Shitoku
Meestal gebruiken we woorden zonder er goed bij te beseffen wàt ze wel inhouden. Dat is bvb. het geval met Shinboeddhisme en Shinboeddhisten, alsof dit de gewoonste gang van zaken is: zoiets als Hutu en Tutsi in de wereldberichten. En geloven daarbij dat zoiets al eeuwen en/of millennia gebruikelijk is.
Het mag me dan nú van het hart dat ik decennia-lang me de vraag stelde wat eigenlijk dat Shin Buddhism wel kan betekenen. De term wordt – bij mijn weten – voor ’t eerst in 1970 door D.T. SUZUKI ingevoerd, en wel met de vleiende ondertitel ‘Japan’s major religious contribution to the West’.
Maar U weet het ook wel: D.T. Suzuki is de auteur die in the West vooral bekend werd met zijn werken over Zenboeddhisme. Deze zijn algemeen bekenden geapprecieerd. Gaat men echter dieper in op de biografische gegevens van de man, dan ontdekt men dat hij wel degelijk op de hoogte was zowel van het Theravada-boeddhisme als van de diverse vormen van het Mahayana, ook al geeft hij meer dan eens een eigen, niet altijd erg traditionele interpretatie.1
Want Zen e.d.m. waren voor hem vaak schitterend behandelde onderwerpen voor zijn intellectualistische interesse. Biografisch voor velen vervelend is daarbij dat hij eigenlijk een Shin Buddhist was, jarenlang verbonden aan de Ohtani University (Kyoto), een Shin-instelling (van de Higashi Hongwanji-ha). Hij blijkt dus ‘hoofdzakelijk’ een Shin scholar te zijn en zijn definitieve activiteit ligt duidelijk, zeker in zijn Japanse publicaties, op het Shin-territorium.
Nu terug naar ons eigenlijke onderwerp: in 1970 publiceert D.T.Suzuki bij Harper & Row, New York zijn Shin Buddhism, een aanrader, een boekje van 93 pagina’s. Voor Westerse Shin-geïnteresseerden een must.
Na verloop van tijd rees in mij de vraag op wat dat woord ‘Shin’ wel kan betekenen, vermits die translitteratie ‘Shin’ in het Japans zowat een 20-tal verschillende betekenissen kan hebben (de kanji-tekens zijn daarbij telkens verschillend) en ik in Japanse teksten geen tegenhanger voor Suzuki’s Shin Buddhism kon aantreffen vermits daarvoor de uitdrukking Jodo-Shinshu (‘De Ware Essentie van het Reine Land’) gebruikt wordt.
In de loop der jaren heb ik heel wat betekenissen opzij moeten zetten.2 In mijn denkwereld bleef enkel shin = vertrouwen over. Zo werd voor mij Suzuki’s Shin Buddhism de ‘Boeddha-lering van het Absolute Vertrouwen’.
Laten we even rondom ons kijken: hoeveel Shinboeddhisme, hoeveel Shinboeddhisten blijken inderdaad ‘Vertrouwensboeddhisten’ te zijn? En bedenken we dat Shinran het zo uitdrukte, dat niets moeilijker en zeldzamer is dan het Gemoed van Vertrouwen (shinjin). Inderdaad: hoevelen van ons leven in vertrouwen op het Mateloze Boeddhaschap en zijn Oneindig Mededogen? Hoevelen van ons hebben berekeningen en verwachtingen en truukjes en voorzieningen opgegeven? Om gewoon te vertrouwen op Amida’s Wijsheid/Mededogen? Wie van ons laat ‘zijn’ toekomst achterwege omdat de Boeddha de grote en de kleine dingen van ons bestaan uiteindelijk toch o.k. maakt?
Om een poëtisch einde aan deze gemoedsuitbarsting te geven, even een greep – terug naar de haiku-dichter Issa (1763 – 1828) die we al meer dan eens in Eko hebben ontmoet:
Nani goto mo
anata makase no
toshi no kure
of, vrij vertaald:
Op het einde van dit jaar
Heb ik geen geld [om schulden en geschenken] te
betalen;
ik zal [ook dit probleem] maar aan [Amida’s] wil
overlaten.
Namu Amida Butsu
1 Wat hem nu nog in sommige (meestal Zen -)middens verweten wordt…
2 Zie mijn Filosofie en Mystiek van de Jodo-Shinshu, p. 183
Nirvana Day 2000 – Anchorage, Alaska (U.S.A.)
|
|
|
|
|
|
Ekō 84 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |