Editoriaal

‘Praktijk’...

Een tijdje geleden kreeg ik van één van onze sangha leden de vraag om een artikel over ‘praktijk’ dat reeds eerder - in Eko van december 1984 - was gepubliceerd, opnieuw af te drukken.  Het is een artikel van Prof. E. Sasaki, (blz.3) waarin duidelijk gemaakt wordt dat de praktijk een zaak is van de Voortijdelijke Gelofte die werkzaam is in de wereld.

In het artikel wordt Z.S. Inagaki geciteerd: ‘het is heel wat belangrijker, maar ook heel wat moeilijker het ware vertrouwen in de Ander-Kracht bij enkele mensen te zoeken(…) dan een groepering van zogenaamde boeddhisten te stichten, waaronder geen vertrouwen in de Boeddha zou bestaan.’

Dat is een vaststelling waar elke Shin-Boeddhist dient bij stil te staan.  Elk van ons dient zich af te vragen of de notie van ‘praktijk die niet-praktijk is’ hem/haar niet geleid heeft tot een ‘laissez – aller’ houding.  Of de recitatie van de Naam niet verworden is tot een holle frase, tot een excuus om zich ‘boeddhist’ te kunnen noemen en er verder geen inspanningen voor te hoeven doen.  Of  we niet te vlug zeggen: ‘ik ben een bombu’.  ‘Het mag geen excuus worden om ons te nestelen in gemakzucht en middelmatigheid’, zoals Danielle Girardin ooit schreef.

Shinran Shonin spreekt in het zesde hoofdstuk van zijn ‘Kyōgyōshinshō’ over de ‘Vervormde Reine Landen’.  Deze vervormde landen, die reeds vermeld worden in de ruimere Reine-Landcyclus, krijgen bij Shinran een spirituele connotatie.  Eén  dergelijk land is ‘het rijk van Inertie en Trots’:  dat is het land waar diegenen zich ophouden die ‘zich in zekere mate hebben losgemaakt van zelf-krachtpraktijken, maar die precies in dit los-maken zich zo zelfgenoegzaam en fier gevoelen dat ze onmogelijk het loslaten ook van die zelfgenoegzaamheid kunnen verwezenlijken’.  Een ander land is de ‘Burcht van Twijfel’ ‘waar intellectuele belemmeringen en conceptuele denkpatronen aanwezig blijven, zodat telkens weer gebrek aan vertrouwen opdaagt, b.v. het intellectueel maar niet echt religieus (spiritueel) beleven van de Ander-Kracht.’  En het ‘Baarmoederpaleis’ is de ‘innerlijke omstandigheid waarin de bestaansdrang maar niet kan opgegeven worden.’*

Voorwaar…drie schitterende ‘geschikte middelen’ om de toestand van ons eigen vervormde land te toetsen.  Drie toetsstenen om ons wachten op Ander-Kracht open te houden.

Laten we vooral bedenken dat deze wachttijd, dit proces van vertrouwen, niet vlug verloopt.  Wij hebben tijd, heel veel tijd, en als we dat kunnen aanvaarden, zijn we reeds op het pad van het vertrouwen.

Namu Amida Butsu

M.S.

* Zie hiervoor ook Sh. A. Peel: ‘Filosofie en Mystiek van de Jodo-Shinshu’, DSW  1996 – Antwerpen, p. 55, waaruit ik  hier letterlijk citeer.

Ekō 85

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home