De gave van de Leer…

Lut Van Schoors

(Memoriaaldienst voor Luc - 20 november 1999)

Meestal kan ik me niet realiseren dat Luc al tien jaar dood is.

Dat kan ik maar echt wanneer ik achterom kijk en zie wat er in die tijd allemaal is gebeurd, of wanneer ik naar Wouter en Lieven kijk die jonge mannen zijn geworden.

In die tien jaar is mijn visie op wie Luc was en wat hij in ons leven betekende heel verschillend geweest. Ik heb tenslotte tijd genoeg gehad om in gedachten telkens een ander aspect van hem te belichten en te overdenken.

De eerste maanden na zijn dood ging dat in een omgekeerde chronologie: van het moment van zijn sterven naar de dag waarop ik hem voor het eerst ontmoette. Maar vandaag, met een afstand van een decennium, lijkt alles wat ik met hem heb meegemaakt even ver terug in het verleden. En in het totaalbeeld dat ik nu van Luc heb, volgt de tijd weer zijn gewone gang.

Dan zie ik vooreerst die prachtige jongen, die idealistische rebel waar ik verliefd op werd, met zijn scherpe intelligentie, zijn onconventioneel denken, zijn immens rechtvaardigheidsgevoel. Daarna komt de jonge rijkswachter: de moeite die hij had om zich te plooien naar de militaire discipline. Hoe hij me zei, toen hij zijn graad had behaald: “Ik zal nooit meer dezelfde mens zijn”.

Dan, met de geboorte van onze jongens, zie ik de “family man”. Luc was ervan overtuigd dat elke nieuwe mens alles in zich heeft en dat wij enkel de omstandigheden konden scheppen om dat optimaal te laten opbloeien. En alhoewel hij af en toe een heel strenge en soms nerveuze vader was, toch zorgde zijn aanwezigheid voor een gezelligheid in huis, die er zonder hem nooit meer op dezelfde manier is geweest.

Al die verschillende facetten heb ik één na één leren kennen, maar die liepen natuurlijk ook voortdurend door elkaar, spraken elkaar soms tegen, waren al dan niet in harmonie, en vormden zo een boeiende persoonlijkheid.

* * *

En wat er in elk mensenleven gebeurt, gebeurde ook met Luc.

Vooral via zijn werk - de interne conflicten in de brigade, het steeds opnieuw vaststellen van echtelijke twisten, overspel, verkeersongevallen en zelfmoorden - werd hij op een zeer realistische en pijnlijke manier geconfronteerd met onvolmaaktheid en onbestendigheid.

Ik weet niet of die gebeurtenissen zich in een ongewoon hoge dosis aandienden, of dat het Luc was die er zo heftig op reageerde, maar zeker is dat de onontkoombaarheid van het menselijk lijden zich aan hem opdrong, zich aan hem vastzoog, bezit van hem nam.

Niets wat hij in zijn jeugd had geleerd was toereikend om zijn vragen te beantwoorden. Het wereldbeeld dat hij vroeger had kon hetgeen hij in die periode meemaakte niet langer verklaren. Zo kwam hij in een soort vacuüm terecht van waaruit hij de wereld observeerde en wanhopig op zoek was om alles wat hij meemaakte een zin te kunnen geven.

Omdat hij een zeer vitaal mens was, werd hij niet verbitterd, nihilistisch of cynisch. En omdat hij een religieus mens was, keek hij verder en breder dan zijn eigen opvoeding en cultuur en vond hij tenslotte in het Boeddhisme het rustpunt dat hij zocht. Daar kon hij met zijn volledige persoonlijkheid terecht: daar werd beroep gedaan op zijn vrijheidsdrang en zelfstandig denken en op zijn verantwoordelijkheidsgevoel.

Van bij de eerste kennismaking was hij overtuigd van de waarheid van de Leer en heeft hij zich volledig aan Amida overgegeven.

* * *

In het Bloemenkrans-sutra worden de tien Paramita’s of Volkomenheden opgesomd. Door beoefening daarvan wordt de Verlichting verwezenlijkt.

Eén van de Paramita’s wordt “de rijkelijke offergaven ter ere van alle boeddha’s” genoemd.

En wanneer de vraag gesteld wordt wat dit nu allemaal wel mag betekenen, antwoordt de Bodhisattva Samantabhadra, na een beschrijving van de zeldzaamste en wonderlijkste offergaven zoals bloesemwolken, wolken van hemelse muziek, wolken van feeënkledij, alle soorten hemels reukwerk, enzovoort: “Van alle gaven is de gave van de Leer toch de beste”.

En hoe wordt die gave van de Leer omschreven?

“Dergelijke gave heet de offerande van het beleven van de leer, de offerande ten gunste van alle wezens, van het omarmen en ondersteunen van alle wezens, van het op zich nemen van het lijden van de wezens,…”

Kortom: hier wordt eigenlijk het ganse bodhisattva-ideaal beschreven.

Waarom nu wordt de gave van de Leer zo hoog gewaardeerd?

Niemand zal ontkennen dat er heel veel lijdende wezens zijn die werkelijk behoefte hebben aan allerhande gaven, al is het maar om de eerste nood te lenigen. Iedereen zal ermee akkoord gaan dat de mensen van Artsen zonder Grenzen, Poverello en dergelijke organisaties, fantastisch werk doen.

Maar hoe waardevol en levensnoodzakelijk ook, eigenlijk situeren deze gaven zich vooral op het materiële gebied.

De gave van de Leer situeert zich op het religieuze/spirituele/filosofische vlak, en is daarom vanuit boeddhistisch oogpunt de beste gave omdat, zegt het Bloemenkrans-sutra, “alle boeddha’s door de Leer zijn verwekt, doordat ze hun gedrag vervolmaakt hebben in het volgen ervan”.

Met andere woorden: wanneer we de Leer kennen, wanneer iemand ons met de Leer in contact brengt, dan krijgen we zelf de mogelijkheid om boeddha te worden, om aan onze verlichting te werken. En die verlichting betekent het volkomen en definitieve einde van ons lijden. Méér kun je een mens niet geven.

* * *

Het boeddhisme kent geen traditie van missioneren.

De Leer wordt voorgeleefd en aangeboden als daar vraag naar is.

En de mooiste manier om de gave van de Leer te ontvangen, is kunnen ervaren hoe een ander mens met de Boeddha leeft.

Ik heb het grote geluk gehad zoiets te mogen meemaken.

En wat mij bij dat alles het meest aansprak en ontroerde was de manier waarop Luc, toen hij er eenmaal voor gekozen had, direct en consequent de Leer in zijn dagelijks leven binnenhaalde.

Ik zag hem lezen, studeren en overwegen. Soms las hij me passages voor en vertelde dan hoe hij die interpreteerde.

Ik ging bij hem zitten wanneer hij ‘s morgens vroeg, voor hij naar zijn werk vertrok, mediteerde.

Ik zag hoe hij ervoor zorgde dat er altijd bloemen bij de Boeddha stonden.

Ik ervoer hoe het boeddhisme niet zijn problemen oploste, maar hoe de man die voordien soms niet wist van welk hout pijlen te maken, een sterke innerlijke zekerheid en een grote rust realiseerde.

* * *

Luc heeft de Leer van de Boeddha al zoekend en lezend zelf gevonden. Maar hij had die niet op dezelfde manier kunnen beleven zonder de sympathie en ondersteuning zijn dharma-leraar Shitoku, noch zonder zijn dharma-broeder en vriend Hubert. Dat wist hij, en daar was hij dankbaar voor.

Zelf heb ik de Leer als het ware in mijn schoot geworpen gekregen. Na tien jaar ben ik nog steeds verwonderd over wat mij is overkomen. Zonder Luc zou ik hier vandaag niet zitten.

Onlangs vroeg mij iemand half ernstig of het ook “door een bodhisattva” was dat ik tot het boeddhisme ben gekomen. Ik heb daarop zonder aarzelen, zonder blikken of blozen heel direct “Ja” geantwoord.

* * *

Het mooiste wat Luc me op menselijk en emotioneel gebied heeft gegeven, dat zijn onze twee zonen.

Het mooiste wat Luc me op menselijk en spiritueel gebied heeft gegeven, dat is zijn voorleven van de Leer.

Voor deze Dharma-dana zeg ik met volle overgave: In Gassho.

Namu Amida Butsu

Ekō 83

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home