Editoriaal

Een nieuwe redactie…

Sedert de vorige uitgave van ‘Eko’, heeft zich een belangrijke wijziging voorgedaan op het vlak van de redactie van het tijdschrift. Waar voorheen Shitoku A. Peel de volledige redactie op zich nam, gedurende vrijwel meer dan twintig jaar, en de uitgeverij De Simpele Weg zorgde voor opmaak, regie en distributie, zal ‘Eko’ vanaf nu volledig verzorgd worden door een Jikoji-collectief. Dit betekent dat Shitoku niet langer hoofd/eindredacteur is. Deze evolutie past volledig in de intentieverklaring van onze tempelpriester zelf, die eind april 1999 reeds ontslag nam als voorzitter van het Centrum, omwille van persoonlijke redenen en redenen die in het Editoriaal van ‘Eko’ nr. 81 kunnen nagelezen worden…Dit betekent echter niet dat wij meteen in het luchtledige terecht komen: Shitoku blijft zoals steeds aanwezig om ons te helpen in deze periode van omschakeling, niet alleen met raad, maar ook met o.a. zijn vertalingen van wat men de bronteksten van het Shin -Boeddhisme kan noemen.

Het is hier en nu het geschikte moment, om Shitoku te danken voor de grote inspanningen die hij reeds zoveel jaren levert om de beleving van het Shin-Boeddhisme in België en Nederland (en verder…) mogelijk te maken. Het tijdschrift is daar een wezenlijk onderdeel van, en wij vinden het belangrijk onze krachten te bundelen om deze publicatie verder te verzekeren.

Het komt dus vanaf nu anderen toe ‘Eko’ driemaandelijks te realiseren. Wij zullen ons inspannen om de kwaliteit van voorheen te behouden. Leiddraad voor ‘Eko’ is alleszins dat de kern van wat Shin-Boeddhisme is, verder moet uitgedragen worden. Hiervoor zullen wij beroep doen op ‘specialisten’ ter zake, in concreto o.a. onze tempelpriester en buitenlandse, gezaghebbende commentatoren. Daarnaast willen wij ook plaats inruimen voor persoonlijke getuigenissen van Shin-boeddhisten in onze sangha, én voor artikels van meer algemeen boeddhistische aard. Het moge duidelijk zijn dat volgelingen van de Leer beperkte en eindige mensen zijn, die op weg zijn, en (oprecht) verlangen geboren te worden tot het gemoed van Waarachtig Vertrouwen. Opmerkingen en kritiek van de lezer zijn dan ook altijd welkom, en kunnen verrijkend werken¸op voorwaarde dat deze rechtstreeks aan de redactie of de betrokkenen gericht worden. Als we het huidige nummer bekijken, blijkt uit elk bijdrage welwillendheid, realiteitszin en een gevoel van verbondenheid en verantwoordelijkheid: alle leidmotieven van de Leer. Maar het is goed dat Shitoku er in zijn bijdrage over ‘Shin-Buddhism’ op wijst dat we niet te vlug moeten denken dat wij leven in het vertrouwen van Ander-Kracht…

Waar René Van den Langenbergh het heeft over conflictsituaties, zegt hij dat vele van religieuze aard zijn. Hiervoor verwijst hij naar ‘Gobunshō’ van Rennyō Shōnin, waarvan de vertaling door Shitoku momenteel in afleveringen in ‘Eko’ verschijnt. Rennyō zegt o.a. ook: ‘Spreek geen kwaad van andere leringen en van andere scholen, minacht de diverse kami’s, boeddha’s en bodhisattva’s niet…Binnen onze traditie mag er geen kwaadsprekerij of minachting zijn over de andere leringen en andere scholen. Vermits die leringen alle door Sakyamuni gedurende diens levensjaren verkondigd werden, zullen ze ook alle vruchtbaar zijn op voorwaarde dat ze in de praktijk gebracht worden zoals ze verkondigd werden.(’ Gobunshō II – 3)*

Ik breng dit hier ter sprake, omdat in de vorige editie van ‘Eko’, een artikel werd opgenomen over het fenomeen van de (vermeende) tegenstelling tussen het Boeddhisme van het Kleine Voertuig en dat van het Grote Voertuig. Eigenlijk een beetje irrelevant als polemiek.. Heeft de Boeddha - Dharma niet als enige intentie, de opheffing van het lijden na te streven? En begint de opheffing van alle lijden niet als een omkering in het eigen gemoed? Hoe kunnen wij lijden voor anderen opheffen, als we niet eerst onze eigen miserie durven onder ogen te zien? Als we niet eerst zorgen dat onze eigen patronen, die ons altijd maar dieper het lijden induwen, doorzien worden? Maar de Dharma leert ons ook de wetmatigheid van de Pratitya Samutpada, de onderlinge verbondenheid van alles wat is, hoe alles ontstaat door een samenspel van oorzaken en omstandigheden. Dat betekent dat wij niet vrij kunnen zijn van lijden, zolang er nog lijdende wezens zijn. Dat ervaren Mahayana- én Theravada - boeddhisten: in het Metta

Sutta is de attitude van de Bodhisattva aanwezig: ‘ Zoals een moeder haar eigen kind, haar enig kind levenslang beschermt, moge zo elkeen tegenover gelijk welk levend wezen een onmetelijke geest ontwikkelen’.

M.S.

Namu Amida Butsu

* En dit geldt, bij uitbreiding, voor élke religie die oprecht beleefd wordt.

Ekō 84

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home