onthalen [op ons stervensmoment]” en “De oorzaak [van Geboorte] in het gewone dagelijkse leven te vervullen.”

In een van zijn hymnen, zegt [Shinran]:

“Zij die verlangen naar [Geboorte in] Amida ‘s Land van Vervulling,
ofschoon uiterlijke omstandigheden wisselvallig kunnen zijn,
zij zouden de Naam moeten aanvaarden zoals gezegd in de Voortijdelijke Gelofte
en noch wakend noch slapend dat mogen vergeten.”

(Koso-wasan 96, Genshin)

Dat ‘uiterlijke omstandigheden’ uiteraard ‘wisselvallig’ kunnen zijn, dat betekent dat er geen onderscheid bestaat tussen leek of priester of tussen man en vrouw.

Voorts: “De Naam aanvaarden zoals gezegd in de Voortijdelijke Gelofte en noch wakend noch slapend te vergeten”, dat betekent dat - ongeacht de uiterlijke omstandigheden van ons leven en zelfs indien ons onheilzaam karma de tien vergrijpen en de vijf grote misdaden zou omvatten of wanneer we zijn als diegenen die de Dharma verguizen of het geringste zaad van Boeddhaschap missen - wanneer we een omkering van het gemoed (e-shin) ervaren met spijt over onze vorige dwaze handelingen, en diep in ons voelen dat Amida Tathagata’s Voortijdelijke Gelofte gemaakt is juist voor zo een ellendige massa,
- indien we ons zonder de minste dubbelzinnigheid aan de Tathagata kunnen toevertrouwen,
- en zonder vergeten, wakend of slapend steeds Amida indachtig zijn,
- dan kan van ons gezegd worden dat we mensen zijn die vertrouwen hebben in de Voortijdelijke Gelofte en de beslissende gemoedsinstelling hebben verwezenlijkt.

Dan, voorts: zelfs al spreken we de Naam gaande, staande, zittend of neerliggend uit, - zelfs dan moeten we beseffen dat dit een uitdrukking van dankbaarheid voor Amida’s Welwillendheid is. Zo iemand is waarlijk een volgeling (gyoja) die waar en waarachtig vertrouwen verwezenlijkt heeft en wiens Geboorte blijvend gevestigd is.

Hoogachtend.

PS. De druppels zweet die mij op deze hete dag uitbreken kunnen wel tranen van verlegenheid zijn, omdat wat ik zo juist neergeschreven heb, zo armzalig is.

Bunmei 3 (1471) 18de dag 7de maand.

Ekō 82

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home