Over Boeken En Boeddhisme

Lut Van Schoors

De laatste tijd heb ik enkele boeken in verband met het Boeddhisme gelezen.

Vooreerst was er de recente biografie van Barbara en Michael Foster over Alexandra David-Néel, een vrouw die mij al altijd heeft geïntrigeerd, maar waarvan ik niet wist dat ze zo’n belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het kenbaar maken van het Boeddhisme in het Westen. Madame David-Néel kende ik uitsluitend van haar boeiende romans en ik zag haar als een soort ontdekkingsreizigster, een feministe avant la lettre, ja zelfs als een mythomane… Het was mij totaal onbekend dat zij een erudiet oriëntaliste was (zij heeft o.a. een Tibetaanse grammatica samengesteld), dat zij nagenoeg dertig jaar van haar leven door Centraal-Azië heeft rondgereisd, dat zij contacten had met vooraanstaande lama’s en werkelijk is doorgedrongen in de leer van het Tibetaans Boeddhisme.

En wat mij vooral positief verraste, is dat zij het Boeddhisme werkelijk heeft beleefd, dat zij zich een lange periode in afzondering heeft teruggetrokken om het resultaat van zo’n doorgevoerde retraite op de menselijke geest zelf te ondervinden en te observeren en dat zij in alle opzichten een helder en objectief idee had van de Leer van de Boeddha.

 Van Alexandra David-Néel kwam ik onvermijdelijk bij « De weg der witte wolken » van Lama Govinda terecht. Lama Govinda was een bewonderaar van David-Néel, had eerder in zijn leven zijn toevlucht genomen bij de Theravada, kwam naar aanleiding van een internationaal boeddhistisch congres in Tibet terecht en vond daar zijn werkelijke bestemming.Hij bleef er lange tijd om de cultuur en de religie van dat land te bestuderen en in kaart te brengen. Lama Govinda is een begeesterd schrijver en bovendien word je via zijn boeken doordrongen van zijn verlichte geest. De manier waarop hij over het Boeddhisme schrijft kan alleen maar inspirerend werken.

Tenslotte was er het boek « Innerlijk vuur – Een westerse vrouw op het pad naar verlichting » van Vicki Mackenzie, waarin de auteur het levensverhaal beschrijft van Tenzin Palmo – een Engelse vrouw, geboren Diane Perry - die zich twaalf jaar lang terugtrok in de Himalaya om er te mediteren. Als dit al een ongewone keuze lijkt voor ‘een vrouw van deze tijd’, dan blijkt uit het boek toch wel duidelijk dat het geen onbezonnen keuze was en dat Tenzin Palmo haar grot heeft verlaten als wijze. Dit is een boeiend levensverhaal, maar wat mij betreft bewonder ik niet zozeer wat ze heeft gedaan, maar vooral de inzichten die ze heeft verworven en hoe die haar verdere leven en dat van anderen hebben beïnvloed.

***

Deze drie boeken zijn volgens mij extra interessant, omdat je weet dat het hier niet gaat om fictie en omdat een groot deel van de inhoud handelt over de leer van de Boeddha.

Het boeiende aan boeken is dat je zoveel te weten kunt komen terwijl je toch rustig in je zetel blijft zitten.

Je bent een tijd lang ondergedompeld in een totaal andere sfeer en je kunt heel wat opsteken van wat andere mensen hebben meegemaakt. Maar wanneer je gedurende enkele weken via lectuur op de Tibetaanse hoogvlakten verblijft, krijg je soms de neiging wat te gaan « zweven ».

Anderzijds zijn boeken ook confronterend: rustig zittend in je zetel roepen ze heel wat vragen op over hetgeen waarmee je zelf bezig bent. Dat is het nuttige aan lezen.

Want het is noodzakelijk dat we ons steeds bewust zijn van de situatie waarin we ons nu bevinden en van de kansen die deze specifieke omstandigheden ons bieden. Wanneer we aannemen dat ons huidige leven het resultaat is van vroegere karmische vormingen, dan moeten we daarin consequent zijn en er hier en nu het beste van proberen te maken.

De Boeddha leert ons immers dat de wereld waarin wij leven onze eigen schepping is.

Als we dat erkennen en aanvaarden, dan kijken we heel anders tegen die wereld aan en zijn we bereid ons leven in eigen handen te nemen.

Als ik erover nadenk, op welke manier je anders in het leven staat wanneer je de Leer van de Boeddha kent en probeert te beleven, dan is één van de belangrijke aspecten waar ik altijd weer op terugkom die sterke realiteitszin die het Boeddhisme ons biedt.

In het Boeddhisme is er geen plaats voor speculaties, valse romantiek of egocentrisme. Dat deze zaken eigen zijn aan de menselijke natuur wordt wel onderkend. Maar daarnaast wordt er ook een weg geboden om ervan los te komen:

De Boeddha leert ons niet stil te staan bij vragen van metafysische aard, maar ons te richten naar de realiteit van het lijden van alle levende wezens.

De Boeddha leert ons niet op zoek te gaan naar het hoe en waarom van ons karma, maar de sterke gehechtheid die ons aan ons ego bindt af te bouwen en los te laten.

De Boeddha leert ons onze waarde niet te laten afhangen van wat we vergaren of bezitten, maar door het volgen van zijn Pad de boeddhanatuur in onszelf te realiseren.

Een tweede belangrijk aspect is dat van de verbondenheid.

Ik, in het absolute centrum van mijn eigen wereldje, denk dat de pijn, het ongenoegen of het verdriet dat mij overkomt het ergste is wat bestaat. Neen, zegt de Leer, alle levende wezens kennen de ervaring van het lijden. Alle levende wezens zijn met elkaar verbonden, ze zijn allen eigenlijk één grote familie. In het Boeddhisme wordt gezegd dat er in het ganse universum geen enkel wezen is dat niet op één of andere manier met ons is verwant. Het is vanuit de lijdenservaring dat allen in staat zijn de Verlichting te verwezenlijken en het is vanuit die verbondenheid dat we met veel begrip en mededogen met elkaar omgaan.

Ooit las ik een reisverhaal waarin een boeddhistische zwerfmonnik werd beschreven die altijd een borstel voor zich uit hield, waarmee hij de kleine dieren of insecten op het pad voor hem ‘wegwaaide’. Op die manier was hij tenminste zeker dat hij geen enkel levend wezen doelbewust zou doden. En alhoewel dit bij ons wellicht een beetje overdreven of misschien wel lachwekkend overkomt, toch is het een prachtige illustratie van hoe ver iemand kan gaan in zijn betrokkenheid met ‘alle levende wezens’.

Wanneer wij hier en nu ook maar een klein beetje van dit immense medeleven zouden beoefenen, dan zou dit al een heel verschil uitmaken…

Een ander punt, en eigenlijk logisch volgend uit de vorige twee, dat is de verantwoordelijkheid.

De Boeddha leert ons dat de oorzaak van onze voor- of tegenspoed en de mogelijkheid om daarvan los te komen en de bevrijding te realiseren, louter en alleen te vinden is binnen onszelf. Daarmee duwt de Leer mij met de neus op wat ik altijd al had vermoed: de wetmatigheid van oorzaak en gevolg, waarin ik verantwoordelijk ben voor het karma dat ik zelf schep en waardoor appèl wordt gedaan aan de volwassen mens in mij.

Ik ben verantwoordelijk, niet alleen voor het realiseren van de eigen Verlichting, maar in een heel ruime en brede zin: een verantwoordelijkheid die meteen ook alle levende / lijdende wezens insluit.

In het Boeddhisme wordt die verantwoordelijkheid niet afgedwongen of opgelegd.

Wanneer we steeds beter gaan inzien wat de oorzaak van ons lijden is, hoe het patroon van de werkelijkheid die ons omringt in elkaar zit, dan groeit die verantwoordelijkheid spontaan uit tot een warm en hartelijk medevoelen en mededogen.

En dàt bepaalt hoe en wat we kiezen en wordt de leidraad door ons ganse leven.

Mededogen is een essentieel punt in de Jodo-Shinshu, en in het ganse Mahayana-Boeddhisme. Denk maar aan Bodhisattva Avalokiteśvara, die vaak wordt afgebeeld met elf hoofden en duizend armen, die hij allen gebruikt om de lijdende wezens te zien, te vinden en hulp te verlenen.

Zelf zijn wij maar gewone mensen. Maar het ervaren, beleven of meedelen van mededogen met anderen, kan op heel verschillende, ‘kleinschalige’ manieren gebeuren en helpt ons boven onszelf uitstijgen.

* * *

Om nu als slot terug te komen op de boeken waarmee ik ben begonnen:

Zowel Alexandra David-Néel, Lama Govinda als Tenzin Palmo hebben met elkaar gemeen dat zij lange tijd in het Oosten hebben verbleven, dat zij de boeddhistische leer hebben bestudeerd en beleefd, dat zij wat zij hebben geleerd of verworven niet voor zichzelf hebben gehouden om er beter van te worden, maar dat zij hun kennis en inzichten hebben willen delen met wie er ook maar interesse in of behoefte aan heeft.

En ook dàt is een voorbeeld van mededogen: wat je ook bereikt, welke kennis je ook vergaart, welke ‘verdiensten’ je ook verwerft, die worden consequent met alle levende wezens gedeeld…

Namu Amida Butsu

Ekō 84

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home