In enkele recente Europese publicaties is eens te meer (helaas!) gebleken hoe een pseudo-kennis van Pali, Sanskriet, Chinees en/of Japans aanleiding geeft tot verregaande simplificaties en jammerlijke misgrepen.
Hierbij denk ik in het bijzonder aan het probleem van het vertalen uit talen waarmee men niet vertrouwd is. Ik durf dit probleem eigenlijk aan doordat ik 22 jaar (voordat ik aan mijn ‘academische carrière’ begon) in het vertaalvak werkzaam was…
Eerst moet dit me nog van het hart: ik ben het volkomen eens met Ruth Tabrah (in haar Re-Thinking Buddhist English, 1991) hoe moeilijk het is voor talrijke boeddhistische termen in onze talen een plus-minus equivalent te vinden. En dat het (voorlopig?) toch veiliger is woorden als nirvana, dharma of shinjin onvertaald te laten. Mettertijd zullen deze woorden zichzelf wel inburgeren in ons taalgebruik en ons religieus denken, zonder ‘vreemder’ te klinken als amen of hallelujah of paternoster…
Deze bedenkingen kwamen in me op bij de beschouwing van het in het Shinboeddhisme zo vertrouwde woord Shōnin. Zo haspelen we ze af: Shinran Shōnin, Rennyo Shōnin en ga zo maar voort. En we vertalen maar.
Maar degene die een blik wil of kan werpen op de kanjitekens in Chinese of Japanse publicaties, ontdekt spoedig dat de shō van Shōnin in feite twee verschillende benaderingen dekt. Waar in de Shinliteratuur gesproken wordt van Shinran Shōnin, ziet men shō geschreven met drie radicalen (nl. oor/mond/koning), wat zowat neerkomt op het Sanskriet arhat. In dit verband zou men dan ook dat woord dienen te vertalen als ‘heilig, huldenswaardig mens’. Deze Shō wordt althans in de Jodo-Shinshu traditie - voorbehouden aan Shinran. Al moet gezegd worden dat Shinran zelf deze eretitel gebruikt voor zijn meester Hōnen).
Shōnin als eretitel voor aanzienlijke monniken, zoals bv. voor Rennyo, heeft evenwel een shō bestaande uit één enkel radicaal, nl. ‘verheven, bijzonder, opwaarts, superieur’. We staan hier voor een gradatie die voor ons, westerlingen, soms moeilijk te vatten is, maar die we toch niet over het hoofd mogen zien.
Spreekt men de Chinese equivalenten voor Shōnin uit, dan ontdekt men een vocalisch én visueel onderscheid tussen shêng4 (met de drie radicalen) en anderzijds shang4, maar bij de transpositie naar Japanse uitspraak, werd shō gewoon shō.
En onze pseudo-vertalers trappen erin. Geen mirakel dat ze vaak zo weinig au sérieux genomen worden. Zeker wanneer ze tweede-, derde- of zelfs vierdehandse vertalingen afleveren.
En ook dit nog: het is niet de hoeveelheid werk-en-inspanning die (hoe verdienstelijk dit werk in se ook moge zijn) ze afleveren die voor de boeddhistische gemeenschap van belang is, maar wel het resultaat, de intrinsieke kwaliteit van hun werk.
Shitoku
|
|
|
|
|
|
Ekō 83 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |