Editoriaal - Van Etiketten Gesproken

Woorden werken dwingend. Soms wordt er, naar aanleiding van een éénmalige gebeurtenis, en dan nog hoogstwaarschijnlijk verkeerdelijk, een woord over je uitgesproken, en vervolgens blijft dit ‘etiket’ aan je hangen, ongeacht wat er verder met jou ook moge gebeuren. Zo werkt de menselijke geest: alles vastgrijpen en stockeren en nooit meer prijsgeven. Veel leed werd reeds geleden door mensen zo op te sluiten in onze fictieve beoordelingen. ‘Stigmatisering’ noemt men dat in één of ander jargon.

Alles en iedereen krijgt een etiket opgekleefd, ééns en voorgoed. Soms worden ganse groepen ‘getekend’ volgens een bepaald verwachtingspatroon.

Neem nu ‘de’ Boeddhisten, daar kunnen we misschien wat over mee spreken. Een boeddhist, dat is een kloon van de Dalai Lama, een goedlachse, open, spontane, minzame, eenvoudige, wijze mens. Eenieder die zich Boeddhist noemt, moet dan aan dit beeld beantwoorden, zoniet is hij geen echte boeddhist. Dan is hij hoogstens een exoot, een aansteller, een fantast…

De leer van de Boeddha heeft natuurlijk wel als uiteindelijk resultaat dat men een echte, authentieke mens wordt, die wijsheid kan koppelen aan de vereisten die het bestaan als mens in samsara hem oplegt, en daardoor mededogen manifesteert. Maar eenieder die denkt dat deze levenshouding één twee drie gerealiseerd wordt, lijdt aan een grote illusie. Als boeddhist leven, betekent in de eerste plaats op het pad zijn, en of men aan het begin of aan het einde staat, heeft verder geen belang.

Als we de Dalai Lama zien, dan zien we iemand die er inderdaad hoogstaand voorkomt. Hij is dan ook sedert zijn lichamelijke geboorte intensief opgevoed om een leidend boeddhist te worden. Maar ook de Tibetanen in het algemeen hebben het etiket ‘hoogstaand’ meegekregen. Zij allen zijn ook van jongsaf opgevoed in de Boeddhistische leer. En wat meer is, deze Tibetanen zijn ingebed in een traditie die méér dan duizend jaar geleden ontstond; hun ‘boeddhist zijn’ zit in hun genen. Dat vormt de aard van een volk, dat daarenboven lange tijd geïsoleerd heeft geleefd van de ‘verderfelijke’ kapitalistische invloeden.

Maar dat een boeddhist toch ook maar een mens is, is weer al eens mooi geïllustreerd door de Koreaanse monniken die elkaar de kop in slaan omwille van tempelbezit…

Hoewel een boeddhist de vier ‘Edele Waarheden’ inziet, en er hierbij gesuggereerd wordt dat hij ‘edel’ is omdat hij zich op het pad naar de verlichting bevindt, moeten we toch ook af van de idee dat ‘boeddhist zijn’ een eretitel is. Een boeddhist is gewoon iemand die op een specifieke, spirituele manier poogt te beantwoorden aan het leven. De betrachting is edel, de mens zélf echter is zeer beperkt.

Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen de leer en de mensen die deze leer proberen eigen te maken. De leer verwijst naar de zuivere werkelijkheid, en motiveert om ons hierop in te stemmen, en van daaruit onze persoonlijke werkelijkheid te beleven zoals-ze-is. Maar de mens is eindig en beperkt, en gevangen in de ik-illusie. Het is een heel programma om de leer te realiseren, velen zullen ‘niet ver’ geraken, in nieuwe valstrikken terechtkomen onderweg, of ontgoocheld afhaken. Enkel de karmisch meest begunstigden gaan ‘ver’.

Daarom is de variant op de Dharma volgens Shinran Shonin zo belangrijk: het begint voor ons te dagen dat op de weg zijn, en het louter vertrouwen op de leer van de Boeddha ons reeds ‘redden’. Dat dán reeds een einde is gekomen aan onze dooltocht. Maar daarmee zijn we geen ‘modelmensen’ geworden: we blijven beperkte menselijke wezens. Dat geldt ook voor de sangha van de Jikoji: uit de maalstroom van samsara, meegesleurd door het blinde mechanisme van de prestatie- en consumptiemaatschappij springt nu en dan een figuurtje op, dat het wil proberen, leven in Anderkracht. Het zijn mensen die vanuit hun diepe verlorenheid zélf, de ingeving hebben ontvangen zich naar het heil toe te wenden. Mensen die niet ingebed zijn in een ‘religieuze’ omgeving, die geen tijd hebben voor ingewikkelde meditatiepraktijken en kloosterretraites. Mensen die er allicht ‘niet boeddhistisch’ uitzien, die gewoon praten, zich gewoon kleden, gewoon gaan werken.

Of moeten we komedie spelen? Moeten we ons als heiligen voordoen? Niks erger op het spirituele pad, dan niet te zijn zoals je bent…

Namu Amida Butsu

Martine Strubbe

Ekō 83

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home