… En Toch Theravada-boeddhist

W. Van Den Bussche

Na de vrije val van het ‘Belgische’ (bedoeld: niet-etnisch of ceremonieel gebonden) Theravada en met de bakken kritiek, die nu al sedert zovele jaren en vooral vanuit het buitenland dan, via o.m. Mahayana lectuur en gesproken woord, op het lelijke eendje van het Boeddhisme worden uitgestort, krijg je sterk de neiging om je bekentenis, dat je Theravada-boeddhist bent gebleven, enkel nog te fluisteren en dit, met dezelfde schaamte waarmee een katholiek vroeger zijn ‘zonden van onkuisheid’ toegaf in de biechtstoel. Immers, die lui van Theravada doen niet mee aan ‘carpooling’, de egoïsten! Ze rijden je gewoon voorbij in hun kleine Voertuig en je kan staan liften, tot je duim tenslotte is afgevroren van de kou, of tot de vuurbol van je passies je een zonneslag heeft bezorgd.

Eén van mijn bedoelingen nu met dit artikel is, om te pogen de kritiek op het oubollig en nogal Farizeeïsch-formalistisch lijkende Theravada enigszins te weerleggen (dank aan de gastheren voor deze gelegenheid!) En dit, niet met de krampachtigheid van iemand die, teruggedrongen in een hoekje, zich vanuit deze positie wil gaan verdedigen, daarbij onbeheerst uithalende naar zijn Mahayana-verwanten of naar anderen, niet-boeddhisten. Neen, ik wens dit te doen, vanuit de invalshoek der elementen, die ik persoonlijk als positief ervaar in het Theravada-Boeddhisme.

Vooreerst is daar de door velen reeds voorzichtig geproefde en meestal nadien met afschuw weer uitgebraakte Abhidamma (het geheel van filosofische afgeleiden, uitwerkingen der Boeddhistische Leer). Ik vind de Abhidamma prachtig qua doordachtheid, opbouw, de bijna-volledig aandoende, grondige behandeling van onderwerpen als: gewaarwordingen (gevoelens), perceptie, mentale factoren, gedachten… (hun structuur, inhouden, samenhangen, evolutie…). De discussie of de Abhidamma nu écht uit de mond van de Boeddha is gekomen, is zinloos en niet ter zake doende. De Abhidamma is authentiek, als ze het waarmerk vertoont van de kern van de Boeddhistische Leer, nl. dat alles in deze kosmos van verschijnselen, de tekens draagt van vergankelijkheid, Niet-Zelf (en dus geconditioneerdheid) en, bijgevolg ook: onvoldaanheid (het zgn. lijden).

Mijn voorkeur voor de Theravada-Abhidamma is van praktische aard. Het is het enige min of meer afgeronde systeem (qua Boeddhistische filosofie, psychologie, ethiek, logica…) dat, doorheen de tijd (die wel soms belangrijke hiaten heeft geslagen), tot bij ons is geraakt. En, we mogen daarbij niet vergeten, dat de Abhidamma van het zgn. versteende Theravada, doorheen de geschiedenis, en zekerlijk de eerste eeuwen na de constructie van zijn belangrijkste teksten, wel degelijk een evolutie heeft ondergaan, dit, in het streven naar volledige en sluitende, logische structuren, in de pogingen om zwakke en onduidelijke plaatsen in de teksten te vervangen door meer volledige en logisch aanvaardbare onderdelen. Aldus werden zekerlijk een aantal belangrijke, bruikbare elementen overgenomen van het Mahayana-boeddhisme, alsook van vroegere, nu verdwenen Hinayana richtingen.

Werken met Abhidamma-materiaal is in feite een persoonlijk en dynamisch proces. Het is als zoeken naar goudklompjes in een Wild-West rivier, zonder schrik voor de koude van het water en de bevuiling van je handen. Het is construeren, combineren met het materiaal dat je aantreft in de Abhidamma, of zelfs er buiten, als het maar de geest van het oorspronkelijk Boeddhisme ademt.

Natuurlijk, er gaapt soms een diepe kloof tussen ideale en werkelijke situatie. Een goed Boeddhist mag zich niet ergeren, maar, als ik aan iets de pest heb, is het aan die grote Theravada-’schriftgeleerden’, die precies allemaal dezelfde belangrijke zaken uit de Abhidamma-literatuur naar voor schuiven en al die items op precies dezelfde wijze interpreteren. Straffer nog zijn die hele of halve Arahants die, zoals uit hun geschriften naar voor komt, via hun Vipassana (inzichts)meditatie, tot in de details precies dezelfde ervaringen, en in precies dezelfde volgorde, hebben meegemaakt, vooraleer zij doorbraken tot de Verlichting. Misschien elkaars boeken afgepend? Hier begrijp je wel zo een beetje de Mahayana vergelijking met het mooi, volmaakt geconserveerde maar toch zo morsdode lijk van Lenin.

Om nu te komen tot een tweede element dat mij erg aanspreekt in Theravada, nl. ‘sati’, moet ik ‘eventjes’ het edele, achtvoudige pad doorlopen (theoretisch althans).

Dit pad is voor alle Boeddhisten van groot belang. Al zijn er wel belangrijke verschillen qua accentlegging tussen Theravada en de diverse Mahayana-richtingen.

Voor Theravada is het Achtvoudig Pad de kortste weg naar de Verlichting. Voor Mahayana-boeddhisten is het dat ook, maar, meestal achten ze het parcours van die Weg te steil, om het in één leven af te fietsen. Ze verkiezen doorgaans de langere, langzamer omhoog gaande Weg der Paramis (Paramita’s, vorming van deugden, perfecte kwaliteiten). Theravada kent deze Weg ook wel, maar ziet hem tegelijk ook, in belangrijke mate, als trainingsroute, gedurende vele levens, voor de tenslotte, via het achtvoudig Pad Algeheel Verlichte Boeddha’s, de enige Boeddha’s die volledig ten gronde de Leer kunnen meedelen, ten volle gids kunnen zijn voor hun medemens, op weg naar Verlichting.

Kort nu, een overzicht van het Achtvoudig Pad:

Het juiste denken: op basis van levenservaring, contact met andere mensen, boeken…, heb je zeker een intellectueel begrijpen van en sympathie voor de Boeddhistische Waarheden en probeer je je leven te heroriënteren.

De juiste denkrichting, de juiste intenties: de oriëntatie van je geest op die zaken (voorlopig vooral op moreel gebied), die je dichter bij de Verlichting kunnen brengen.

Drie treden, die vooral in verband staan met zedelijk gedrag, morele attitudes: het juiste spreken, het juiste handelen, het juiste levensonderhoud.

Tenslotte, de drie treden van concentratie, die de brug vormen tussen het louter morele handelen en het uiteindelijke inzicht, de Verlichting. Deze drie treden zijn in hun werking volledig met elkaar verbonden. Juiste contemplatie, of het intuïtieve aanschouwen en aanvoelen van de ware essentie der dingen, verschijnselen, is niet mogelijk vooraleer je het onkruid van je blinde passies behoorlijk hebt gewied (de juiste inspanning), is niet mogelijk zonder concentratie.

Anderzijds, als je via de juiste contemplatie, sati, meer en meer de tekens van vergankelijkheid, niet-zelf en dus onvoldaanheid, in alle verschijnselen begint te herkennen, de drie tekens, die elk op zich een mogelijke ‘gate’ zijn naar het ‘vliegtuig’ dat opstijgt naar Verlichting kan het ineens opstijgen van de grond, de ultieme, plotse doorbraak naar deze Verlichting maar gebeuren mits onafgebroken juiste inspanning (zonder daarbij echter voortdurend het ‘Einddoel’ te viseren, te willen bereiken!) en de juiste concentratie op één der drie genoemde ‘gates’, die tot de uiteindelijke penetratie, doorbraak naar de Werkelijkheid zal leiden.

Toch wil ik hier het padelement sati (contemplatie, intuïtief zien) even uitvergroten, omdat het zo belangrijk is in de uniek Boeddhistische Vipassana (inzichts-)meditatie en in het hele Theravada.

‘Sati’ is het eenvoudig ‘geestelijk kijken’ naar de processen van gewaarwordingen, gevoelens, gedachten in je geest. Het is ‘Tv-kijken’ naar de reacties van je geest op wat zich werkelijk aan je voordoet. Het is niet: mooie, afgeronde gedachten vormen over die processen, ervaringen, want dan ben je weer eens bezig deze zaken te vergelijken met ‘gelijkaardige’ dingen uit de vergaarbak van je memorie; ben je weer eens aan het vergelijken, sorteren, klasseren en opslaan in het archief van je ego met het ‘oog op later’, na eerst de ware karakteristieken van je ‘aanwinsten’ onherkenbaar te hebben verkleurd met je passies, je goed- of afkeuring (naargelang je gevoelens van lust of afkeer).

Sati is eigenlijk een tweelingbroertje van het ‘woe wei’ (het niet wilsbepaalde handelen) uit het Zenboeddhisme. Het is: kijken naar de dingen, zoals ze zijn, zonder dat een reactie (bepaald door je ambities, je hoogmoed, zucht naar macht of geld, angsten, hersenspoeling door de maatschappij) je blik komt vertroebelen. Ik denk aan het prachtige sprookje van Andersen: ‘De nieuwe kleren van de keizer’… Alleen een kind, met zijn onbevangen blik kon zien dat de keizer in feite naakt was en zich belachelijk maakte.

Juiste contemplatie is: zien wat er werkelijk gebeurt; geleidelijk aan, enkel nog de dingen bekijken door het klare glas van je bril merk ‘Sati’, tot je uiteindelijk en ineens, oog in oog staat met de Verlichting.

Nu kom ik weer op een belangrijk punt van Mahayana-kritiek op het Theravada-Boeddhisme: je moet niet zozeer je eigen Verlichting nastreven. Het is veel edeler je Verlichting uit te stellen, teneinde je medemensen te helpen, ze over de streep te trekken, naar de Verlichting toe. Enkele opmerkingen:

Vooreerst stelt Theravada dat enkel een Algeheel Verlichte, met voldoende ontwikkeling van zijn Paramis, de Eeuwige Leer geheel correct kan doorgeven. En, je kan niet iemand uit het moeras trekken, als je er zelf nog tot je enkels in staat.

Daarbij, je doorbraak naar Verlichting, kun je zomaar niet uitstellen (net zo min, als je ze als doel kunt nastreven), ze komt er spontaan als je geestelijk voldoende bent geëvolueerd, het gaat hier niet om een akte van je eigen wil.

En aldus is het Kleine Voertuig in feite niet egoïstisch. Immers, je kunt het ‘doel’ maar bereiken, als je, onafgebroken je best doende, zonder iets te verwachten, niet langer zelf iets wil bereiken, uiteindelijk je ‘ik’ hebt overboord geworpen.

(En dit is andere koek dan de handelswijze van zekere ‘aspirant-Arahants’. Op een dag vertelde ik aan M. Peel de story van een man, die aan Vipassana meditatie deed en nergens anders nog tijd voor had. Hij had een schema uitgewerkt, waarin bepaald werd op welke leeftijd hij respectievelijk het eerste, tweede stadium van Heiligheid moest hebben bereikt om tenslotte, aan 50 jaar, Arahant te worden. ‘Ja’ merkte Shitoku fijntjes op, ‘en hij is uiteindelijk op pensioen gegaan als Boeddha.’)

Verder, nu de haakjes weer gesloten zijn, stel ik mij de vraag: kun je je medemensen eigenlijk wel meetrekken naar de Verlichting toe? Ze zijn er misschien nog niet klaar voor, willen voorlopig eigenlijk niet worden geholpen, zitten wellicht nog op een andere golflengte. Zelfs de Boeddha kan in feite niet veel meer dan een gids zijn, vriend en geestelijk raadgever, voor iemand, die hulp zoekt op zijn Weg naar Bevrijding. En ook, waar is ergens de logica. Je zou zelf je Verlichting uitstellen om anderen mee over de ‘eindstreep’ te trekken: maak je hen dan niet tot egoïst, want het gaat hier bij deze ‘medepassagiers in het Grote Voertuig’ toch ook om de ‘eigen’ verlossing?

Om te besluiten, een laatste punt. Devotionele religie lijkt over de hele wereld zo een beetje hetzelfde. Toch zijn mij in Sri Lanka, het land van mijn eega, enkele dingen opgevallen. Om gunsten, beterschap te vragen voor jezelf en/of familie, val je niet bij de Boeddha met de deur in huis; eigenlijk dient ‘het hoogste niveau’ daar helemaal niet toe. Je valt terug op de in het Boeddhisme ingebouwde substructuur van godendom, het pantheon der geïmporteerde Hindoegoden (eventueel voorzien van andere etiketten). Toch ervaar je in zo een lokale Boeddhistische tempel, bij zo een volksmens, die hulp komt zoeken voor zijn (of haar) problemen, meestal iets, dat voor een Westerling enigszins eigenaardig aandoet: je voelt bij die persoon een speciaal soort waardigheid, je voelt het in de stilte rond hem, in zijn beheerstheid, in zijn klare, ernstige manier van kijken. Hij geeft niet ongeremd toe aan een wanhoop of verdriet om wat verkeerd loopt.

Hij laat zich niet volledig gaan in zijn begeerte naar beterschap.

Want, al wil hij, net als ieder ander, dat het hem en de zijnen goed gaat, hij heeft tegelijk ook een zeker besef, al is hij ‘maar’ een ‘eenvoudig’ boeddhist, van het relatieve van alle geluk/ongeluk, van het vergankelijke en niet-zelf in alles wat bestaat. En dat is toch de ‘essentie’ voor ons allemaal, boeddhisten?

Ekō 83

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home